door David Bogaers • 
Dit gedicht verscheen in Liter 116 (maart 2025). David Bogaers schrijft gedichten en muziek, dat laatste als pop-act Het Laatste Woord. Hij studeerde filosofie en conflictstudies.

Vandaag begin ik te rennen met de stilte.
Of liever: de stilte rent met mij
grijpt mijn hand, neemt me
door alle straten heen. We geven de honden
het nakijken. De dakdekkers kijken
verdwaasd hoe wij ze lopen
over de sokken heen. Iedereen valt
over onze vrije voeten. Stoplichten
springen ternauwernood op groen.
Voetgangers schreeuwen verwensingen
naar ons
elanden worden geschampt
verdwijnen lokroepend in het regenwoud
moeten vervolgens gevangen worden
met lasso’s
door vloekende en tierende cowboys
dit alles gebeurt geluidloos.
Nee, de stilte grijpt mijn hand, geeft
vandaag iedereen het nakijken.
De stad is als een schilderij. Hoor.
Terwijl alle marktkooplieden op straat
de stilte van elkaars stallen wegkrabben
aarzelend een gesprek over het weer
beginnen
een woord als een kokosnoot valt
op de hoofden van verdwaalde kinderen
maakte stilte in deze stad een
parachutesprong.
Vandaag begin ik te rennen met de stilte
omdat ik haar zag terwijl ze langs me
schampte, oude vriend op ontdekkingsreis.
In ons kielzog verkeersopstoppingen
giraffes en ademende monniken.
Mijn partner in crime steekt haar hand op,
in haar ogen blinkt iets weergaloos.