• door Mhiera den Blanken •
Dit gedicht verscheen in Liter 116 (maart 2025). Mhiera den Blanken studeerde Algemene Letteren aan de Universiteit Utrecht. Ze publiceerde gedichten bij onder meer Elders Literair, Het gezeefde gedicht en De optimist en was te zien op Dichters in de Prinsentuin (2024).
Scheepsladingen en wrakbewoners
je hebt je ingescheept, kwartier gemaakt
deining geproefd, en nee, ik ben de eerste niet
die scheurend opengaat (en dan zeggen ze: doe alsof
je op een kalme zee, op de bodem van een boot ligt
de wolkeloze hemel wiegt je tot je slaapt
alsof het persen van leven uit de sappen van mijn lijf
lijkt op het zachte klotsen tegen een romp)
nee, baren is ontberen, niets anders
dan een doorgang zijn waardoor iets binnenkomt
en gaat, niet te vroeg en niet te laat ontbeer ik jou, maar
in een rampgebied, en wij zijn wrakbewoners
met ontwrichtende zorgeloosheid
voeren we verjaardagen uit
zonder proces, als spookverhalen waar je later
in zult moeten wonen, zoals over die dag
dat goochelaars verschenen om slangen te bezweren
met konijnen totdat uiteindelijk het toneel
geheel verdween, over het publiek
dat niet gekomen was omdat het schuilde binnenshuis
en bij de schoorsteen wachtte, weet je nog,
op artificiële inzichten, en over dat moment
dat ik je kleine hand vasthield en ik beloofde
dat we zouden schaterlachen