• door David Bogaers •
Dit gedicht verscheen in Liter 116 (maart 2025). David Bogaers schrijft gedichten en muziek, dat laatste als pop-act Het Laatste Woord. Hij studeerde filosofie en conflictstudies.
Over mijn veters strikken in Kopenhagen
Soms probeer ik mijn veters te strikken
in Kopenhagen. En dan denk ik na
over de wind en al het water van de
Oostzee. Om mijn veters te strikken
kwam ik aan in Kopenhagen. In mijn hoofd
vertellen stemmen dat op de boulevards
en balustrades alles
bewolkt en mooier is. Als je hier
je veters strikt, kun je nadenken
over de zee. In Kopenhagen
voel ik me een landengte. Ben ik
schoorvoetend bij het lopen.
Hoor je die meeuwen? Zij hebben
klapwiekende dromen. In Kopenhagen
komt er een droom aangelopen
na het struikelen. Ik hurk en strik
alsof mijn vingers me iets willen
vertellen. Knielen in Kopenhagen,
dat is waarom ik kwam door de
douane. Kan iemand me vertellen
wat ik doe in Kopenhagen?
Er is veel wat pleit voor de daad
van het beschouwen, voor het
hoog doordacht een lus leggen
in veters die ontwarren.
Haal me niet op, laat me nog even
stilvallen in parken of op bruggen
waar ik nadenk over de wereld
ronkende motoren en schallende stemmen
die vertrouwd voelen als thuis.