door Mhiera den Blanken • 
Dit gedicht verscheen in Liter 116 (maart 2025). Mhiera den Blanken studeerde Algemene Letteren aan de Universiteit Utrecht. Ze publiceerde gedichten bij onder meer Elders Literair, Het gezeefde gedicht en De optimist en was te zien op Dichters in de Prinsentuin (2024).

 

Nooit sprak ik meer over vroeger dan vandaag

 

er waren neven met onbekende hoedjes
nieuwe aanhang die ik voor de oude aanzag
haringen, bitterballen, bier voor wie geen koffie wilde
nostalgische muziek, bloemen op een kist, fleurig
naast jouw foto, gelijkende gelaatstrekken, en overal
tussen de mensen zittend, in onvermoede hoeken
hangend over stoelen, aan een opengereten rafelrand
de oude en de nieuwe doden die met benige vingers
in mijn keel groeven, nesten vlochten
in het lege kapsel van mijn vleugellam karkas

ik droeg mezelf naar buiten in de winternacht
over het bevroren water, vond jou
als ochtendgloren op mijn pad, en onverwijld trok jij
mijn luchtpijp open, joeg de dissonanten uit mijn keel
als wilde eenden uit een wak, een werveling

van winterdons op zachte randen ijs