• door Franca Treur •
Over Lucky Fonz III, Van de goden vervuld |
De hoofdpersoon van het romandebuut van muzikant Lucky Fonz III is ook muzikant. Hij heet Mikah en een van de eerste dingen die je van hem te weten komt is dat ‘het eiland’ zijn tweede thuis is. Hij komt er al vijfentwintig jaar. Als hij van de boot stapt staat zijn trouwe damesfiets al op hem te wachten.
Thuis is een thema in deze kleine filosofische roman: Mikah reist naar het eiland omdat hij op dit moment zonder zit. Het is uit met zijn geliefde, met wie hij altijd samen had willen blijven. Hij heeft haar niet kunnen geven wat ze erg graag wilde hebben, een kind. En ze was nog niet bij hem weg of ze heeft al een kind met een andere man.
Zijn tegenspeelster in dit boek, de bloedmooie Hadassa, is eveneens dakloos. Zij heeft zowel haar verloofde als haar spirituele thuis vaarwel gezegd. Het is Mikahs plaatselijke vriend Jonas die Hadassa aan hem voorstelt. Zij blijkt een christelijk meisje en ze stort meteen haar hart bij hem uit: ze heeft genoeg van de christelijke wereld en haar christelijke vriend en ze is naar het eiland gekomen om na te denken. Ze weet niet of ze nog wel naar het christelijke wereldje terug wil.
Het gaat aan tussen die twee, uiteraard. Toch blijf je als dat losbarst nog een beetje zitten met Jonas, hun gezamenlijke vriend. Jonas is voor de religieus gevoelige Mikah een verlengstuk van God. Zijn enthousiasme over andere mensen (het maakt bijna niet uit wie) is ongeëvenaard. Enthousiast: van de goden vervuld. En inderdaad, Jonas ziet het goddelijke overal om zich heen. Alles wat de vorm van een hart heeft, tot aan mayonaiseklodders toe, getuigt voor hem van God.
Waarom is het hele eerste hoofdstuk aan Jonas gewijd? Waarom wordt de titel van het boek al op pagina 1 verklaard? Waarom gaat die titel over Jonas, als het een verhaal wordt over Mikah en Hadassa?
Jonas wijst Mikah op Hadassa. Voor het verhaal is hij verder niet meer nodig, hij heeft zijn goddelijk werk al in de eerste zin gedaan. Het enige wat hij een aantal pagina’s later nog levert, is een waarschuwing, in de traditie der profeten: ‘Hadassa, niet alles geloven wat Mikah zegt, hoor. Hij is een kwajongen. Met een hart van goud, maar een kwajongen! En Mikah! Hadassa is ook geen brave hoor!’
Voor de twee ontheemden is het thuiskomen bij elkaar, daar op het eiland. En ze worden geil, bloedgeil. Het is een dun boek over veel en het gaat veel over seks. Maar zich compleet verliezen doet Mikah niet. Hij denkt voortdurend na. Over wie hij tot nu toe was en wie hij dacht te gaan worden.
Voor een muzikant, per definitie een nomade, zingend over het beloofde land, is muziek natuurlijk ook thuiskomen. Mikahs muziekvader is Bob Dylan. Als beginnend muzikant was zijn aanbidding van en zijn overgave aan Dylan totaal, tot hij iets te veel andere singer-songwriters tegenkwam, met precies dezelfde heilige devotie. ‘Eigenlijk was het een godswonder dat we niet allemaal exact hetzelfde klonken, want we speelden dezelfde mondharmonica, op hetzelfde mondharmonicarekje dat we droegen op hetzelfde spijkerbloesje, […] op een podiumpje, [waar we] weer naar die mondharmonica mochten happen als een kalf naar een uier.’
Vooral de vele reflectieve passages zijn stuk voor stuk literaire pareltjes. Het hoofdstuk over Mikahs onvruchtbaarheid bijvoorbeeld is pijnlijk precies. De dokters snappen er niets van. Zo’n gezonde, jonge vent. Maar zelf ziet Mikah een verband met zijn depressies waar de artsen niet vanaf weten. ‘Toen ik heel slecht ging, toen mijn depressie op zijn zwaarst was, stond mijn lijf zo strak, zó strak. Het was alsof elke spier zich aantrok in de tegenovergestelde richting van de spier ernaast. Dan werd ik midden in de nacht wakker, alsof ik onder stroom stond, alles in mijn lichaam strak, verkrampt en verlamd. Misschien heeft die doodswind ook wel door mijn ballen gewaaid, misschien heeft die daar de knoppen van mijn bloemen doodgevroren.’
Het is geen boek over een vakantieliefde en Hadassa is niet Mikahs droomvrouw, al hemelt hij haar nog zo op. Zo leuk is ze nou ook weer niet, denk je steeds en eerlijk gezegd blijft ze ook een beetje van papier. Aan het eind blijkt ze net zo’n vrouw als de andere vrouwen in het boek, tot zijn moeder aan toe.
Maar eigenlijk, en dat voel je als lezer heel goed, had Mikah Hadassa alleen maar nodig om zijn eigen verhaal te reconstrueren en je kunt net zo goed stellen dat, toen dat na zo’n honderdveertig pagina’s verteld was, zij zich weer liet gebruiken voor een ander Verhaal.
Het is dan ook Mikah om wie dit boek draait en hoe lief hij ook over zijn vrouwen blijft praten, hij voelt zich ook bestolen. Van zijn zaad nota bene, want onder de microscoop had nog wel iets gekrioeld, al was het niet veel. En daarmee voelt hij zich ook bestolen van zijn toekomst.
Het boek zit propvol fijne observaties. Over God, darkrooms, depressies. Dat het woord ‘wispelturig’ alleen voor vrouwen gebruikt wordt. Dat je mensen met een vierkant Fjällräven Kånken-rugzakje blind een tientje kunt lenen. Dat er geen bijvoeglijk naamwoorden bestaan voor geluid, behalve ‘schel’ of ‘luid’, ‘maar zelfs die verwijzen meer naar de ervaring van een soort oorpijn dan naar geluid zelf.’ En hoe klinkt een brekend hart?
Pijnlijk én grappig zijn Mikahs gedachten over het seksleven van stellen: ‘eerst is er de korte opwinding van het nieuwe, die alles magisch maakt, dan de ontdekking van de handelingen waarvan het effect duidelijk en gewenst is, en daarna de dodelijke protocollering, waarin voorwaarden, volgordes en parameters van het acceptabele worden vastgelegd, als ongeschreven regels, met als eindresultaat de scriptmatige ellende die ze een seksleven durven te noemen.’
Het is een rijke roman, de intellectuele opbrengst van iemand die op de helft van zijn leven is en de balans opmaakt, zoals we allemaal wel doen, elk op ons eigen kamertje op de wereld. In hoeverre zijn we degene geworden die we voor ons hebben gezien? Wat de goden daar precies mee te maken hebben, weet ik niet, misschien slaat de titel ook op het enthousiasme waarmee dit prachtige boek geschreven is. Geïnspireerd of niet, het is maar honderdzestig pagina’s dik. Hopelijk moeten we niet nog een half leven wachten op de volgende honderdzestig.
• Lucky Fonz III, Van de goden vervuld. Uitgeverij Pluim 2024, 160 blz., € 22,99