door Jetty Huisman • 
Over Rob van Essen, Ik kom hier nog op terug | ‘Van Essen is een meester in het opbouwen van een plot, met subtiele vooruitwijzingen en symboliek, eigenlijk met alles wat de schrijfkist aan instrumenten bevat. Aan de lezer om de puzzelstukjes in elkaar te passen.’

 

x*

 

‘Journalist Rob Hollander krijgt van zijn oud-studiegenoot Icks de kans om fouten uit het verleden te herstellen door terug te reizen in de tijd.’ Uit de tekst op het achterplat zou je kunnen opmaken dat Ik kom hier nog op terug van Rob van Essen een sciencefictionroman is. ‘Scifi en tijdreizen, niks voor mij, laat maar,’ schrijft iemand op internet en geeft zijn lezersrecensie één ster mee. Toch krijgt het boek overal veel sterren en staat het al lang in de bestsellerlijst. Doet deze lezer zichzelf tekort? Wat mij betreft zeker. Zonder al te veel te verklappen: het is geen scifi.

Het verhaal begint in Rijssen op de Biblebelt, jaren zeventig. De achtjarige Rob wordt uitgedaagd door twee vriendjes van de lagere school om het bos in te gaan (‘Hollander is bang! Hollander is bang!’), want daar is ‘een kinderlokker’, nog iemand die niet van het geloof is ook. Eerder hebben een vrouw en haar zoontje op zondagmiddag bij Rob en zijn ouders aangebeld. Ze gaan van deur tot deur met de boodschap dat het met de wereld de verkeerde kant opgaat. Als Rob een paar dagen later de twee evangelisten volgt, maakt hij kennis met de jongen, Chris Vis, en gaat met hem het bos in, waar ze verdwalen. Ze schuilen in een schuur, vallen in slaap en als ze weer in het dorp terugkomen, blijkt iedereen hen bezorgd op te wachten en is zijn moeder zo kwaad dat ze hem een klap geeft. Iedereen stelt Rob vragen. Er is iets gebeurd in het bos, maar wat? ‘Aan de nasleep van die nacht heb ik vage herinneringen, alsof de mist zich mijn geheugen heeft weten binnen te dringen en daar nooit meer helemaal is weggegaan.’

Rob gaat filosofie studeren, maakt zijn studie niet af, is jaren werkloos en wordt daarna journalist. Journalist is een groot woord: na eerst op de bureauredactie van een tijdschrift het werk van anderen te hebben gecorrigeerd is hij ten slotte zelf aan het schrijven gegaan. Zijn ideeën blinken niet uit in originaliteit, iets wat hij ook beseft: ‘Een late roeping. Een lauwe roeping ook, eerlijk gezegd, alsof ik inmiddels te oud was om er nog helemaal in te kunnen geloven.’ Maar zijn redacteur gaat − niet al te enthousiast − mee in zijn artikelvoorstel, titel: ‘Waar zijn ze gebleven’. Hij gaat op zoek naar zijn medestudenten. Een van hen is Icks, die een tijdmachine blijkt te hebben ontwikkeld om mensen iets goed te laten maken in hun verleden, als een soort therapie. Rob gaat naar Icks toe, in Los Angeles, die hem vijf pogingen aanbiedt om een fout naar keuze te herstellen. De keus van Rob is verrassend, niet alleen voor Icks maar ook voor de lezer: ooit heeft Rob een man in ochtendjas verward op een brug zien staan en is hij zonder te helpen doorgelopen. Maar ook tijdens de eerste vier keer dat hij teruggaat naar 13 november 1998 (het kan en gebeurt dus) laat hij hem gewoon staan. Bij de vijfde poging treft hij op datzelfde tijdstip een groepje medestudenten aan en blijken ze niet meer naar het heden terug kunnen. Is er misschien iets anders, iets ingrijpenders gebeurd waar Rob mee in het reine moet komen? Draait het hele verhaal om spijt, schuld, boetedoening? Nog steeds lijkt hij niet te weten wat de bedoeling is:

Je hebt toch ook wel eens spijt van dingen gehad? […] Spijt? vroeg ik verbaasd, alsof ik niet helemaal bekend was met de betekenis van deze term.

Op dit moment in het verhaal beginnen er al veel dingen op te vallen. Van Essen is een meester in het opbouwen van een plot, met subtiele vooruitwijzingen en symboliek, eigenlijk met alles wat de schrijfkist aan instrumenten bevat. Aan de lezer om de puzzelstukjes in elkaar te passen. Zo is herinneren een belangrijk thema, iets waar helemaal in het begin al naar wordt gehint: ‘[…] alsof ik nooit ben teruggegaan en me nog steeds in de bibliotheek bevind, alsof – en nu stokt me de adem, want ik kan me helemaal geen wandeling naar huis herinneren, geen enkele –, alsof ik daar altijd ben gebleven.’ Hoe verder je leest, hoe meer vragen zich opdringen: Waarom heeft iedereen een bijnaam, weet Rob eigenlijk wel (of nog wel) hoe iedereen echt heet? Als je terug in de tijd kunt, komt de gedachte dat je ouders nog leven dan niet of pas heel laat bij je op? Wat betekent die x* als hoofdstukmarkering? Staat Icks voor God? En waar is de zus van Icks gebleven?

Bij de vijfde poging om de man van de brug af te krijgen eindigt deze roman met het vermogen, of onvermogen, van de hoofdpersoon om zijn geschiedenis te herschrijven. Met de vraag of hij zijn fout kan herstellen, en hoe. En dan, meegesleept door de vertelkracht van Van Essen, kom je bij het laatste deel aan, ‘De man op de brug’ en besef je dat je de term ‘Rijssense Eigenrichting’ al eerder hebt gelezen, in de proloog.

 

Rob van Essen, Ik kom hier nog op terug. Atlas Contact 2023, 398 blz., € 24,99. Deze recensie verscheen in Liter 112. Ik kom hier nog op terug werd de Libris Literatuurprijs 2024 toegekend.