door Machteld Siegmann

In ‘De canon van Liter’ wordt een klassieker of een actueel werk uit de literatuur onder de loep genomen. Eén thema springt eruit. De rubriek omvat een introductie en drie gespreksvragen die geschikt zijn voor gebruik op de leesclub en in het onderwijs.

 

‘Het heeft alles wat ik in al die jaren heb kunnen leren over het ambacht, alles wat ik ervoor heb geschreven is in zekere zin een prelude op deze roman,’ schreef John Steinbeck (1902-1968) over zijn lijvige East of Eden, dat verscheen in 1952. Toch waren veel recensenten in die tijd er bepaald niet over te spreken. Ze vonden het te melodramatisch, te ouderwets, te moralistisch, de karakters waren ongeloofwaardig, het bevatte teveel seks en geweld. Na verschijnen van de Nederlandse vertaling in 1953 (van Clara Eggink), schreef De Volkskrant dat de roman vanwege de ‘zeer rauwe zeden’ totaal ongeschikt was voor de huiskamer. Het lezerspubliek oordeelde echter heel anders: Steinbeck ontving stapels fanmail en in de Verenigde Staten stond het in een mum van tijd op de bestsellerlijsten.

Er zijn weinig romans met zoveel expliciete verwijzingen naar de Bijbel als deze. Neem alleen al de titel: ‘ten oosten van Eden’ is de plek waarheen God Kaïn stuurt als hij zijn broer Abel heeft vermoord. Deze moord komt voort uit jaloezie; anders dan Abels offer wordt dat van Kaïn door God niet geaccepteerd. Het blijft niet alleen bij een bestraffing; God geeft Kaïn ook een merkteken ‘zodat niemand hem kwaad zou doen’ (Genesis 4:15-16). Met de titel is de toon gezet: wat Steinbeck wil onderzoeken zijn de thema’s broederschap en de strijd tussen goed en kwaad.

De roman begint met een beschrijving van de Salinasvallei in Noord-Californië, een uitnodigende vallei die doet denken aan het paradijs in de Bijbel, de Hof van Eden: ‘de lichte vrolijke bergen […] lonkten vol zon en lieflijkheid’ (p.9). Eventuele verwachtingen van paradijselijkheid worden echter al na een paar regels gesmoord, als er wordt gesproken over donkerte en dreiging, over ‘de geboorte en de dood van de dag’. We begrijpen: deze vallei is een plek vol uitersten, zoals ook de mensen die er wonen en die door de verteller een voor een ten tonele worden gevoerd; excentrieke karakters die moeilijk eenduidig te typeren zijn.

Het verhaal speelt zich af tussen de Amerikaanse Burgeroorlog en de Eerste Wereldoorlog. Aan het woord is John Steinbeck, nazaat van een van de families uit de Salinasvallei. Langzaam en meanderend bouwt hij zijn verhaal op, schept hij werelden vol uitersten: schoonheid en lelijkheid, liefde en angst, vaak verenigd in een enkel persoon. Steinbeck werpt zich op als een alwetend verteller, die nu en dan uit de schaduw stapt en als ik-persoon eigen herinneringen opvoert — iets wat verwarrend gevonden kan worden maar wel mooie anekdotes oplevert, zoals het verhaal over zijn moeder Olive, die zoveel oorlogsobligaties weet te verkopen dat het Ministerie van Financiën haar een gratis vlucht in een legervliegtuigje aanbiedt.

De eersten die Steinbeck introduceert zijn zijn grootouders, de Ier Samuel Hamilton en zijn vrouw Liza. Ze vestigen zich rond 1870 in de vallei vlakbij de plek waar later de Trasks zich zullen vestigen, een familie die een centrale rol zal spelen in Steinbecks uitwerking van het broederstrijdthema. Samuel en Liza kopen een boerderij met een onvruchtbaar stuk land, het is door Samuels vindingrijkheid en Liza’s werklust dat ze erin slagen hun negen kinderen te onderhouden. Samuel is een bijzondere man, filosofisch en niet bang zijn mening te geven. Hij zal een bepalende invloed hebben op het leven van Adam Trask en zijn twee zonen.

Steinbeck blijft niet lang stilstaan bij de Hamiltons, al snel maken we kennis met Adam Trask. Hij groeit op in Connecticut met zijn oudere halfbroer Charles en zijn vader Cyrus. Cyrus is een eenbenige veteraan die zich uitgeeft als doorgewinterde oorlogsheld hoewel hij het in werkelijkheid niet langer dan een halfuur wist uit te houden in de Burgeroorlog. Uit angst door de mand te vallen leest hij alles wat los en vast zit over de oorlog en steekt daar zoveel van op dat hij het weet te schoppen tot strategisch adviseur van president Lincoln, ‘een triomf van suggestiviteit’, aldus Steinbeck (p.24). Cyrus is een hardvochtig man die zijn jongens een Spartaanse opvoeding geeft, iets wat bij de ruwe Charles in goede aarde valt maar niet bij de gevoelige Adam. Toch lijkt Cyrus meer op Adam gesteld te zijn dan op Charles, wat de laatste op zeker moment zo tot razernij brengt dat hij Adam te lijf gaat. Om de bijbelse proporties van dit drama te onderstrepen, laat Steinbeck Charles zich vervolgens bezeren bij het verplaatsen van een grote kei. Hij houdt er een groot litteken op zijn hoofd aan over.

De relatie tussen de broers komt verder onder druk te staan door de komst van Cathy, die door Steinbeck wordt geïntroduceerd met de woorden: ‘Ik geloof dat er op deze wereld monsters worden geboren uit menselijke ouders’ (p.77). Ze ontdekt al jong dat haar seksualiteit een krachtig instrument is om over anderen te heersen. Charles doorziet haar, Adam daarentegen raakt door haar geobsedeerd. Hij vraagt haar ten huwelijk en ze verhuizen naar de Salinasvallei, waar Cathy bevalt van twee jongens, daarbij bijgestaan door Samuel Hamilton, ervaringsdeskundige. Cathy is niet blij met het moederschap, en van haar huwelijk heeft ze ook genoeg. Zodra ze hersteld is, pakt ze haar spullen en vertrekt, tegen de zin van Adam, die zijn verzet moet bekopen met een schotwond in de schouder. De tweeling, Aron en Caleb (die later Cal wordt genoemd), moeten het zonder haar doen. Adam is zo aangeslagen door Cathys daad dat hij zich terugtrekt in een apathisch zwijgen. Degene die zich over de jongens ontfermt is Adams bediende Li, een Chinees achter wiens geveinsde pidgin-Engels wijsheid en eruditie schuilgaan.

De tweeling groeit op en het oude thema herhaalt zich: ook tussen hen vormt zich rivaliteit, en ook hier is de inzet de liefde van hun vader. De complexe en ‘duistere’ Cal kan de gedachte niet verdragen dat Adam meer van de innemende Aron houdt dan van hem. Als hij ontdekt dat zijn moeder niet overleden is maar een bordeel runt, realiseert hij zich dat hij eigenschappen van haar heeft geërfd. De strijd die eerst vooral op zijn broer Aron was gericht, richt zich nu ook op het kwaad in hemzelf. Wat hem er overigens niet van weerhoudt zijn broer Aron mee te nemen naar het bordeel van hun moeder, waarna Aron zich prompt aanmeldt bij het leger (inmiddels is de Eerste Wereldoorlog uitgebroken). Aron sterft op het slagveld van Cantigny in 1918, de tijding veroorzaakt bij Adam een beroerte, en van beide gebeurtenissen geeft Cal zichzelf de schuld. Hij probeert het goed te maken met zijn vader door hem een grote som geld cadeau te doen, een ‘offer’ waar Adam niet warm of koud van wordt. Het is door toedoen en bemiddeling van Li (aan het einde van het boek, op Adams sterfbed) dat Adam Cal niet definitief afwijst maar zegent met het Hebreeuwse woord timshel.

Dit timshel vormt de sleutel naar een juist begrip van Steinbecks onderzoek naar het broederthema en de strijd tussen goed en kwaad. Het begrip komt voor de eerste keer ter sprake op p. 305, tijdens een gesprek tussen Li en Samuel Hamilton over Genesis 4:6-7, waar God tegen Kaïn zegt (in de King James-vertaling): ‘Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? En zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u en gij zult over hem heersen.’ Wat Li heeft ontdekt, is dat het ‘gij zult’ in de laatste zin, het Hebreeuwse timshel, eigenlijk vertaald moet worden met ‘gij moogt’. Met andere woorden: Kaïn heeft een keus. Dat hij Abel heeft gedood betekent niet dat hij gedoemd is tot kwaad doen, hij kan ervoor kiezen een goed leven te leiden. Datzelfde geldt voor Cal.

 

Bij het maken van deze boekbespreking heb ik gebruik gemaakt van de vertaling van Peter Bergsma voor uitgeverij Van Oorschot uit 2020.

 

 

Discussieer

Cathy wordt ons door Steinbeck voorgesteld als een personificatie van het kwaad. Waarom denk je dat Steinbeck haar zo neerzet? Ondermijnt ze daarmee als personage het timshel-inzicht dat bij monde van Li wordt ingebracht? Leg uit waarom wel of niet.

 

Denk

Waarop lopen de beide broederconflicten (tussen Adam en Charles en later tussen Cal en Aron) uit? Wordt de strijd in iemands voordeel beslist, en zo ja, van wie dan en waarom?

 

Overweeg

Critici menen dat de vrouwelijke karakters in Ten oosten van Eden te onrealistisch en simplistisch zijn: ze zijn of extreem goed of extreem slecht. Selecteer vier vrouwelijke personages en bedenk in hoeverre deze kritiek hout snijdt.