• door Menno van der Beek •
Over Lieke Marsman, De dichter en de duivel |
Deze maand verschijnt De dichter en de duivel, de afscheidsbundel van Lieke Marsman. Via een berging in haar woning waar ze haar voorraad Lays-chips heeft opgeslagen, handig in geval van een crisis, komt ze in het hiernamaals terecht. Men is daar duidelijk met de tijd meegegaan, met reclames, ai-bots die de zaak in de gaten houden en voordelige #SoulSearcher+-abonnementen. Voor iedere misstap – zeg, over ‘uitdagingen’ praten op LinkedIn, of jokken over je Strava-loopjes – wordt er 0,00005 ziel van je saldo afgehaald, maar er zijn ook voordeliger mogelijkheden, je kunt bijvoorbeeld ook punten terugverdienen met reclames: de uitleg van de lokale demon hoe hij dat oplost met short gaan is té leuk, men kope daarvoor vooral de bundel.
Het verhaal is natuurlijk een listig voortborduren op Dantes Helletocht, van een millennium geleden, en dat is dan ook te zien aan de vorm: het gedicht bestaat grotendeels, net als het origineel, uit groepjes van drie regels, al is de zuivere terza rima van Dante losgelaten en vervangen door soepele ritmes en slimme binnenrijmen, belangrijkste is: het werkt. Ook technisch is dit vakwerk, en daarnaast is het een scherpe blik op waar we in de bovenwereld zijn aangeland.
De rondleiding van de dichter door de onderwereld is, net als bij Dante, in handen van deskundigen, of, in dit precieze geval, politici die zichzelf voor deskundigen houden. De dichter wordt aan de hand meegenomen, eerst door Dick Schoof, minister-president in ruste, en later door Gerrit Zalm, de vader van de euro en van de marktwerking. Beiden blijken zeer geschikt om de dichter, die niet houdt van de vergoelijking van genocide of rechtse praat om mensen met schulden af te schrijven, middels vals en politiek geleuter aan de lege praat te houden, dixit Zalm: ‘Als je deelnemingen hebt om welke // historische reden dan ook, / is de logica over het algemeen: wij privatiseren, / tenzij. Dat is de lijn geweest vanaf 1986.’ En meer van dat. En er zijn natuurlijk ook influencers die een andere herkenbare soort prut produceren: ‘Goedemorgen lieve volgers, vandaag neem ik jullie mee / naar de tweede ring van Onder-Nederland, een zeer / exclusieve creatieve hub waar ik sinds kort bij mag horen.’
De dichter wordt onderweg zelf ook af en toe ondervraagd: ‘Poëzie, wat houdt dat in?’, en het antwoord is dan: ‘Poëzie is het maken van keuzes. Onder elk woord dat het papier haalt zie je die keuzes doorschemeren’. En keuzes maakt de dichter hier zeker. De dichter legt de vinger her en der op de moderne zere plek, vooral die van politieke onverschilligheid en luidruchtige leegheid, en tegelijk overheerst het gevoel dat de zaak in elk geval daar niet meer te redden is. De bedoeling van dit verslag is dan de lezer op scherp zetten, na lezing van deze bundel moet men minstens, denk ik, één streamingdienst opzeggen en ergens een vrijwilligersklus oppakken.
En natuurlijk gebruikt Marsman het boek ook om weer heel prachtige dingen te zeggen en aan te halen. Als de dichter in het Hieronder haar vroegere idool Esther Jansma tegenkomt vraagt ze haar: ‘Is het erg, om te sterven? [..] De stem van Esther Jansma was zacht maar helder: // Je zult zien dat tijd niets betekent. / Soms regent het op je, dat is alles.’ En, tegen Gerrit weer: ‘Ze zeggen dat de meeste mensen deugen, / maar de meeste mensen zijn niet aan de macht.’
Toen de voorpublicatie van dit boek, het vierde hoofdstuk met Gerrit Zalm, begin april dit jaar in NRC Handelsblad verscheen, verzuchtte iemand: ‘Het is iets van een opluchting dat ook in de Nederlandse poëzie weer eens iets werkelijk geniaals gedaan wordt.’ Dat sentiment wordt met het eindproduct, dat dit boek dus in meerdere opzichten is, meer dan voldoende bewezen. Zegen op het hoofd en de ziel van de nationale poëzieschat Lieke Marsman.
• Lieke Marsman, De dichter en de duivel. Uitgeverij Pluim, juni 2026, 120 blz., € 24,99
