door Koos Geerds • 

‘Mij achtervolgt nog steeds wat zich heeft afgespeeld / rondom de dood van de door u vereerde Nazarener / en dan met name het beeld dat in uw kring van mij / is gecreëerd van een verachtelijk handelende procurator.’ 

 

 

Pilatus

 

Pontius Pilatus aan de gevangene Paulus uit Tarsus:
heil en vrede voor u in uw omstandigheden, die u
pijnlijk hinderen uw missie, waarvan u zich tot nu
(men heeft mij hieromtrent terdege ingelicht)
met groot succes gekweten heeft, te volbrengen.
Uw boeien hoeven evenwel niet blijven knellen,
mits u bereid bent tot een waardig samenspel
en u de vrijheid krijgt die u zozeer begeert.
Ik heb een klein verzoek dat door uw tussenkomst
ons beiden voordeel brengen zal. Maar haast u wel,
want Nero kan verrassend snel over uw lot
in desperate zin beslissen – en staan wij allebei
met lege handen. Maar sta mij eerst een terugblik toe.

Mij achtervolgt nog steeds wat zich heeft afgespeeld
rondom de dood van de door u vereerde Nazarener
en dan met name het beeld dat in uw kring van mij
is gecreëerd van een verachtelijk handelende procurator.
Ook achteraf verwerp ik hetgeen men mij ten laste legt.
In alle oprechtheid vraag ik u, apostel van de Pax Romana,
begunstigd door de hemel, verklaar de tegenstrijdigheid
tussen uw belijden en de eensluidendheid waarmee
men mij naast Jezus aan het hout genageld heeft.
Kruis of munt, luidt het parool. Maar het goddelijk plan
onttrekt zich aan de slogans van de markt en bakerpraat.
En dus blijft dit maar in mij malen: waar stopt ons aandeel
in zeker gebeuren en grijpt een hogere macht de teugels?
Ik, medeplichtig aan gerechtelijke dwaling (ik geef het toe,
u leest het goed!), die tot oneindig heil voor heel de wereld
(in lijn van uw belijden redenerend) heeft gevoerd.

Ik beken dat ik mij door de paranoia van Herodes
heb laten leiden. Die man dacht werkelijk dat de Doper
weer was opgestaan. Maar vrienden? Wij bleven rivalen
tot aan zijn gruwelijke dood. Ik voelde mij zeldzaam opgelucht
toen het bericht mij had bereikt, en ik was niet de enige.
Jezus – nooit ben ik losgekomen van zijn schaarse woorden;
had hij op dat moment in het Sanskriet tot mij gesproken,
dan was niet minder tot mij doorgedrongen. Pas heden,
nu ik een deel van Gallië bestuur, is mij de tijd gegund
mijn leven te overpeinzen. Ik begin heel langzaam te begrijpen
dat waarheid niet een frase is uit een of ander boek, waarmee
de lotgevallen van de dag amper van doen hebben.
Mijn Claudia zaliger, wat heb ik haar bemoeienis miskend
met harde woorden en een nog bruusker scheiding!

Wat ik u hierbij verzoek: bevrijd mij van de blaam
die mij is aangewreven na onvoorziene omstandigheden
die mij noopten aan de voltooiing van Jezus’ agenda
deel te nemen en zelfs in zekere zin zijn adjudant te zijn.
Over dat laatste: weerhoudt hij mij of moedigt hij mij aan,
vroeg ik mij die hele ochtend af. Natuurlijk kon ik niet,
wat Claudia naar ik nu begrijp impliceerde, mij van hem
distantiëren. Linksom of rechtsom moest ik vonnis vellen,
maar wat mij bovenmate hinderde was niet (wat Mattëus
suggereert) de opgezweepte massa ofwel de Princeps,
en zelfs niet die vermaledijde waarheidsvraag die door
mijn hersens spookte, maar het vertoon van deze
zonderling van, hoe moet ik het omschrijven, diens
buitenmaatse superioriteit. Ik voelde mij een schaker
in een partij, waarvan hij door zichzelf als meesterzet
vrijwillig op te offeren de overwinning afdwong.
Toen dacht ik: idioot – nu: geniaal. Genoeg hierover.

Ter zake. Juist in uw benarde situatie – de grillen
van de Imperator zijn legendarisch – kunt u mij zeer
van dienst zijn en ik u. Kortweg: wend uw gezag aan
bij de oudsten en met name Simon die eveneens
gevangen zit in afwachting van zijn executie,
om simpelweg mijn naam te wijzigen in ‘Tiberius’,
daarmee de tijdsaanduiding meer neutraliserend.
Ten overvloede, maar voor alle duidelijkheid:
‘Pilatus’ is zowel aanmatigend als insinuerend
en het ontsiert niet weinig uw confessie doordat
men in dezelfde adem de Moeder Gods hoort noemen.
Dit zal bij de weldenkenden stellig de wenkbrauwen
doen fronsen. Ethiek en esthetiek vallen hier samen.

Nee, ik zie u denken, helaas, uw wapenbroeder
is niet meer te redden, zijn lot is reeds bezegeld,
zijn kruispaal staat al klaar voor zijn ontvangst in de arena –
maar hij zal met de dood voor ogen van goede wille zijn.

Zodra mij hieromtrent verheugend nieuws bereikt
bij mijn familie, waar ik in deze Stad verblijf,
(Fortuna wilde dat ik ambtshalve werd ontboden)
verzeker ik u van mijn steun, die zeker tot uw vrijlating
zal leiden. Geloof mij, Caesar is mij zeer genegen.
Daarbij: als geboren Romein geniet u zekere rechten,
waar ook een Keizer niet achteloos aan voorbij kan gaan.
Uw status is uw troef, benut uw eloquentie!
Anders zal uw reis naar Spanje met zekerheid
de laatste zijn geweest. Uw sterren staan ongunstig,
aarzel dus niet, doe of het uw verzoek is en dring aan:
hij, Petrus, heeft de sleutels van uw cel in handen!

Ik schrijf u dit in het diepst vertrouwen. Vernietig
deze brief onmiddellijk na lezing. Ik hoop u spoedig
weer te zien als gewaardeerde gast. Mijn landgoed
staat geheel tot uw beschikking. Verpoos bij mij
tot de Romeinse onweersluchten zijn verdreven
en u de expeditie naar Brittannië, gesteund door
aanbevelingsbrieven mijnerzijds, kunt ondernemen.
Moge uw god u zegenen en mij indachtig zijn!

 

 

 

Koos Geerds (1948) publiceerde een tiental dichtbundels waaronder Dialoog met het eiland. Het gedicht ‘Pilatus’ verscheen in Liter 119.