door Ferdy Karto • 
Dit verhaal verscheen in Liter 117 (juni 2025). Ferdy Karto is dichter, schrijver en theatermaker. In 2025 bracht hij zijn nieuwe dichtbundel Aardvark Tremendum uit.

 

 

Autotransactie

Verhaal

 

Twee alerte, wantrouwende oogjes keken hem aan. Er sprak al zo’n verdachtmaking uit die oogopslag, dat Rico zich van de betreffende haan verwijderde. Hij wist niet of zo’n beest je kon aanvallen. Wel verwonderde hij zich over de aanwezigheid van dit gevogelte op deze plek. Hij wierp nogmaals een blik op de weg terwijl de haan en zijn kippengevolg korte keelgeluidjes maakten. Hij vond zichzelf een toegeeflijk man, maar hij was wel van de klok. Tot kwart over negen zou hij wachten op de autoverkopers. Ze zouden komen aanrijden uit de richting van Frankrijk, was hem meegedeeld. Rico voelde in zijn binnenzak. De hoek van de envelop met geld prikte in zijn wijsvinger. Hij had een voorgevoel gehad, al toen hij vanaf de bushalte een half uur naar deze plek liep: het was een onooglijke plek. Echt iets voor Martin om op dit soort bedenkelijke plekken een overdracht te regelen.
Van de voormalige grenspost waren alleen de funderingen over: betonnen randen die boven het gras uitstaken met daarin de boutgaten van de verdwenen muren. Wie ging er zo vroeg op zondagochtend al op pad? Rico ging op de vangrail zitten langs de uitrit van het tankstation, naast de oude grenspost. Hij tikte ongeduldig met de punt van zijn schoen tegen het asfalt. Het was de onrustige gedachte dat een of andere sjofele kinkel dadelijk zijn opwachting zou maken. De afstand tussen hem en de snelweg zou zo’n vijftien meter kunnen zijn, maar vijfendertig hield hij ook voor mogelijk. Hij was nooit goed geweest in afstanden schatten, in rekenen evenmin en handeldrijven lag nog verder buiten zijn kunnen. Daarom voelde hij zich hier als een boomchirurg op een kermis. Waarom kon Martin deze auto niet zelf ophalen? Die dekselse man plande altijd dubbele afspraken. Nu was Martin onderweg naar Frankfurt om daar een badmeubelset op te halen die hij vervolgens met minstens twintig procent winst zou doorverkopen. Rico zat krap bij kas en Martin wist dat.
Met een sigaret in zijn mond had Martin hem deze opdracht aangeboden. ‘Auto ophalen bij de grens, naar de garage brengen, dan krijg je zestig contanten van me,’ had hij gul toegezegd. Rico had een bepaalde aversie tegen volk dat in auto’s handelde. Louche figuren zonder nuance of enige blijk van beschaving.
‘Louche?’ Martin reageerde fel. ‘Geld verdienen, oelewapper. Netjes zijn doen we wel in de kerk.’ Hij lachte en toen Rico meedeed, stopte hij acuut met zijn hikkerige gegrinnik.
Geen volk. Om elf over negen draaide Rico het hele alternatieve scenario in zijn hoofd af, waarvan hij geloofde dat hij het zo meteen in gang moest zetten. Hij zou bij het tankstation een taxi bellen die hem naar het station in Duisburg bracht. Daar de trein in en dan godzijdank weer terug thuis. Maar wat zou Martin zeggen? Ze hadden niets afgesproken voor een no-show.
Een rode stationwagen snelde hem voorbij richting de oprit naar de snelweg. Hij keek de auto na en zag een dame met een te groot zonnebrilmontuur. Ze had waarschijnlijk zojuist de tank volgegooid omdat dit zevenentwintig cent per liter scheelde met de andere kant van de grens. Een andere auto gleed nu stapvoets langs Rico, op de parkeerplaats. Het was een beige Peugeot met vaal plaatwerk, alsof de lak er afgeschuurd was. Een lunchtrommel was het eerste dat bij Rico naar boven kwam toen hij de auto zag. De twee inzittenden monsterden hem vanachter smoezelige raampjes. Twintig meter verder kwam het vehikel schokkend tot stilstand. De passagiersdeur vloog open en een gezette man met een smakeloze Afghaanse jas klom er onhandig uit. Zijn robuuste lichaam leek te groot voor de auto. De man draaide zich naar de bestuurder, die nog in de auto zat, en Rico keek toe hoe hij al gesticulerend Franse scheldwoorden naar zijn kompaan slingersteende. Dit heerschap in zijn Afghaanse jas, met dun, blond haar dat tot zijn schouders reikte, wreef tenslotte over zijn achterwerk, zuchtte theatraal en liep richting de bosjes, terwijl hij nog enkele verwensingen sputterde. Nu klapte het bestuurdersportier open en zag Rico twee voeten de grond raken. Een sigaret sierde de vingers van de hand die het portier vastgreep. De bestuurder stond op, een tenger exemplaar in vergelijking met zijn kompaan. Hij droeg een trainingsjasje waarvan de eens zo felle kleuren nagenoeg waren vergaan. Nonchalant strekte hij zijn armen en tuurde naar de passerende auto’s op de snelweg. Rico aanschouwde dit tafereel met een onbestemd gevoel. Hij besloot te blijven zitten tot de boel bedaard was. De tengere keek op naar Rico. Hij maakte oogcontact en knikte kort met zijn kin. Met onbekommerde pas naderde hij de vangrail.
‘Martin?’ De stem van de tengere klonk onverwacht diep.
Rico schudde van nee, maar bedacht zich en knikte bevestigend. Hij besefte dat het verwarrend overkwam. ‘Ik kom van Martin, voor de Peugeot.’ Om zichzelf te verduidelijken wees Rico naar de auto waaruit de tengere zojuist was gestapt. Deze nam eerst een hijs van zijn sigaret en volgde daarna in alle rust Rico’s vinger. Zo keek hij over zijn schouder naar de Peugeot waarin hij gearriveerd was.
‘Antoine!’ klonk het schertsend uit de bosjes. De dikke blonde man haastte zich alsof hij door een kudde gnoes achtervolgd werd.
‘Silvain!’ riep Antoine gevat terug. Hij draaide zich weer naar Rico en grijnsde.
Silvain kwam met zijn logge lijf naderbij. Het bewoog zo waggelend dat het leek alsof hij een quickstep zou inzetten. Hij voegde zich bij Antoine en knikte naar Rico. Hij stak van wal met een anekdote in het Frans. Rico wist dat het iets te maken had met het ledigen van zijn blaas.
‘So, wollen Auto kaufen?’ Antoine’s Duits was belabberd, maar Rico constateerde verrast dat het nog veel belabberder was dan zijn eigen taalbeheersing op middelbare schoolniveau.
Onder de blik van Silvain, die constant leek te knikken op een ongestelde vraag, stond Antoine dermate dichtbij dat hij zijn hand op Rico’s heup zou kunnen leggen. Daardoor kon Rico Antoine’s gelittekende jukbeen zien. Het leek alsof er een twijg onder zijn huid plakte. Op zijn fletse ogen dreven vlekken. Zijn bakkebaarden maakten zijn kleurloze gezicht niet levendiger. Silvain glimlachte, waardoor zijn neus op een geroosterde pastinaak leek. Rico dacht aan een kind, een kind waarin je geen diepte kunt meten. Ineens daalde het besef neer dat hij nog nooit was overvallen. Hij vroeg zich af hoe zoiets in zijn werk zou gaan.
‘Heb je het geld bij je?’ vervolgde Antoine. Eén van zijn mondhoeken krulde op. Rico wist niet zeker of zo’n directe vraag gebruikelijk was. Zijn gegrinnik deed het Franse tweetal de wenkbrauwen fronsen. Hij had voldoende zelfkennis om te weten dat hij niet gemaakt was om te handelen, dat hij de codes niet verstond en geen benul had van transactiezeden.
‘Was het een goede reis hiernaartoe?’ probeerde hij. Een normale conversatie, dat gaf hem op dit moment een beetje houvast, als een reddingsboei.
Antoine krabde zich op het hoofd. ‘Ja, deze hier,’ hij wees naar zijn landgenoot, ‘deze hier is vorige week geopereerd.’ Antoine begreep de vraag verkeerd, maar Rico liet hem begaan. Silvain keek nog altijd als gehypnotiseerd naar Rico, terwijl Antoine verder sprak. ‘Hij moet eigenlijk nog gewoon rusten, maar ja.’
Bij elk briesje kwam de walm van Antoine’s doorrookte kleding Rico tegemoet.
‘Waaraan is hij dan geopereerd?’ vroeg Rico. Ze spraken nu over Silvain, alsof hij er niet bij stond.
‘Aan zijn blinde darm. Tsjak! – er zo uitgehaald.’ Antoine maakte een snijbeweging met zijn hand, terwijl Silvain iets piepte in het Frans. ‘Hij is nog niet helemaal zichzelf. Vanwege de narcose.’ Hij sprak het woord vreemd uit alsof hem een ander woord ontschoten was. ‘Ben jij wel eens onder narcose geweest?’
Terwijl Rico om zich heen keek – zocht hij getuigen? – schudde hij zijn hoofd en hoewel hij niet zeker wist of Silvain het Duits beheerste, richtte hij zich tot hem. ‘Hoe is dat nu, onder narcose gaan?’
Silvain glimlachte. Hij leek vereerd een vraag te krijgen. ‘Wel, kameraad. Onder narcose gaan…’ Hij hief zijn hoofd ter inspiratie, keek Rico weer aan en sperde zijn oogleden uiteen, ‘onder narcose gaan is als een ritje in de achtbaan. Ja. Je moet lang wachten in een rij en dan is het ineens zo voorbij. Je stapt uit, je hebt je angst overwonnen met na afloop alleen kramp in je zij en een beetje rugpijn.’ Hij hief zijn hoofd weer om een zwevende vogel met zijn blik te volgen. Hij zuchtte. ‘Eigenlijk is onder narcose gaan helemaal niet hetzelfde als een ritje in de achtbaan,’ bekende hij. ‘Je bent plotseling weg en wordt weer wakker.’ Hij stopte abrupt. Dat was zijn antwoord, dit was zijn bijdrage. Antoine knikte als een trotse ouder.
‘Oké,’ bracht Rico uit, ‘dat is een goed verhaal.’ Hij wist niets beters te zeggen.
‘Ja, een goed verhaal,’ sprak Silvain, terwijl hij zijn lange haar naar achteren streek. ‘Mijn oma vertelde me altijd dat er mensen zijn die gelukkig worden van het luisteren naar andermans verhalen.’
Antoine werd een beetje ongeduldig en keek over de schouder van Rico naar de bedrijvigheid bij het tankstation. Hij plukte aan zijn spijkerbroek en betastte zijn kruis, wat Rico eigenlijk niet verraste.
‘We gaan zo weer verder, naar Augsburg.’ Het klonk alsof Antoine pochte, wat waarschijnlijk niet zo was. Rico haalde de envelop uit zijn binnenzak. Het was een chique exemplaar, maar wel beduimeld. Hij had thuis, na lang zoeken in zijn kasten, niets anders kunnen vinden. Hij overhandigde hem aan Antoine, maar Silvain griste hem voor zijn ogen weg. Even stonden ze te kibbelen als schooljongetjes. Silvain telde de biljetten met een ernstig gezicht, terwijl Antoine de sleutel uit zijn trainingsjas haalde en aan Rico overhandigde.
‘Goede reis en zet hem op,’ zei Antoine in een fantasievolle Duitse grammaticale constructie.
Rico glimlachte terwijl hij de sleutel vasthield. Silvain begon uitbundig tegen Antoine aan te kletsen. Hij wist niet hoe hij afscheid moest nemen van het eigenaardige duo, dus liep hij rechtstreeks naar de zojuist gedane aankoop. Hij opende het portier in de verwachting dat een onwelkome geur hem tegemoet zou komen, maar dat bleef uit. Het rook naar reinigingsmiddel voor ramen. De auto stond in zijn vrij en hij draaide de sleutel in het contact. Hij controleerde de handrem, waarna hij langzaam wegreed, terwijl hij de kleine steentjes onder de banden hoorde knetteren. Rico leefde in de veronderstelling dat hij iedere auto grondig moest leren kennen voordat hij er goed in kon rijden, maar bewees nu het tegendeel doordat hij zich meteen content voelde in dit exemplaar.
Hij besloot het tweetal, dat nu neusophalend een beetje verloren om zich heen keek, te naderen. Hij stopte voor hun voeten, bij het stoepje van de bandenpomp, en draaide het raam open.
‘We gaan ons eerst even opfrissen,’ zei Antoine, alsof hij een vraag beantwoordde.
‘Eerst even opfrissen,’ herhaalde Silvain, zichzelf ook zo rechtvaardigend, en keek voor zich uit.
‘Hoe komen jullie in Augsburg?’
‘Er komt straks een truck.’ Een verdere toelichting leek niet nodig.
‘Augsburg, om even de pijn te verwerken,’ voegde Silvain er dromerig aan toe. Rico meende iets tragisch in zijn gezichtsuitdrukking te zien zinken. Hij staarde de verte in. Nu werd Rico zich weer bewust van het constante ruisen van het verkeer. Het was maf: zij hier in stilstand, terwijl anderen met honderdvijfendertig kilometer per uur voorbij flitsten.
‘Wat voor pijn?’ Rico kon die laatste opmerking niet zonder vraag laten gaan, hoewel hij niet nieuwsgierig was aangelegd.
‘De grootste,’ antwoordde Silvain ad-rem, alsof hij de vraag had verwacht.
Terwijl het tweetal bleef toekijken, zette Rico de auto in z’n een en wuifde een onbeantwoorde groet door het raam, voordat hij het dichtdraaide. Verderop zag hij een vrachtwagenchauffeur zijn voertuig in klimmen alsof het de mast van een schip betrof. Meerdere chauffeurs keken gelaten naar de snelweg vanaf hun ronde statafeltje naast het tankstation. In de verte zag hij, naast een camper op het parkeerterrein, hoe een moeder haar peuter een boterham voerde. Rico liet het allemaal achter zich en zette de auto in de vierde versnelling, gaf flink gas op de invoegstrook en ging op in de uniform bewegende massa.