Liter 119 – over De sprong

| Iedere jaargang is voor Liter weer een sprong. We nemen met een dankbare buiging afscheid van onze gastschrijver Arnon Grunberg en we gaan zinnen als deze missen: ‘Met terugwerkende kracht is het oordeel gratuit, het zijn de dichters en de schrijvers die altijd weer denken dat het leven achteruit geleefd kan worden, het wordt vooruit geleefd, in sublieme blindheid. Dat was feitelijk de enige hoop, dat de blindheid subliem kon worden genoemd.’ Dat is nog eens een sprong.

Als gastschrijver in 2026 heten wij met trots en genoegen welkom: Rob van Essen, wiens dagboekfragmenten in Liter zullen verschijnen. Een literaire tijdsdoorsnede van zijn leven, een glimp van het verborgene.
En welke thema’s passen er beter bij de dagboeken dan het ritme van de dag zelf? Zo volgen we in 2026 het getijdengebed: Metten – Lauden – Vespers – Completen. Een dag in een jaar.

Maar eerst de sprong: met een verhaal van gastschrijver Arnon Grunberg, een interview met Sytse Jansma, een portfolio van Wim Hofman, verhalen van Lotje Steins Bisschop, Martin Michael Driessen en Anna van der Kruis, gedichten van Menno van der Beek, Raymond Carver, Koos Geerds, Sytse Jansma, Jeanet Kingma, Myrte Leffring, Bert van Weenen en Thomas van der Zwan, essays van Menno van der Beek, Renée van Marissing en Reinout Wibier, en ten slotte een veelvoud aan boekbesprekingen.

 Liter 119 verschijnt al half december en is, zoals elk nummer, 80 bladzijden groot en vormgegeven door Steven van der Gaauw