• door Leendert Torn •
Over Ocean Vuong, De keizer van Gladness |
Net als de ijsjes zijn de romans in Amerika doorgaans omvangrijk. Je moet als lezer aan je trekken komen, worden vermaakt, gesterkt of gelouterd. Dat geldt ook voor De keizer van Gladness, de nieuwe roman van de Amerikaanse auteur Ocean Vuong. Het boek bulkt van vertelkracht. Zoals eerdere schrijvers van een Grote Amerikaanse Roman gaat Vuong op zoek naar de ziel van Amerika. Zal hij hem vinden?
Op het eerste oog waan je je als lezer in een ontwikkelingsroman van Charles Dickens of, waarom niet (de roman komt uit Amerika), in een persiflage van zo’n immense pil van John Irving. We hebben een held (of antiheld), we hebben Amerika, een lach en een traan, kleurrijke personages, de nodige hilariteit en natuurlijk een bevredigende plot met een kop en een staart.
Maar daar gaat het – gelukkig – wringen, want eigenlijk is er geen kop aan Vuongs verhaal, en ook geen staart. En ja, Amerika mag er in Vuongs roman uitzien als een roman van John Irving, de tragedie van hoofdpersoon Hai (die een projectie is van Vuongs eigen tragiek) is veel schrijnender dan dat ‘ie kan dienen als model en morele opkikker uit de apotheek van Copperfield & Garp.
De negentienjarige Hai staat op het punt om van een brug te springen in het stadje East Gladness, Connecticut. Hij is een drugsverslaafde gesjeesde student van Vietnamese afkomst. Voor hij springt wordt Hai aangeroepen door een (naar later blijkt) demente vrouw. Van het een komt het ander. Hai trekt bij de Litouwse Grazina in en wordt haar mantelzorger. Voor de kost gaat hij werken bij een fastfoodrestaurant, dat wordt bevolkt door een team brekebenen onder de bezielende leiding van een manager (v) die droomt… van een carrière als worstelaar.
De beschrijving van het reilen en zeilen in het restaurant vormt de basisverhaallijn en roept herkenning op door zijn vintage Amerikaanse aanpak met excentrieke personages, uit het leven gegrepen voorvallen en een haast sentimenteel wereldbeeld dat door schrijvers als de genoemde Irving, Richard Russo en zelfs Jonathan Franzen is verfijnd tot een cocktail van satire en ethisch appel. In het restaurant is Hai er getuige van hoe de Amerikaanse droom op een hilarisch symbolische manier in stukken valt. Of Vuong hierbij voluit persifleert of handig meelift op het genre is voer voor literaire borrelpraat.
De tweede verhaallijn is complexer en volgt de interactie tussen Hai en Grazina. Beiden hebben als immigrantenkind een rugzak vol levenspijn. In hun existentiële exit-positie zijn ze geknipt om elkaar tot steun te zijn. Geen van beiden zit te wachten op reguliere hulpverlening, omdat ze allebei al door de bodem zijn gezakt en alleen nog openstaan voor een compassie die verder reikt dan de façade. Het rollenspel dat Hai bedenkt om de hallucinerende Litouwse door haar oorlogsverleden te loodsen, is een hoogtepunt van Vuongs verbeeldingskracht.
Het verhaal wordt verteld door een alwetende verteller (Vuong), die emotioneel gezien helemaal in zijn hoofdpersonage Hai opgaat. Het voelt daarom vaak aan alsof je een ik-verhaal leest. Dat maakt de roman extra intens, maar het zorgt soms ook voor vervreemding. Pas als je het boek uit hebt en alle voorvallen, personages en beelden als een droom zijn verdampt, dringt tot je door wat de schrijver heeft bezield. Na alle tumult hoor je opeens de ene schreeuw die het boek vult. Vergeet een happy end.
Ocean Vuong (1988), wiens debuutroman Op aarde schitteren we even werd overladen met prijzen, is naast romanschrijver ook essayist en vooral dichter. Voor zijn poëziedebuut Night Sky with Exit Wounds kreeg hij onder andere de T.S. Eliot Prize. Ook op de taart van zijn nieuwe roman prijken tal van poëtische kersen: ‘In de schemering ging Russia’s acne, die overdag op uitgesmeerde bosbessenjam leek, op in de gladdere delen van zijn wang, als verweerd spijkerschrift op oud marmer.’ Je wrijft je ogen uit, later denk je: ‘Mooi gezien.’
De keizer van Gladness zit vol schrijnende momenten die niet worden getemperd door een transcendent of zingevend perspectief. Neem de telefoongesprekken die Hai met zijn moeder voert, waarin hij haar voorspiegelt hoe hij als student medicijnen vorderingen maakt, terwijl hij nooit uit Gladness is weggegaan en zonder veel succes vecht tegen zijn verslaving. Of de vasthoudendheid waarmee Hais neefje Sony (een kenner van alle veldslagen uit de Amerikaanse Burgeroorlog) vruchteloos probeert diens moeder uit detentie vrij te kopen.
In die lange rij van hartverscheurende voorvallen trakteert Vuong de lezer zo nu en dan op een epifanie van pure mildheid. Die komt voort uit de zichzelf wegvlakkende empathie van Vuongs eindeloos observerende hoofdpersoon, die zich meer bekommert om zijn familie en collega’s dan om zijn eigen coming-out. Die wordt overschaduwd door de rouw om een gestorven vriend en het voorvoelde onbegrip dat hem wacht.
De keizer van Gladness geeft stem aan de problematiek van Vuongs generatie. Na hun komst van Vietnam naar Amerika schitterden de vaders door afwezigheid en vluchtten de moeders in rooskleurige dromen over de toekomst van hun kroost. Zonder oordeel laat Vuong op elke bladzijde zien dat die romantische en in wezen ik-gerichte Amerikaanse Droom niet bestaat. Het leven is hard en vaak oneerlijk of uitzichtloos. Om dat voor jezelf en anderen onder ogen te zien opent de weg naar een compassie die gaat tot achter de façade.
Ocean Vuong, De keizer van Gladness. Vertaling Johannes Jonkers. Hollands Diep 2025, 416 blz. € 23,99