door Reinout Wibier

Over Vallende ouders (1983) van A.F.Th. van der Heijden |

In ‘De canon van Liter’ wordt een klassieker of een actueel werk uit de literatuur onder de loep genomen. Eén thema springt eruit. De rubriek omvat een introductie en drie gespreksvragen die geschikt zijn voor gebruik op de leesclub en in het onderwijs. 

 

Vallende ouders, het eerste deel van de romancyclus De tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden, zag iets meer dan veertig jaar geleden het levenslicht. Iets daarvóór, op 9 december van datzelfde jaar, 1983, was de proloog al verschenen, De slag om de Blauwbrug, maar met Vallende ouders ging het weelderige, megalomane, ja, het gulzige project van Van der Heijden echt van start. De cyclus bestaat inmiddels uit dertien delen, in december 2023 verscheen het in eigen beheer uitgegeven Zogkoorts en voor het voorjaar van 2024 staat De ijzeren man gepland, officieel deel twaalf in de reeks. Zowel Vallende ouders als de cyclus als geheel zijn barokke werken, de taal druipt van het vet, verbonden door de hoofdpersoon Albert Egberts en diens omzwervingen door het Nijmeegse studentenleven (Vallende ouders, De gevarendriehoek (1985)), het nachtleven en krakersbestaan in Amsterdam (Advocaat van de hanen, 1990), Italiaanse excursies (Onder het plaveisel het moeras, 1996) en de kleinburgerlijkheid van Amstelveen (Kwaadschiks, 2016).

Op de een of andere manier voel ik mij thuis in het werk van Van der Heijden. De verklaring zou kunnen worden gevonden in het gegeven dat mijn leven zich voor een groot deel langs hetzelfde pad heeft afgespeeld als dat van Albert Egberts. Weliswaar werd ik niet in het Brabantse Geldrop maar in Nijmegen geboren, maar mijn studiejaren speelden zich ook in die stad af, waarna ik net als Albert naar Amsterdam vertrok. De gebeurtenissen die het decor vormen voor de Amstelveense episoden uit Kwaadschiks speelden zich af toen ikzelf ook in dat wonderlijke vvd-dorp nabij Amsterdam woonde en mijn moeder werd (net als die van Albert) weldegelijk in een Brabants dorp geboren. Maar de overeenkomsten tussen mijn leven en dat van Albert Egberts zijn vooral topografisch, dus een echte verklaring biedt dat niet.

Het centrale begrip uit de romancyclus is ‘leeeven in de breeeedte’, een soort wens het leven, dat eindig is, in lengte toch een eeuwigheidswaarde te geven, namelijk door het moment zelf in de breedte uit te rekken zodat er toch zoiets ontstaat als het eeuwige leven, misschien zelfs in dezelfde zin als Johannes dat begrip gebruikt in zijn evangelie. Want weliswaar is Van der Heijden net als zijn alter ego Albert niet, althans niet merkbaar, gelovig, toch zijn de boeken doordesemd door een soort warm en rijk gevoel waarvoor ik geen andere term kan verzinnen dan katholiek. Maar dan wel in de zin zoals Hans van Mierlo, de inmiddels overleden voorman van D66, ook altijd iets van een katholiek aura om zich heen bleef dragen, hoezeer hij daar ook aan heeft geprobeerd te ontsnappen. Die toon en sfeer worden al in de eerste paar zinnen van Vallende ouders feilloos neergezet:

Catastrofes treden zelden in hun eentje op. Het liefst overvallen ze je in groepsverband. Ze trommelen elkaar op en kondigen elkaar aan: de ene ramp is jobsbode namens de andere.

De boeken druipen van seksuele energie, van de volheid en rijkdom van Gods schepping en van lust voor wat die creatie allemaal te bieden heeft. Zoals bij veel goede literatuur ontsluiert het de magie die in het alledaagse zit verborgen, zoals de bijbelse verhalen van de wonderbaarlijke broodvermeerdering ook een interpretatie verdragen waarbij het wonder bestaat uit het simpele feit dat de aarde vruchten voortbrengt waarmee wij onszelf kunnen voeden. Vallende ouders is een van de beste boeken uit de reeks. Vanaf de openingsscènes, waarin Albert met zijn vriend Thjum een studentenhuis aan de Nijmeegse Berg en Dalseweg betrekt, niet ver van het beroemde Canisiuscollege waar Van Mierlo evenals oud-premier Ruud Lubbers tot de meer prominente reünisten behoorde, is dat katholieke gevoel van weldadigheid overal nadrukkelijk aanwezig. Het reist met Albert mee als hij noodgedwongen weer bij zijn ouders zijn intrek neemt en hij neemt het zelfs mee naar het goddeloze Amsterdam. Vallende ouders gaat over hoe Albert zijn ouders, met name zijn vader, in slow motion van hun voetstuk ziet vallen, maar misschien gaat het ook wel over een wereld die ooit doordrenkt was van Roomse geuren die langzaam maar zeker steeds verder verdund worden. En over de vraag wat daarvoor dan precies in de plaats komt.

 

*

Discussieer

Wijs de katholieke elementen aan in de roman. Overheerst het seculiere of het religieuze?

Denk

Wat is de houding van Albert Egberts ten opzichte van het katholieke geloof? Wat gelooft hij zelf?

Overweeg

Heeft het concept van leven in de breedte een religieuze connotatie?

 

 

 

A.F.Th. van der Heijden, Vallende ouders. 1e druk: Querido Amsterdam 1983, 25e druk: De Bezige Bij Amsterdam 2011