Driemaal gedicht • 
Op 8 maart, internationale vrouwendag, bieden we een unieke compositie van gedichten. Gedichten van vrouwen waar Liter trots op is. ‘Zwaartekracht’ van gastschrijver 2022 Gerda Blees, ‘De duivelsberg’ van Clara de Groen en ‘Uitgeput! (hart, grot, hobo)’ van Emy Koopman als nieuwe gastschrijver. Adem in, adem uit.

 

* Zwaartekracht

 

Eerst lag je, zonder tegenkracht
kleefde je aan elke ondergrond. Toen kwam je
in verzet, begon de andere kant op te bewegen, omhoog
met je hoofd, je armen en je bovenlijf, daar zat je, daarna kroop je
en nu sta je met één handje vast en straks zul je niet eens
meer weten hoe het was om niet te kunnen lopen.
Als je je lepel loslaat
valt die
elke dag opnieuw
en ook je stukje brood
en alles wat je maar te pakken krijgt
dat is een regel waaraan niemand iemand hoeft te houden.
Een man die goed kon rekenen en nooit trouwde, schijnbaar
omdat zijn moeder hem verliet nadat zijn vader doodging
heeft daar een tijd geleden een soort wetboek over geschreven
maar alles valt vanzelf, ook zonder er het fijne van te weten
ook jij, ook straks als je kan lopen, dansen, springen, klimmen
en ook dan zullen er dagen zijn dat het lijkt alsof het vallen sneller gaat
alsof de aarde harder aan je trekt, dan weet je dat het tijd is om mee te geven
een lege plek te zoeken op een zachte ondergrond, grond die je vangt
grond die je draagt, tot je weer opnieuw begint en in verzet komt
en weer opstaat.

 

Gerda Blees, Liter 105, p. 18 – uit ‘Fenomenologie voor het kind’

 

 

DE DUIVELSBERG

 

Als pauwenveren liggen mijn schoenen aan de voet van de Duivelsberg.
Het blauwgroen betast door dauw.

Weegt die ene druppel waaruit jij me aanstaart,
zwaarder dan de rest?

Alles wat in de aarde ligt, wil maar één ding,
alles wil naar boven, naar het licht.

De aarde werkt mee. Wat te denken van al die stenen
die ieder jaar weer naar boven komen. En neem de maden.

Bij hun geboorte is er een lichtmythe in hun hoofd geplant.

Al zeggen stemmen dat de mythe een fantasie is
en waarschuwen ze dat ze nooit meer zullen terugkomen
toch gaan ze.

Je weet wel hoe het afloopt, hè. Kijk maar naar die merel.
Voor ze het beseffen zijn ze dood. Een mooie dood wel,
sterven voor een ander.

Een hazelworm kronkelt in de schaduw onder haar voeten.

 

Clara de Groen, Liter 107, p. 56

 

 

UITGEPUT! (HART, GROT, HOBO)

 

‘Deze wereld,’ zei iemand, ‘die vreet aan je hart’ –
de dokter, misschien,
van mijn moeder,
die vraagt of ik, inmiddels,
weer orgaanvlees eet,
want (een vrachtwagen met ‘Troost’ erop sjeest buiten voorbij)
‘wat anders toch wordt weggegooid,
kun je net zo goed…’

Schetsen: een groot ziekenhuis,
als een kleine stad,
met frappuccino’s voor gezonden,
en een kapper voor de zieken
Terwijl leeftijdgenoten zich wagen
aan ayahuasca,
of aan een tweede kind,
proberen wij, mijn hart en ik,
de MRI,
die ontbrak nog op de bucketlist
van gezondheidsapplicaties
Hij heet Colin, versta ik verkeerd
‘Het is de kóeling,’ lacht de arts,
die zorgt voor een ritmische, pompende klank,
als op een dancefeest, drukbezocht,
en Colin het middelpunt van

‘De mensheid,’ zei de oliesjeik,
‘die laat zich niet redden’
Want wie is bereid om in grotten te wonen?
Bij de volgende scan ga ik u vragen de adem stil te houden
Er lijkt niets
wat wij kunnen doen
om te stoppen:
de bedrieger, de vloed, de zucht –
dus eten we,
uitgeput

Inademen
Misschien geen boodschappen vanavond, geen
Uitademen
druiprekje, geen kleuren
De wereld doet het beter als
Niet meer ademen
ik níet de televisie
net zoals ik níet
Ademt u maar weer door
mijn planten

Want ze zeggen dat
we onbezoldigd mogen,
Inademen
nee, onbezorgd,
Uitademen
daar hebben we recht op,
Niet meer ademen
goedkoop vervoer,
maar ook
Ademt u maar weer door
dat we verantwoordelijk,
zorgeloos verantwoordelijk
Inademen
Als ik moest verwoorden hoe machteloos
Uitademen
woorden staan
Niet meer ademen
tegenover het woeden van
Ademt u maar weer door

Mijn hart, mijn hart
wijkt af, maar
binnen toelaatbare grenzen
Er zit ook vocht in,
maar waarin niet?
Niet meer dan een ontstekingsreactie,
een licht ontwricht systeem
Dat scheelt weer
zevenentwintig kilo wegwerpmateriaal
voor dit onderzeese land,
dat drijft op ontduiking, plastic
en afwateringssystemen

‘Levensgroot,’
zeggen twee mannen
op de radio,
die praten over het belang van rietjes
voor de hoboïst
En terwijl ik, eindelijk dan, adem,
onderbreken we even,
voor het nieuws en voor de middelen
– Boek nu uw zomervakantie naar Aruba –
die worden ingezet
om de verkoop te bevorderen

Grotten van de meeste stormen, vertaalt Google een zin
Niet waar ik om vroeg,
maar wat je wordt aangereikt
dat moet je pakken
Klinkt het goed, dan is het waar

Doorgaan dan? Was beweging, altijd al, het doel?
Beweging zal verbranden,
ons verzadigd vet
Beweging zal verlagen,
de dagelijkse kans
Beweging – doet u meestal zonder na te denken
Beweging maakt vrij

Het heilige wordt zichtbaar, in de onnodige beweging,
en de noodzakelijke trilling
Dus
ik draai mijn hoofd, en hoor weer de speler
nog altijd spreken, moedig opgeruimd:
‘Maar alles wat wij doen,’
Inademen
en hij zou het kunnen menen,
Uitademen
‘zou helemaal geen zin hebben’,
Niet meer ademen
‘zonder’

 

Emy Koopman, Liter 112, p. 3-6