door Leendert van der Sluijs

Over Vonne van der Meer, Gesprekken op maandag |

Als ik aan Vonne denk, dan denk ik aan Vindeling, Winter in Gloster Huis, De vrouw met de sleutel, Eilandgasten, De reis naar het kind, en ik denk ook aan Zondagavond. Voor mij stuk voor stuk Van der Meer-boeken die onvergetelijk zijn. Hierbij heeft zich nu het nieuwe Gesprekken op maandag gevoegd. Alleen al de titel is blijvend. Hij vult een leegte in een fictief rijtje dagen van de week op de boekenplank. Ik lees de titels van links naar rechts: Zondagmorgen van Willem Jan Otten (hij is man van), en daarnaast Zondagavond (een novelle van Vonne), en dan zijn er Mijn dinsdagen met Morrie van Mitch Albom, De Woensdagclub van Kjell Westö, Donderdagmiddagdochter van Stevo Akkerman, Vrijdag of het andere eiland van Michel Tournier, en tot slot Stille Zaterdag van Désanne van Brederode. Tussen Zondagavond en het dinsdagboek van Albom staan nu de maandagochtendgesprekken die Vonne van der Meer hield met pastoor Nico de Gooijer in Naarden over de zeven katholieke sacramenten (niet geheel toevallig een zevental zoals het aantal dagen van de week).

In een voor- en nawoord van het boek licht de schrijfster haar verlangen toe de sacramenten van de kerk te kunnen ontvangen. Sinds 1994 maakt zij de gang naar de kerk en wil zij met de kerkgangers mee ‘een van de voetstappen worden’, mee te communie gaan. Het uitkomen van Zondagavond in 2009 was de aanleiding erover in gesprek te gaan met de pastoor, niet alleen over de communie (de eucharistie), ook over de andere sacramenten.
Het werd een bijzonder marathongesprek. De pastoor vertelde dat hij een leermeester vond in professor Hans Weterman, een briljant theoloog. Hij onthield van hem: ‘Ik hoop dat jullie diep in jezelf die ruimte vinden, waar verder niemand komen kan. Ook geen kerkelijke autoriteit. Een plek waar je niet kwetsbaar bent. Een bron, zo diep dat je er altijd uit kunt putten.’
Door deze wijsheid heeft de pastoor zich in zijn werk laten leiden, en ze vormt blijkbaar ook de leidraad voor de maandagochtendgesprekken met Vonne van der Meer. Achteraf constateert zij (het is een achteraf na tien jaar, de publicatie liet op zich wachten tot na zijn overlijden) dat hij een man was die ‘recht op zijn doel afging’. Het boek dat de schrijfster heeft samengesteld laat zich nu lezen en wonderlijk ervaren als een ongekende ruimte en is een bron geworden waaruit wellicht wekelijks op maandag kan worden geput.

De zeven sacramenten van de katholieke kerk zijn tekens, gebaren en handelingen met een grote betekenis. Ze komen stuk voor stuk aan de orde. Er zijn drie initiatiesacramenten (doop, eucharistie en vormsel), drie meer persoonlijke sacramenten (priesterwijding, huwelijk en biecht) en er is de zalving van zieken, stervenden, gepaard met een laatste communie. De betekenis van het sacrament als zodanig legt pastoor De Gooijer uit met het communiedoosje dat hij van zijn ouders kreeg bij zijn priesterwijding en waarmee hij naar zieken op pad ging. Op de rand staat: sta op en eet, want een lange reis wacht u.
Deze woorden zijn per sacrament te vertalen, zo wordt in de gesprekken duidelijk. Een sacrament van de kerk sterkt mensen in hun godsbesef. Bij de doop daagt het mensen dat ‘in elk mens iets van God opnieuw aan het licht komt’; bij de eucharistie dat God ‘ons in zich binnentrekt’; het vormsel herinnert mensen eraan dat ‘er iets van je wordt verwacht’; tot priester gewijd zijn betekent namens God aanwezig willen zijn, en betekent ook zoeken naar wat goed is; het huwelijk is een sacrament ‘dat mensen elkaar toedienen’ – ze kiezen voor elkaar; en de biecht leidt tot onderlinge acceptatie en de dingen weer goed willen maken. Ten slotte is het laatste sacrament, de zalving, ‘een teken van kracht’. De oude rite is dat niet alleen iemands voorhoofd, maar ook zijn hart, zijn ogen, oren, neus, handen en voeten worden gezalfd. Want de zintuigen zijn ‘de poorten waardoor wij met elkaar contact hebben’. Degene die zo bediend is, en daarbij ook de communie ontvangt, wordt gesterkt in het geloof dat ‘geen enkele periode’ in het leven zinloos is.

Wie op maandag de werkweek begint, leze eerst zo’n maandagochtendgesprek, over de rijkdom aan betekenissen die er in de kerk én in het leven is, in de vertaling van Vonne van der Meer en Nico de Gooijer. Op elke maandag een betekenis die ertoe doet, kan betekenen dat je er een hele week mee wordt gevoed.
Als ik aan Vonne denk, denk ik nu ook aan kerken met rituelen en gebeden. Denk ik aan haar voetstappen, haar onafhankelijk en tegelijk ontvankelijk meedenken, aan haar geloof, en aan de hoop die zij heeft (ook tegen de wanhoop die ‘de grote zwarte hond’ heet) en ik denk aan haar verbazend tere liefde voor God en mensen.

 

Vonne van der Meer (met Nico de Gooijer), Gesprekken op maandag – over de sacramenten, Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2022, 124 blz., € 19,99