door Menno van der Beek, 20 december 2015

 

Dit nieuwe boek van Benno Barnard, Mijn gedichtenschrift, is een pleidooi in flarden. Een betoog aan de hand van gedichten, door Barnard gelezen, vertaald en van uiteenlopend commentaar voorzien. Steeds geeft hij ons een gedicht, meestal van een Europese grootheid van de laatste paar honderd jaar, Auden bijvoorbeeld, of Miłosz, of van zijn vader – al mag ook bijvoorbeeld de Amerikaanse Emily Dickinson meedoen – om ons vervolgens mee te nemen in een betoog van een paar bladzijden. Meestal niet gehinderd door een strenge behoefte bij het onderwerp van het gedicht te blijven, geeft Barnard ons eerst het gedicht, en laat dan zien waar de pijn zit: de beschaving wankelt. Als hij buiten de pagina’s van dit boek, zeg, aan een tafeltje in een mooi Belgisch café, de onderwerpen aansnijdt die hij in dit boek aansnijdt – de cultuur, de poëzie en de religie – dan heeft hij sterk het gevoel dat hij ondertiteling nodig heeft. Jakob en Esau, Sappho, de Grote Oorlog, een boek, Homerus, vijfvoetige jamben, P.C. Hooft, steeds moet hij uitleggen wie, wat, waar en wanneer dat allemaal was. Tenzij natuurlijk iemand met zijn mobiele telefoon even bij Google kan, dan heeft men een idee (misschien beter: dan heeft men ‘een ondertiteling’), zij het maar voor even. De tijden veranderen namelijk:

 

‘En toch, we maken wel degelijk een reusachtige historische omwenteling mee. Het hele humanistische beschavingsmodel dat de periode 1500-2000 beslaat, dat zich dus van Gutenberg tot Google uitstrekt, is aan het desintegreren. Onze hersens worden aangesloten op onbegrijpelijke machines. De moderniteit heeft ons gebaard en nu dreigt haar lijk ons te verpletteren – dat is de geestelijke, politieke en artistieke toestand van het westen. En over onze schouder werpen we een laatste blik op de oude burgerlijke cultuur, toen iedereen nog piano speelde en patriottische gevoelens zacht glansden bij een feeërieke verlichting.’

 

Godfried Bomans schreef over Chesterton: ‘Voortdurend nam hij dat tussenstandpunt in, dat het standpunt is van de gewone, gezond denkende mens, doch hij deed dit met een brille, een gloed en een heftigheid die anders slechts aan ketterijen besteed wordt.’ Van Barnard zou men kunnen zeggen dat hij in dit boek de boekenwijsheid, het religieuze vermoeden, het gelukte huwelijk en de degelijke scholing verdedigt tegen alle vormen van onverdunde moderniteit en computergeweld. Maar saai wordt het nergens. En net als bij Chesterton overviel me bij lezing vaak de behoefte de schrijver ontzettend gelijk te geven als hij de haastigheid van nu gemaakte vergissingen aanstipt. Over onderwijs, bijvoorbeeld:

 

‘Ons onderwijs is gebaseerd op de misvatting dat kennis louter ten dienste van de kinderen staat, terwijl onderwijs ook op het omgekeerde principe moet berusten: kinderen dienen als vaten om oude kennis te bevatten die zonder hen zou uitsterven.’

 

Het huwelijk, degelijk onderwijs, de poëzie, kijk op de Europeesche verworvenheden, verstand van het christendom (‘Snobs mind us off religion, / nowadays, if they can / fuck thém. I wish you God’, aldus ook hier Les Murray). Balancerend tussen veel behartigenswaardigs en de onzin, dient Barnard ons prachtige gedichten en bruikbare gedachten op. Een systeembouwer is hij niet – ‘Maar wat weet ik ervan. Ik ben een vogel, geen ornitholoog’ – maar hij leidt ons onsystematisch door de poëzie, en als vanzelf begint op te vallen dat het allemaal met elkaar te maken moet hebben.

 


Vervelend achterom kijken of nodeloos aan de rem van de tegenwoordige tijd hangen wordt het overigens nergens, gelukkig. Het boek begint en eindigt met een paar pagina’s over de Belgische dichter Herman de Coninck, een tobberige melancholicus die de jonge Barnard in het België van de vorige eeuw diepgaand heeft beïnvloed en toen te jong overleed. Herman moest niet veel hebben van de katholieke geschiedenis van België, vermoedelijk omdat Herman er iets te dichtbij had gezeten in zijn eigen jeugd. Was De Coninck gewoon netjes ruim zeventig geworden, en leefde hij dus nog, dan had hij zich door dit boek vermoed ik een heel eind in de goede richting laten overhalen.

 

Benno Barnard, Mijn gedichtenschrift. Atlas Contact, Antwerpen/Amsterdam 2015, 251 blz., € 24,99.

Submit to FacebookSubmit to Twitter