Een authentieke manier van kijken

 

door Ruben Hofma, 8 december 2014

 

‘Poëzie is domweg de maximaal talige expressiviteit van een authentieke manier van kijken. Louter dat kenmerk, de expressiviteitgraad, bepaalt haar kwaliteit.’ Deze theorie komt van de Russische dichter, activist en uitgever Kyrill Medvedev en staat genoteerd in het essay ‘Mijn fascisme’ in Alles is slecht (Leesmagazijn, 2014). Regen kosmos kamerplant van Anne Broeksma is langs deze maatstaf gelegd een matige poëziebundel. Het debuut getuigt van een authentieke manier van kijken, maar de expressiviteitgraad ervan is niet zo hoog.

 

De wereld

Lees gedicht

 

De wereld

 

het liefst zou ik vanachter alle deuren
mensen schrapen, lossnijden van bed en bank
kantoorpanden leegkruimelen boven de stoep

 

zodat er op elke meter van dit land

een mens leeft, dag en nacht
met zaklamp, knikker, voerbak
en geduld

 

kijken wat er gebeurt

kijken of de wereld nog bestaat

 

Anne Broeksma

Het is het tweede gedicht van de bundel. Hier raak je niet van onder de indruk. Het gebruik van poëtische technieken is minimaal. Dat bepaalde woorden achter elkaar geplaatst zijn, maakt de tekst nog geen poëzie. Mooi beeldend zijn ‘schrapen’ en ‘lossnijden’, maar ze compenseren de rest van de tekst niet. Hoe kun je iets ‘leegkruimelen’? De manier van kijken is hartelijk en boeiend, maar niet echt onbekend. De uitsmijter is zwak. Neem dan het volgende gedicht, bijvoorbeeld de eerste strofe: ‘In dromen spring ik over tafels / om maffia te ontwijken. / Vlucht ik uit een toren / waar een uil wordt geslacht.’ Als de uitgever dit verstaat onder publicatiewaardige poëzie, is het hek van dam en kunnen mensen die alleen maar een opmerkelijke droom hebben, rekenen op een publicatie bij een reguliere uitgeverij.

 

 

Naast wijdlopigheid her en der, elkaar stroef opvolgende strofen, nonchalante, uit de toon vallende of flauwe woordkeuzes (schoenen die ‘ik voor geen meter’ vertrouw) en andere onzorgvuldigheden, bezigt de dichter een vrolijke, haast kinderlijke – Broeksma zou mooie gedichten voor kinderen kunnen schrijven – zeggingsmanier waarvan het poëtische dikwijls in het niet valt. Door het persoonlijke karakter van Broeksma’s gedichten – ik en wij zijn prominent aanwezig – krijg je bovendien het idee soms teksten te lezen van de zoveelste mens met een mening. De vraag is of die serieus te nemen is zonder de grote taalwonderen waar je op rekent bij poëzie.  Ik kan verschillende van de ongeveer veertig opgenomen gedichten citeren om het bovenstaande aan te tonen, maar dat doe ik niet; ik citeer liever de mooiere exemplaren, zoals ‘Er piept iets in de bosjes’.

 

Er piept iets in de bosjes

Lees gedicht

 

Er piept iets in de bosjes

 

Er piept iets in de bosjes dat ik redden wil
en ik vraag me af of ik kraaien moet geloven
als ze rampen nabootsen boven mijn hoofd.

 

Ik zit hier schichtig te wezen in een wereld
die zijn schepnetje naar me uitsteekt
en ik weet niet hoeveel meter vrije val
er tussen de huizen voor het oprapen ligt.

 

Erachter hoor ik soms nog wel een echo,
als lokroep voor een ruimer leven.

 

Korte ademtochten leg ik af:
naar buiten, naar binnen.

 

Anne Broeksma

En ‘Toen de wereld nog plantaardig was’, dat de gedachte aan het scheppingsverhaal oproept en dat een authentieke manier van kijken openbaart.

 

Toen de wereld nog plantaardig was

Lees gedicht

Toen de wereld nog plantaardig was

 

Alles begon met planten.
Toen de wind voor het eerst door de bladeren trok
was het goed.

 

Beweging stond gelijk aan groei
en de overwoekerde wereld had geen boodschap
aan beesten.

 

Ik vraag me af wie het bedacht heeft:
dieren, mensen.
Het loopt door elkaar heen,
botst tegen elkaar op,
kent angsten.

 

Ooit moet het gebeurd zijn:
een warme snoet nam een hap zuurstof
liet lucht door roze longen glijden

 

doorbrak de groene stilte

 

Anne Broeksma

 

Het meeste van wat Broeksma aankaart is belangrijk en algemeen toepasbaar op de wereld. De ik-figuur in Broeksma’s debuut, een ik die klinkt als de auteur zelf, maakt geen deel uit van de wereld, maar staat er half buiten en ziet ernaar om met angst, zorg en verontwaardiging, hoop en een helpende hand. Dieren en planten zijn net zo waardevol als die opmerkelijke dieren die zich mensen noemen. Misschien zijn die dieren en planten zelfs nog waardevoller dan mensen. ‘Mijn leven is opgegeten door een baan’, luidt de alleszeggende titel van een gedicht. In een ander gedicht schrijft ze: ‘[…] woorden zijn: beheersing van gedachten.’ Met haar dromerige gedichten sprenkelt Broeksma ijskoud water over je heen terwijl je ligt te slapen. Daar word je wakker en schichtig van. Bovenal versterken haar betrokkenheid bij en menging van alle levensvormen de authenticiteit van haar poëzie.

 

Haar debuutbundel roept geen hoop op zoals Maarten van der Graaffs debuut uit 2013 (dezelfde uitgeverij) dat deed. Schrijver en uitgever hadden beter kunnen wachten met de publicatie van Regen kosmos kamerplant. Broeksma zelf doet er goed aan dieper in de taal te duiken en de ruimte die ze daar aantreft zorgvuldiger uit te buiten. Gezien haar manier van kijken en de mooiere gedichten uit het debuut, moet ze diep in de taal een ruimte kunnen ontdekken waaraan ze prachtige poëzie kan ontlenen. Mocht ze meer poëzie willen publiceren, dan hoop ik dat ze die ruimte ontdekt en aanbreekt.

 

Anne Broeksma, Regen kosmos kamerplant. Atlas Contact, Amsterdam 2014, 58 blz., €17,99.

Submit to FacebookSubmit to Twitter