Kamer zonder uitzicht

 

door Len Borgdorff, 26 september 2014

 

In 1977 vroeg een leerling mij of hij Kennis van die Aand van André Brink op zijn leeslijst mocht zetten. Ik kende het boek niet. Daarom nam hij het voor me mee, ik heb het toen gelezen en gezegd dat het op de lijst mocht. Het was in de tijd dat ik lid was van een hartstochtelijke politieke partij, avonden bezocht waarop vertegenwoordigers van het ANC voor een blank en doorgaans kerkelijk meelevend publiek vertelden wat er allemaal mis was in Zuid-Afrika. Ik trok in de zomer van ’78 nog een paar dagen op met een Zuid-Afrikaans stel dat me vooral duidelijk wist te maken dat het de Boeren waren die het afkeurenswaardige beleid van het land mogelijk maakten. Zij distantieerden zich daar niet alleen van, hij vreesde zelfs de mogelijkheid dat hij als fotograaf niet meer het land in zou mogen.

 

Er is een tijd geweest dat ik zei: zoiets kun je je toch niet meer voorstellen. Dan bedoelde ik bijvoorbeeld de Koude Oorlog of die rare dictaturen in Zuid- of Midden-Amerika. Nu denk ik daar weer iets anders over. Kennis van de Avond, merkte ik bij herlezing, is een bijzonder gedateerd boek, maar het laat zich makkelijk herleiden tot een format waarin je vervolgens een andere, meer actuele situatie kunt invullen. En dan: op 14 september zag ik nog een aflevering van Bram Vermeulens tv-serie Dwars door Afrika, over het Zuid-Afrika van nu. Ik werd er niet vrolijker van.

 

Het boek

André Brink schreef zijn roman na tot twee keer toe enkele jaren in Parijs gewoond te hebben. Hij koos ervoor om terug te keren naar zijn geboorteland en de ellende die hem daar van de overheid te wachten stond te trotseren. Het was de enige manier om te ageren tegen de misstanden in het land waaraan hij zijn hart had verpand, vond hij. Met deze roman maakte hij een wel heel erg duidelijk statement en daarmee werd het de eerste roman die in Zuid-Afrika verboden werd door de Publikasieraad. Dat gebeurde in 1974.

 

Joseph Malan, de hoofdpersoon van het boek, zit in de cel. Hij is ter dood veroordeeld voor de moord op zijn vriendin Jennifer. Hij is een kleurling, zij is een blanke vrouw uit Engeland. Joseph is een acteur, maar dan wel een zeer geëngageerde acteur. Net als André Brink leeft hij voor zijn kunst, maar ook voor zijn land en voor de bestrijding van de raciale misstanden daar. Net als Brink leeft en werkt hij jaren in Europa en keert hij om dezelfde redenen terug, waarbij de risico’s op de koop toe worden genomen. In de jaren dat Joseph met zijn gezelschap door Zuid-Afrika trok, deed de overheid er alles aan om Joseph en de zijnen het spelen onmogelijk te maken. Steeds wist hij zich bespied. Speelverbod volgde op speelverbod, vrienden die hem lang trouw bleven, lieten hem uiteindelijk in de steek, maar Joseph bleef de man met een missie. Hij was als acteur met zijn spel juist volledig echt.


Ook in de cel worden zijn doen en laten bespied. Hij blijft zichzelf. Aan het begin van zijn gevangenschap wordt hij gemarteld, maar Joseph geeft niets toe dat niet de waarheid is. Hij zwijgt juist opvallend vaak. Na zijn veroordeling wordt hij meer met rust gelaten, ook al omdat men denkt dat hij bezig is om alles wat hij te vertellen heeft, op te schrijven. Dat doet hij ook, maar wat hij overdag schrijft op dunne blaadjes dat gaat ’s nachts in kleine snippertjes zijn poepdoos in. Alleen de vertalingen die hij maakt van Shakespeares sonnetten blijven ter misleiding op zijn tafel achter. Daarmee eindigt de roman.

 

Het leven dat Joseph leidt in de cel, lijkt op zijn leven als acteur, als gekleurde Zuid-Afrikaan: je zit gevangen, je wordt bespied, je bent de speelbal van mensen die het recht menen te hebben jou te verachten en te mishandelen. En zo is de cel de pars pro toto voor het uitzichtloze bestaan van miljoenen in Zuid-Afrika.
Dat gebeurt trouwens al eeuwen lang. Joseph laat aan het begin van het relaas zijn voorouders de revue passeren. Met een cynische ondertoon en in enkele streken die niet zijn mis te verstaan, schetst hij hun verschrikkelijke bestaan dat altijd een naar einde kent. We zien overigens ook dat Joseph duidelijk eigenschappen van vaders en moeders heeft geërfd.

 

Schuld?

Joseph zit in de cel voor de moord op Jessica. En inderdaad heeft hij haar gedood, maar het was een dood op verzoek. De dood van Jessica was de uiterste consequentie van een waarachtige liefde die niet geaccepteerd werd door mensen die niets te maken hebben met de intimiteit die twee mensen kunnen hebben. Daarom ook ziet Joseph ervan af ook zichzelf te doden: niet hij doodt, maar de staat.


Ik blijf daar moeite mee hebben. Voor mij gaat Joseph te ver in zijn volharding. Ik denk dat Brink dat anders ziet. Daarvoor heeft hij teveel in de roman gestopt om Josephs keuze wel begrijpelijk te maken: door Josephs jarenlange verblijf buiten Zuid-Afrika moet duidelijk zijn dat vluchten geen optie meer is, ook al omdat mensen die dat wel deden, zoals Simon, juist daaraan ten ondergaan. Er is geen keuze, zo lijkt het. Maar de bereidheid om te doden, om het doden van een vrouw van 25 te rechtvaardigen als de consequentie van aangedaan onrecht, kan er bij mij niet in.


Een bezwaar van een heel andere orde betreft de geschiedenis van het verdonkeremanen van het manuscript. Dat bizarre gegeven past niet bij de uitermate realistische setting van het boek.


En een derde bezwaar: Joseph en zijn gezelschap gebruiken steeds toneelstukken die thuishoren in de West-Europese literatuur: van Shakespeare, Camus, Sartre, Molière bijvoorbeeld. Hun stukken worden bewerkt en vooral gekleurd. Maar van een echt Afrikaanse traditie kom ik niets tegen. Dat begrijp ik niet van Joseph. Van Brink.

 

Brink & Joseph
De blanke Brink en de gekleurde Joseph vertonen veel verwantschap en de publicatie van het boek leverde nog een opmerkelijke parallel op. De toneelstukken van Joseph worden om religieuze redenen verboden, terwijl er in dat opzicht helemaal niet zoveel aan de hand is. Er zou geen politieke reden zijn, terwijl dat natuurlijk wel zo is. Datzelfde gebeurde in werkelijkheid met het boek. Mensen namen, werd gezegd, aanstoot aan religieuze uitingen. Weliswaar neemt Joseph in het boek duidelijk afstand van het geloof van zijn voorouders. ‘De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen. De naam des Heren zij geloofd,’ zeiden zij, maar Joseph zegt het ze niet na. God is naar zijn zeggen, en hij toont zich een ware existentialist, met zijn rug naar de mensheid gaan zitten. Maar de spirituele inspiratie die Joseph en Jessica putten uit de gedichten van Sint-Jan van het Kruis, kun je bepaald niet antireligieus noemen. Dat geldt nog minder voor de invloed die pater Mark op hen heeft. Ik lees ergens: ‘Ik wist wat zij [Jessica] de laatste maanden had doorgemaakt en dat zijn [pater Marks] geloof, dat voor ons beiden zo ontoegankelijk was, het draaglijker voor ons had gemaakt.’ Maar in de volgende zin staat dan: ‘En nu zou hij weggaan…’ Want de pater wordt het land uitgezet.


Ook in het geval van dit boek werd overigens zwart op wit beweerd dat het verbod ervan geen politieke reden had.


Kennis van de avond is geen boek om vrolijk van te worden, maar geeft wel een heel duidelijk en schrijnend beeld van wat apartheid is geweest.

 

André Brink, Kennis van de avond. Uitgeverij de Prom, Baarn 1990, 5e druk (vertaald door J. Wilten; vertaling van Kennis van die Aand, 1973), 414 blz. 

Submit to FacebookSubmit to Twitter