Het gewicht van bomen en de hemel

 

door Ruben Hofma, 8 april 2015

 

De benen van de hemel is de mooie titel van Peter Theunyncks nieuwe dichtbundel. De zin hangt tussen de bomen op het voorplat. Met een beetje fantasie zie je buiten vervolgens een willekeurig bos aan voor een wirwar aan prachtige benen onder een ontastbare romp. Dat de hemel massa’s benen heeft, moet wel betekenen dat het een zwaargewicht is – voor beweging heeft de hemel de bomen immers niet nodig. Zouden zielen zo veel wegen of laten die bomen doorschemeren hoe zwaar heiligdom of perfectie is? Of is leegte zo zwaar? 

 

In de titel zijn minstens twee thema’s uit de dichtbundel gevat. Theunynck bekommert zich in zijn nieuwe gedichten in de eerste plaats om het lot van vele bomen en daarmee ook om het lot van de aarde. Met de kap van bossen leidt men de hemel niet naar de aarde, net zo min als de toren van Babel naar de hemel leidde. De consequentie van de bouw van de toren van Babel was spraakverwarring, maar wat voor verwarring zou er ontstaan als er geen bomen meer zijn, en dus ook geen benen meer waarop de hemel kan staan? Het tweede thema dat uit de titel voortvloeit, is de dood. De dichter memoreert in verschillende gedichten de doden: familie en vrienden, de gevallenen in de Eerste en Tweede Wereldoorlog in België die in die oorlogen zulk verschrikkelijk leed te verduren kregen dat men er vandaag nog over praat en schrijft.

 

De Vlaming schrijft graag gedichten bij kunst, ook in zijn nieuwe bundel weer. Zo zijn verschillende gedichten geïnspireerd door kunstwerken die fasen van het lijden van Jezus memoreren, zoals de kruisiging: ‘Hoog in de lucht drie marmerwitte vogels / wapperend aan dode takken. […] De dood is haast het hele canvas groot.’ 

 

 

Calvarieberg door Antonello da Messina

 

Het gedicht waaruit de titelzin afkomstig is, schreef Theunynck bij schilderwerk van Albijn van den Abeele. Hij merkt erin op dat in de schilderijen de sporen van civilisatie steevast schuilgaan achter de bomen, als die sporen al aanwezig zijn in het schilderwerk. Niet voor niets heet deze afdeling van de bundel ‘Sporen’. Hierin vind je ‘Antwerpen’ en ‘Populieren’, twee kritische gedichten over onder meer de afname van de waardetoekenning aan bomen in de stad.

 

 

Bosgezicht door Albijn van den Abeele

 

Antwerpen

Lees gedicht

 

Antwerpen

 

Een boom van een stad is mijn stad.
Een boom van een stad aan de stroom.
Zonder stroom valt een boom in mijn stad.

 

De rand van een bos is mijn stad.
Stammen van wortels en takken
houden dapper stand in mijn stad.

 

Niemand staat graag zijn staanplaats af.
Ook bomen blijven graag staan
waar ze staan in mijn stad. Op staande voet

 

bomen ontslaan? Mijn stad is
een mens aan de stroom. Drijvende
bomen al eeuwen gewoon is mijn stad.

 

Stad van stammen, gaande en komende
over de stroom. Stammen met aanleg.
Hier legden ze aan. Vertakken tot twijgen.

 

Verbuigen hun twijfels tot nesten.
In nesten een stad waar de stammen
geen straten meer mogen bebomen.

 

De rand van mijn stad is een stad.
In nesten een bos aan de stroom. Weer-
staat het de storm in de bast van mijn stad?

 

Peter Theunynck

Het moet gezegd worden: Theunynck snijdt boeiende thema’s aan, vooral wat betreft de bomenkap. De poëziestijl zou echter wat gebalanceerder mogen worden. Op veel plekken lijkt Theunyncks beschrijvende en redelijk heldere poëzie erg gemakkelijk tot stand gekomen, doordat het associërende taalspel voor de hand ligt of doordat een zin niet samenhangt met de rest van een gedicht. Op een aantal plekken is sprake van dwangrijm. Het valt op dat Theunynck dankbaar gebruik maakt van het stijlmiddel herhaling. Jammer genoeg is er zo veel herhaling dat wanneer je de gedichten achter elkaar leest, het effect nihil is. Sommige gedichten over kunstwerken zijn niet zulke geslaagde aanvullingen, omdat ze niet of nauwelijks uitstijgen boven een beschrijving van wat te zien is.

 

In deze bundeling van circa zestig gedichten staan zwakke gedichten, maar Theunynck is eveneens in staat tot het maken van sterkere gedichten. Dat bereikt hij met wél geslaagd taalspel en rijm, een prettig ritme en voor een belangrijk deel met sfeer en emotie, zoals in ‘Grootvader’: ‘Onder een olm tuimelde je uit het heelal / van een moeder. Wilgen wiegden je // tot je in luiers liep onder de iepen.’ En in ‘Haig’: ‘Een monster dat dag en nacht / mollen en merels, / mannen en paarden opvrat. // Honderdjarige reuzen vielen als vliegen / in de omringende wouden. Bijlen / beten gedurig, gulzig als bajonetten.’ En ook het opbeurende ‘Jij’, dat je, na de overwegend treurige gedichten, achterin in de bundel aantreft.

 

Jij

Lees gedicht

 

Jij

 

Steen wordt puin. Muur wordt mos.
Roest maakt alle tongen los. Je bent er niet.

 

Luchters vallen uit de lucht. Glas uit ramen.
Niets houdt nog iets anders samen. Je bent er niet.

 

De klimroos klimt niet meer, de toverhazelaar
verbleekt in zijn peignoir. Je bent er niet.

 

Dan kom jij de kamer in en alles kan
en alles wil en alles krijgt weer zindering.

 

Peter Theunynck

Dat de dichter belang hecht aan bomen, liet eerder werk al weten. Vooral het gedicht ‘Niet zonder reden’ uit Naar een nieuw Zeeland (2010) sprak daarover. Het is respectvol en noodzakelijk dat Theunynck de bomen uitgebreid bezingt met poëzie – en zingen kan deze Vlaming. Zo vanzelfsprekend als het is dat er overal bomen staan, zo vanzelfsprekend vergeten wij ze en kappen wij ze, terwijl het prachtige en belangrijke creaties zijn. Theunynck zet vurige frustratie in om ons weer naar de bomen te laten opkijken en te laten zien dat die bomen de hemel ondersteunen. Een beetje wrang is natuurlijk dat voor boeken bomen sneuvelen. Door de bloeiende bomen op het voorplat kun je dat niet vergeten. Maar wat maken bomen het lezen toch aangenaam… en de hemel bijna tastbaar.

 

Peter Theunynck, De benen van de hemel. Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam 2014, 80 blz., €19,95.

Submit to FacebookSubmit to Twitter