door Jeroen van den Heuvel, 13 december 2017

 

In de eerste helft van dit jaar zijn twee Nederlandstalige dichtbundels verschenen die allesbehalve conventioneel zijn en grote gelijkenis met elkaar vertonen. Het gaat over Kopdichtbundel van Ronald Snijders en Bokalen van Nanne Nauta. We zouden ze onder de ‘conceptuele poëzie’ kunnen scharen. Belangrijke spil in beide bundels is een procedure. De auteurs zijn niet — zoals ‘traditionele’ gedichten volgens de overlevering ontstaan — gaan zitten na een vlaag van inspiratie en hebben een gedicht geschreven. Nee. De gedichten in deze bundels zijn ontstaan na een procedure van achtereenvolgens verzamelen van taalfragmenten, selecteren, transformeren, en presenteren.

 

  

Verzamelen

 

Ronald Snijders ging aan de slag met kranten. Hij maakte een jaar lang één gedicht per week. Daarvoor verzamelde hij alle krantenkoppen van die week uit Het Parool, De Volkskrant, De Telegraaf, NRC Handelsblad, Trouw en Algemeen Handelsblad. Het gebruik van materiaal uit kranten is niet nieuw in de conceptuele poëzie. Snijders sluit dus aan bij een traditie. Door de woorden uit een krant in een andere context te gebruiken, krijgen ze andere betekenissen.

 

Nanne Nauta verzamelde zijn materiaal niet uit externe bronnen, maar uit zijn eigen dromen. Hij schrijft in het voorwoord van de bundel: 'Ik ervaar mijn dromen inderdaad als een aaneenschakeling van losse beelden, en de beschrijvingen die ik maakte bestonden uit één zin per beeld.' De ‘auteur’ zet hier zijn eigen ervaring en herinnering van zijn dromen in om materiaal voor zijn gedichten te verzamelen. Omdat de vervolgstappen van de procedure taalfragmenten vereisen, moeten de droombeelden eerst in geschreven natuurlijke taal worden omgezet. Het gebruik van droom-materiaal is niet nieuw in de poëzie. Ook Nauta sluit dus aan bij een traditie. Bovendien is er een uitgebreide geschiedenis van dromen uitleggen, waardoor de Bokalen als vanzelf vragen over betekenis oproepen.

 

 

Selecteren

 

Deze stap van de procedure is voor de Kopdichtbundel de belangrijkste. De eerste selectie betreft de zes kranten waaruit het materiaal is gehaald. Andere kranten doen niet mee. De tweede selectie is de keuze van enkele krantenkoppen uit de honderden die er in een week in die zes kranten staan. Het aantal koppen dat Ronald Snijders gebruikt voor een gedicht varieert van ongeveer acht tot twintig. De selectie van talige fragmenten die een gedicht mogen worden door de ‘auteur’ spiegelt zo de selectie van feiten, meningen en wetenswaardigheden die nieuws mogen worden door de redactie van een krant. Hoe Snijders de krantenkoppen kiest die samen een gedicht mogen worden, is onduidelijk. Het lijkt erop dat hij taalfragmenten samenvoegt om zoveel mogelijk verbanden met elkaar te laten aangaan.

 

Ook in het geval van Bokalen is het selectieproces niet helemaal duidelijk. Heeft Nauta al zijn materiaal gebruikt of zijn er na voltooiing van de bundel nog zinnen ‘over’? Ook hoe de zinnen die uiteindelijk samen een gedicht vormen bij elkaar zijn gekozen is niet helder. Wel speelt de lengte van elke zin een belangrijke rol in de presentatie van elk gedicht. Het is aannemelijk dat dit een cruciale overweging is geweest bij het selectieproces. Mede hierdoor lijkt Nanne Nauta verbanden tussen de zinnen van het gedicht zoveel mogelijk te vermijden.

 

Lees gedicht

ACHTER HET BEHANG

 

Alsof je bij oma op zolder sliep

Postapocalyptisch isolement met poppen als gezelschap

Deurtje dicht, deurtje open

Onrust op alle fronten

 

Door de wandjes klinkt

gepraat,

gesnurk,

gesteun

Brandweerman Stevens is uitgeblust

 

Pijnlijk om alles

weer op te rakelen

De rare dingen

die vogels doen

Of iedereen kon uitkijken naar

een verdachte banaan

Wreker met dildo en zwaard

 

Vermakelijk, maar vieze smaak blijft

 

Wilt u dit voorkomen?

Ga schaatsen

 

 

Transformeren

 

Bij Ronald Snijders is de stap van het transformeren minimaal. Hij neemt de krantenkoppen die hij gebruikt getrouw over, inclusief leestekens. De veranderingen die hij doorvoert, betreffen de opmaak (schuin- en vetgedrukte woorden geeft hij weer in regular) en de regelafbrekingen. Dit laatste om enjambementen goed uit te laten komen, of juist te vermijden. De transformatie staat hier in dienst van potentiële betekenisproductie. Snijders gebruikt af en toe een kop meerdere keren, misschien moeten we dat ook onder deze transformatie-stap scharen.

 

Voor de procedure van Nanne Nauta is de transformatie van cruciaal belang. Dat begon al in de verzamelfase, waar de droombeelden omgezet werden in volzinnen. Daarna heeft de auteur de zinnen omgevormd zodat die allemaal met het woord ‘ik’ beginnen. Tenminste, het is onwaarschijnlijk dat de beschrijvingen van de droombeelden zo net na het wakker worden initieel aan deze vorm voldeden. Vervolgens laat Nauta het woord ‘ik’ aan het begin van elke versregel weg. Deze transformatie toont ons een wezenlijk onderdeel van het concept. Centraal bij het verzamelen stond een ervarend subject, elke zin wordt nu vanuit een ervarend en handelend subject beschreven. Door het woord ‘ik’ vervolgens weg te laten aan het begin van iedere versregel, wordt de lezer uitgenodigd letterlijk het eigen ‘ik’ in te brengen, de beschreven droombeelden te ervaren, en het levende verband tussen de disjuncte zinnen en beelden te worden.

 

Lees gedicht

3-5

 

kijk naar de afbeelding van een bevriend dichter als Batman met een te groot geslacht.

bedank een vriendin voor het vervoeren van mijn vader in een kruiwagen.

vlieg met een paraglider over Parijs tijdens de lichtshow.

hoor hoe een dochter schaamteloos om opslag vraagt.

help een oud-studiegenootje de lucht in.

haal bier voor het eten.

zit bij een project.

 

Presenteren

 

In de presentatie verschillen de twee bundels sterk van elkaar. De gedichten van Kopdichtbundel zien eruit als gewone gedichten. Ze zijn ingedeeld in één of meer strofen, wisselen in verslengte en aantal versregels. De presentatie-stap bestaat bij Snijders dus uit het kiezen van een volgorde voor de geselecteerde krantenkoppen en het indelen in strofen. De Bokalen van Nanne Nauta voldoen aan een strikte vorm. In de bundel is elk gedicht zeven regels lang, begint met de langste zin en eindigt met de kortste. Het geheel staat gecentreerd zodat ieder gedicht de vorm heeft van een driehoek met de punt recht naar beneden. Iedere versregel is een zin waarvan aan het begin het woord ‘ik’ mist. Dat woord staat paginagroot in hoofdletters vet gedrukt tussen blokhaken op de pagina voor het eerste gedicht van de bundel: [IK].

 

Nauta lijkt zo de strengheid van de procedure met de presentatie te benadrukken, waar Snijders juist de procedure zoveel mogelijk naar de achtergrond schuift. De twee bundels die we in dit stuk hebben bekeken lijken buiten de overeenkomsten in de gevolgde procedure nog in een ander opzicht op elkaar. Ze zijn allebei speels, alledaags en zitten vol humor. Ideaal als eerste stap op het conceptuele pad voor poëzie-liefhebbers die om wat voor reden dan ook tot nu toe de conceptuele poëzie links hebben laten liggen.

 

Ronald Snijders, Kopdichtbundel. Uitgeverij De Harmonie, Amsterdam 2017, 49 blz., € 15,90.

Nanne Nauta, Bokalen. Uitgeverij crU, Utrecht 2017, 64 blz., € 16,95.

Submit to FacebookSubmit to Twitter