Studiemiddag op 20 mei 2016 aan de Universiteit van Utrecht

 

door Len Borgdorff, 27 mei 2016

 

Iemand vraagt aan de spreker wat hij onder pornografie verstaat. Er volgt geen definitie. ‘Dat weten we toch wel,’ zegt spreker Dominic van den Boogerd. Ik zit me dan al een tijdje af te vragen wat eros is. Daarover gaat het deze middag, op het laatste van een reeks van zes symposiums die Johan Goud de afgelopen jaren verzorgde. Talen van de liefde heet deze studiemiddag en eros komt op zoveel manieren langs dat mijn beeld daarvan verandert in een wolk.

Anderen lijken daar helemaal geen last van te hebben, zoals ook blijkt uit reacties uit het publiek. Die weten precies dat niet alleen eros en macht maar ook eros en politiek een goed koppel vormen en hoe eros en agape zich verhouden. Talking heads zonder eros lijken ook zeer erotisch te zijn en dat geldt ook voor het socialisme van Herman Gorter, terwijl dat voor zijn geliefde Jenne Clinge Doornbos juist weer een doorn in het oog is. ‘Houd daar toch eens mee op en kijk meer naar mij,’ lijkt ze Gorter toe te roepen.

Zoiets begrijp ik nu weer wel, al was het maar omdat ik me al eens heb afvroeg of Henriëtte Roland Holst (ze komt maar zijdelings ter sprake deze middag) zich ook zo hartstochtelijk aan het socialisme verslingerd zou hebben als zij met haar geliefde de liefde had kunnen consumeren. Op dit punt vind ik Erik Borgman aan mijn zijde. Over de bundel Maar zie, ik heb lief! Eros in kunst en religie die deze middag gepresenteerd wordt, zegt hij dat hij eros zelf een beetje mist. Om het in mijn jargon te zeggen: juist in een boek over eros in kunst en religie zou je naast kop ook kip verwachten, naast de redenering van talking heads, ook aandacht voor intimiteit en voor veel minder door redelijkheid bepaalde aantrekkelijkheid.

 

Van Geert Buelens, we naderen dan al het eind van de middag, wordt verwacht dat hij iets zal zeggen over het tweede boek dat deze middag gepresenteerd wordt: Door woorden gekust. Talen van de liefde. Maar hij begint met te zeggen dat hij het grootste deel van het symposium van deze middag gemist heeft vanwege andere verplichtingen die het hoogleraarschap aankleven. Daar komt allerlei gedoe rond management bij kijken. Aanvankelijk erger ik me aan zijn geïrriteerde toon en aan het feit dat hij dit symposium gebruikt om het wel over zijn frustraties te hebben maar niet over het boek en dat zal hij toch echt hebben toegezegd. Maar uiteindelijk groeit Buelens voor mij uit tot de held van de middag. Want hier zie ik de eros gepersonifieerd die Borgman miste. Hier worden kop en kip vereend. Ik begrijp Buelens verknochtheid aan zijn vak, aan de letteren, aan de wetenschap en aan symposia die daaraan recht doen en waarvan boeken zoals deze middag gepresenteerd aanleiding of resultaat zijn.

Met andere woorden: Geert Buelens geeft, met zijn welgemeende irritatie als stijlfiguur, aan Johan Goud de eer die hem toekomt als man die de symposia organiseerde en mensen uitnodigde daarvoor hun artikelen te schrijven, dus dat deed wat op een universiteit de eerste aandacht moet krijgen. Dat betekent ook dat met dit laatste symposium van Goud een leegte blijft symptomatisch is voor de weg die de universiteit gaat.

 

Op weg naar huis vraag ik me af of Johan Goud, misschien samen met Jaap Goedebuure en Martien Brinkman, niet eens met elkaar in gesprek moeten gaan over een reeks te organiseren symposia, als vluchtplaats voor Het Leven, en dat volgens de principes zoals die Buelens voor ogen staan.

 

Johan Goud (red.), Door woorden gekust. Talen van de liefde. Klement, Zoetermeer 2016.

Hans Alma en Johan Goud (red.), Maar zie, ik heb lief! Eros in kunst en religie. Meinema, Zoetermeer 2016.

Submit to FacebookSubmit to Twitter