door Stevo Akkerman, 29 oktober 2015

 

‘Christenen kunnen niet schrijven’, schreef Stevo Akkerman in Trouw. Len Borgdorff daagt hem in een briefwisseling uit samen verder na te denken over literatuur en geloof. Eerder deze zomer publiceerden we brief eentweedrievier en vijf van de hand van Len Borgdorff, afgewisseld door brief eentweedrie en vier van Stevo Akkerman. Hieronder volgt een vijfde brief van Len Borgdorff. De correspondentie wordt verder voortgezet, dus houd onze website in de gaten!

 

Lees brief

 

Badhoevedorp, 15 oktober 2015

 

Beste Len,

 

Je citeert een gedichtje van jezelf (Eerste strofe: ‘Wij weten wel dat wij/niet meer dan kleine klootjes/op twee benen zijn’) dat in zijn eenvoud het hele bestaan lijkt te grijpen – mooi is dat.

Het deed mij denken aan ‘Mens’ van Leo Vroman, je zult het vast niet erg vinden met hem vergeleken te worden:

 

 God behoede de mens

 en geve hem een zoen:

 er is verder niets met hem te doen.

 

Zowel bij Borgdorff als bij Vroman wordt de ontoereikendheid van de mens op milde wijze verwoord, alsof het hier een vooral koddig wezen betreft, maar kijk uit, helemaal onschuldig is dit wezen niet. Borgdorff:

 

 Dus steken wij een kaarsje aan,

 we zeggen spijt en staren

 naar de kleine vlam.

 

Het is, bij beide dichters, de handreiking van gene zijde die de mens overeind houdt, al blijft het behelpen – we ‘hobbelen naar buiten’, zegt Borgdorff, terwijl we natuurlijk hadden willen schrijden, of liever nog hoog te paard zitten, met opgeheven hoofd en zo.

 

Aan Donderdagmiddagdochter gaat een gedicht van Joke van Leeuwen vooraf, over ‘de nieuwe ontferming’. Ze zouden die brengen op vrijdag, je weet wel, die lui van ontferming.nl, maar mooi dat ze niet kwamen: ‘is nog niet binnen’. Ik heb de afgelopen weken geprobeerd wat ontferming tevoorschijn te toveren in de laatste hoofdstukken van een nieuwe roman – je vroeg je af waar ik mee bezig was, in die schrijfhut van mij, en dat was dus dit. Ik ben er, boven verwachting, in geslaagd dat boek af te ronden, maar als ik deze zin tik breekt het angstzweet me uit. Hoezo geslaagd? Ik heb, zo kort na het zetten van de laatste punt, geen flauw idee of ik iets fatsoenlijks heb gebrouwen. Zelf kan ik dat in dit stadium volstrekt niet beoordelen en degene die dat wel kan, bevindt zich op de Frankfurter Buchmesse, en zo zweeft de tekst in het akelige vagevuur tussen verzenden en ontvangen, wachtend op een oordeel.

 Hoe dan ook, de personages in mijn nieuwe boek kunnen wel wat ontferming gebruiken. Het leven maakt het hen niet gemakkelijk, en ze maken het zichzelf en hun naasten graag zo moeilijk mogelijk. Dit gegeven noodzaakte mij ‘het omineuze zoveel mogelijk in kaart te brengen of op te roepen’, precies zoals jij de literaire drang omschrijft in je laatste brief.

Wil de ontferming – die natuurlijk niet de vorm kan hebben van een happy end bij ondergaande zon en trompetgeschal – enige betekenis hebben, dan moet er wel wat aan de hand zijn. Onheil. En dat is er in dit boek. Mensen kunnen zo gehinderd worden door hun afkomst en karakter dat ze uitgerekend diegenen van zich vervreemden die ze het meeste liefhebben en door wie ze het meeste zijn liefgehad.

 Mocht ik dit overtuigend hebben beschreven, en dat weet ik op dit moment dus echt niet, is de tekst dan ‘godachtig’, zoals jij zou willen? Ik heb nog eens nagelezen wat je daar onder verstaat. “Een schepping met eigen pretenties en potenties.” Aan dat criterium zou het kunnen voldoen. Maar als het een schepping is, dan is het dus niet de schepper en niet godachtig – daar blijf ik tegenaan hikken. Al zal ik niet ontkennen dat een tekst een eigen scheppende werking kan hebben: door wat het teweegbrengt bij de lezer. Maar ik blijf me meer thuisvoelen bij het alternatief dat je zelf aandroeg: waar-achtig in plaats van god-achtig.

Stapje verder. Is de tekst die ik heb geschreven christelijk? Dat denk ik niet. Er komt zo goed als geen geloof aan te pas, en als een christelijke notie als ontferming zich laat gelden, dan is het impliciet, en zonder enige verwijzing naar ‘het hogere’, dat boven de ethiek zou uitstijgen. Maar is het een tekst voor kleine klootjes op twee benen? Dat hoop ik zeker en dat is mij christelijk genoeg.

 

Hartelijke groet,

 

Stevo

Submit to FacebookSubmit to Twitter