door Els Meeuse, 30 april 2015

 

Ik ben als de dood voor spinnen. Nu is het zo dat onze buren de tuin op een dusdanige manier hebben ingericht dat grote wolfspinnen er welig tieren. Het gevolg is dat ze ook ons huis weten te vinden. Met enige regelmaat moet ik mijzelf overwinnen. Elke keer weer is het een dilemma. Mijn angst dat de spin rond blijft lopen en ik hem uit het oog verlies wint het meestal van mijn angst om het beest op te zuigen. Met de stofzuiger in de aanslag achtervolg ik de spin tot hij veilig in de buik van de allesverslinder is opgeborgen. Vandaag had ik echter niets aan mijn stofzuiger. 

 

 

De tulpen staan momenteel volop in bloei. Ook onze woonkamer staat er vol mee. Dat heb je als je man wekelijks voor zijn werk bij tulpentelers komt. Vanmorgen vulde ik in alle vroegte de vierde vaas. De lila tulpen hebben de hele nacht met bol en al in de auto gebivakkeerd, maar daar hebben ze niet onder geleden. Ik was nauwelijks klaar met het schikken van de tulpen toen ik een zwart spartelend beestje in het water ontdekte. Ik slaakte een gil en deinsde achteruit. Van een afstand griezelde ik bij de aanblik van de spin in doodsnood. Laat hem alsjeblieft snel verdrinken, dacht ik. Uit angst dat hij er toch uit zou klimmen en spoorloos in mijn kamer zou verdwijnen, hield ik het beest angstvallig in de gaten. 

 

Het gespartel hield langer aan dan ik gedacht had. Hoe langer het duurde, hoe meer ik mij schuldig ging voelen. Moest ik dat beest niet redden? De vaas met tulpen en al in de tuin leegkiepen en dan snel wegrennen? Maar ik kreeg mijzelf niet zo ver om de vaas vast te pakken. Ik staarde naar het water in de vaas. In de buurt van de spin was een stengel van een tulp waar de spin zich aan vast probeerde te klemmen. Tevergeefs. Er was niemand die de spin hielp. De spin bleef maar spartelen. Mijn gedachten gleden als vanzelf naar dat andere water. De spin werd een massa mensen, vluchtelingen, die de verdrinkingsdood stierven. En ik keek toe, deed niets. Ik ging me nog schuldiger voelen. Wat moest ik doen? Helpen, maar hoe?

 

Ik besloot een foto van het spartelende beest te maken en stuurde de foto naar mijn man. Hij reageerde snel, waarschijnlijk lachend. ‘Het is een doodgewone vlieg joh, die kun je er toch wel uithalen? Hij doet niemand kwaad.’

 

Ik keek op van mijn telefoon, de vaas in. De vlieg bewoog niet meer.

Submit to FacebookSubmit to Twitter