door Len Borgdorff, 28 maart 2014

 

Er wordt gebeld en ik loop naar beneden. Het smalle raampje in de voordeur kan zo vaag niet zijn of ik meen Cobie te kunnen herkennen. Een statige vrouw in een lange zwarte jas met kleurige sjaal. Zij woont een blok verderop. Ik heb gelijk: het is Cobie.

Of het inderdaad mijn vrouw was die gisteren langs was geweest met een collectebus voor Amnesty, vraagt ze en ik zeg dat dat klopt.
Ze zucht, want zij had niets gegeven en dat speet haar vreselijk. Ze was namelijk aan het koken toen en ze was iets vergeten te kopen, er was ook al een telefoontje tussendoor gekomen. 'Kortom, ik heb niet nagedacht en haar gewoon doorgestuurd en Amnesty ook en dat spijt me vreselijk.'
Ik heb het nog wel even over ‘heel gewoon’ en ‘geen punt’, maar zij vindt van niet. Ze duwt me een bankbiljet in de hand en zegt, terwijl zij zich omdraait: 'Doe dat nou maar in die bus, buurman.'

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter