door Len Borgdorff, 2 juli 2013

 

Vanmorgen hebben wij mijn moeder uit haar huis gehaald.
Toen ik arriveerde slalomde ze al zenuwachtig met haar rollator tussen de verhuisdozen door. Mijn zuster is een paar dagen bezig geweest om samen met haar de belangrijkste spullen in verhuisdozen te doen, maar dat heeft haar er niet van weerhouden om vanmorgen om zeven uur nog een eigen doos te pakken. Ze wilde blijkbaar ook zonder overleg, alleen, nog wat beslissingen kunnen nemen. En het was ongetwijfeld ook een rituele gang door het veel te groot geworden huis.


Als er om een uur of negen andere kinderen en kleinkinderen komen, schiet mijn moeder met haar 94 jaar overeind om koffie te gaan zetten en weer slalomt ze tussen de vijf verhuisdozen door.
- Blijf nou toch zitten. De koffie is allang klaar.
Ze maakt een extra rondje. Iemand stapelt de verhuisdozen op en zet ze in een hoek.
- O, o, maar dan zal ik even kopjes pakken.
Ze geeft haar rollator een ruk richting gang, juist als mijn broer in de deuropening verschijnt met een blad dampende koffie.
- Ik geloof dat ik jullie alleen maar in de weg loop.
- Dat kun je wel zeggen, zegt mijn zus.
- Dat valt best mee, oma, zeggen de kleinkinderen tegelijkertijd en simultaan.
In twee teugen drinkt ze haar kopje leeg en ze staat weer op. Nu voor het grote bedanken. Dat ze toch zo blij met ons is; dat we zo goed naar haar omkijken; dat ze altijd…
Ze onderbreekt zichzelf: ze merkt ineens dat ze heel nodig naar de wc moet.

Dat duurt lang, heel lang. Wij willen de boel niet het huis uit sjouwen waar zij bij is. Ze zal er voortdurend tussendoor karren met haar rollator. Ze zal steeds drukker worden, steeds nerveuzer en uiteindelijk zal ze overgeven en ook haar darmen zullen opspelen.
Mijn zwager en ik houden de wacht. Wij zullen haar een paar uur stallen bij een vriendin, een jonge meid van 83.
- Ik heb nog iets nodig, klinkt het vanuit het toilet.
Dat moet mijn zus maar doen. Blijkbaar eist de nervositeit al enige tol.
Even later scharrelt ze het toilet uit. Ze laat zich op de handvatten van de rollator vallen alsof het om een rekstokoefening gaat en dribbelt naar de openstaande voordeur. Zwager Aat vangt haar en de rollator daar op: er is een afstapje en een verraderlijk glad stoepje. Ze neemt het stoepje, het tuinpad, het trottoir en stapt in de auto. Zij kijkt niet om naar het huis waarin ze een halve eeuw gewoond heeft. Ik doe dat wel. Mijn broers slopen het wandmeubel, zie ik.
Ik zwaai het portier van de auto dicht. Daar zit ze.
Waarom gebeurt dit? vraag ik me even af. Als ik zelf instap, schrik ik van mijn vrolijke toontje.
- Nou, Moe, hopelijk heeft tante Immy de koffie al klaar.
Ik ben een valse beul.

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter