door Len Borgdorff, 2 maart 2021


Op woensdag 20 januari werd een groot deel van de mensheid verliefd op Amanda Gorman. De 22-jarige spoken-wordartieste droeg op indrukwekkende wijze haar gedicht The Hill We Climb voor tijdens de inauguratie van Joe Biden, je weet wel, die ontzettend witte man, die ook nog oud is en die bovendien vanaf die dag symbool zou staan voor het westen.

Twee dagen later stond er een vertaling in het Nederlands Dagblad, natuurlijk van Menno van der Beek, want hij kent de krochten van het Engels, verstaat de kunst van het dichten en hij is ongelofelijk snel.

 

 

Vandaar ook dat ik eerst niet snapte waarom Marieke Lucas Rijneveld was gevraagd om het gedicht te vertalen, want er lag al lang een uitstekende vertaling klaar! Dat zou misschien met de kleine bubbeltjes te maken hebben waarin ook de Nederlandse literatuur zich graag terugtrekt, want welke literaire BN’er leest bijvoorbeeld het ND? Nu houd ook ik veel van Rijneveld, dus ik gunde haar de opdracht die nota bene uit kringen van Gorman was voortgekomen. Wel jammer voor Menno en ook jammer van zijn vertaling.

Op internet kon ik die niet vinden en ook op zijn facebookpagina rept hij er met geen woord over. Ik begon zelfs te twijfelen. Had Menno dat gedicht wel vertaald en had ik die vertaling wel gelezen? Als witte, westerse babyboomer krijg ik een beetje de leeftijd waarop verbeelding en werkelijkheid door elkaar kunnen gaan lopen. Begint dat juist op het moment dat een nog wittere, nog oudere man die nóg westerser is, president wordt van Amerika en die daarbij bemoedigd werd door een kleurrijke en getalenteerde jonge vrouw van 22?

 

Intussen heb ik de vertaling van Van der Beek weer voor me. Intussen heb ik ook de voordracht van Amanda Gorman opnieuw gehoord en gezien, maar dat is nadat Marieke Lucas Rijneveld haar opdracht heeft teruggegeven. Nu wordt het een heel ander verhaal. Zei ik al dat ik, net als zoveel andere mensen, veel van Rijneveld houd? Ja, dat zei ik al, maar nu heb ik ook nog eens met haar te doen omwille van de onverdiende kritiek die over haar is uitgestort. En ook bewonder ik haar: ‘Ik heb begrip voor de mensen die zich gekwetst voelen door de keuze van Meulenhoff om mij te vragen,’ zegt ze.

 

Nou, dat begrip kan ik nog niet opbrengen. Ik kan me die keuze voor Rijneveld allereerst heel goed voorstellen: zij vertegenwoordigt momenteel zo’n beetje in haar eentje de Nederlandse literatuur aan de andere kant van de plas; dat zal niet zijn omdat ze niet talig genoeg is en op literair gebied weinig voorstelt.

De voordracht van Gorman is indrukwekkend, vertederend ook, omdat zij zelf innemend is, omdat de tekst dat op sommige plekken ook is: het meisje dat nu haar gedicht laat horen, droomt ervan zelf president te worden. Dat is aandoenlijk. Maar er staan ook grote woorden in de tekst, woorden waar ik minder van onder de indruk ben. Ze zijn me te makkelijk. Je trekt een la open en vindt daarin allerlei cartouches en clichés om er een stevig klinkende tekst van te bakken. Er zit veel feelgood in. Dat mag ook allemaal bij een ambtsbevestiging, maar zonder de omstandigheden, zonder de presentatie van Gorman, zonder onze behoefte aan dat goede gevoel, blijft de tekst niet staan.

Laat ik het zo zeggen: de poëzie van Rijneveld sla ik hoger aan. Gorman had zich vereerd mogen voelen.

 

Kunst is vrijheid. Je zult begrijpen dat ik van dat woord vrijheid niet erg houd: het is een te gemakkelijk woord dat vaak onder valse voorwendselen wordt gebruikt. Maar in de kunst krijgt het een betekenis die me wel aanstaat: er is geen beperking om tot een treffend product te komen. Je kunt regels en techniek hanteren en daarbij uiterst strikt zijn, je kunt ze juist ook te pas en te onpas met voeten treden. In kunst is elke waarde een middel.

Als het om vertolking  van kunst gaat, bij een concert, een voordracht, de belichting van een schilderij, maar ook een vertaling, moet dat zo goed mogelijk gebeuren en dat moet niet afhangen van iemands sexe, leeftijd of ras. Het is legitiem om een schilderwedstrijd te organiseren waarbij kinderen van de basisschool een schilderij moeten maken waarbij ze zich moeten laten inspireren door Frida Kahlo, maar dan zal het oogmerk niet zijn het werk van deze schilderes optimaal tot zijn recht te laten komen.

Dat is wat mensen doen die nu menen te moeten vertellen dat het gedicht van Gorman vertaald moet worden door mensen die bij een bepaalde groep horen: ze maken er een kleurwedstrijd van. Of Rijneveld de beste vertaalster zou zijn geweest, weet ik niet. Wel is ze een indrukwekkend taaldier en een literaire grootheid. Maar goed, nu haar vertaling er niet komt, kan ik er ook niets van vinden. Het zal er nooit van komen ook, en dat alleen maar omdat Rijneveld wit is en geen uitgesproken spoken-worddichteres, ondanks haar podiumkwaliteiten, omdat ze plotsklaps moet voldoen aan kleurwedstrijdnormen. Normen waarbij oudere witte westerse mannen zich alleen bezig houden met de dingen van oudere witte westerse mannen.

 

En van haar kant had de jonge, kleurige en fleurige Amanda Gorman natuurlijk nooit bij die ouwe Biden moeten gaan staan. Dat gaat in tegen de wetten van segregatie! En dan komt die Gorman ook nog met een pleidooi voor eenheid.

In de vertaling van de witte Van der Beek, geen babyboomer, maar wel een stevige nabrander daarvan, lees ik bij Gorman:

 

Onze wens is doelbewust een eenheid te laten ontstaan.

Een land te componeren uit alle culturen, kleuren, kansen en karakters van de mens.

 

Lees de hele vertaling

De heuvel op

 

Nu het ochtend wordt vragen wij ons af: waar is het licht na deze eindeloze nacht?

Het verlies dat we meedragen, het pad door de zee dat ons nog wacht.

We zijn in de buik van het beest geweest.

En weten nu dat rust niet altijd vrede is,

en we weten dat als jij zegt dat iets gewoon echt waar is dat nog niet wil zeggen dat het ook rechtvaardig is.

Toch is de ochtend hier, het is ons gelukt,

op de één of andere manier.

Op één of andere manier hebben we het uitgezeten en zien we een land dat niet stuk is

maar gewoon nog niet klaar.

Wij, erfgenamen van een land en een tijd waar een mager zwart meisje, haar voorouders nog in slavernij,

opgevoed door een moeder alleen, mag dromen de president te zijn

en zij reciteert nu voor de president een gedicht.

En ja we zijn niet glad en we zijn niet volmaakt,

maar perfectie is niet waar het ons om gaat.

Onze wens is doelbewust een eenheid laten ontstaan.

Een land te componeren uit alle culturen, kleuren, kansen en karakters van de mens.

Zo kijken we omhoog, niet naar wat tussen ons in staat, maar naar wat voor ons ligt.

We overbruggen de kloof omdat we weten dat als we de toekomst voorop willen zetten

wij onze verschillen opzij moeten zetten. We ontwapenen om elkaar te omarmen.

We willen niemand raken en iedereen gelukkig maken.

Laat de wereld misschien dan alleen dit zeggen:

toen het moeilijk was, zijn we gegroeid

en zelfs in ons vastlopen bleven we hopen.

En het was zwaar, maar we bleven het proberen met elkaar.

We blijven verbonden, allemaal winnaars,

niet omdat we nooit meer te verslaan zijn, maar omdat we nooit meer verdeeldheid zullen zaaien.

De schrift vertelt ons dat iedereen onder de eigen druif en vijgenboom mag zitten, vol vertrouwen.

Als wij in onze tijd die belofte kunnen houden komt dat niet door geweld maar door de bruggen die we bouwen.

Die belofte moeten we willen, die heuvel beklimmen, als we de moed hebben.

Omdat Amerikaan zijn niet alleen gekregen trots is

maar ook een verleden dat je repareert wanneer het kapot is.

Er waren krachten die liever wilden breken dan delen

liever alles aan stukken dan de democratie

en dat was hen bijna gelukt.

De democratie kan worden opgehouden, maar nooit beslissend verslagen.

Die waarheid, dat geloof, geeft ons vertrouwen

want wij kijken naar de toekomst maar de geschiedenis kijkt naar ons.

Dit is de eeuw van verzoening.

We waren bang toen die eeuw moest beginnen.

We waren niet klaar om erfgenamen te zijn van zo’n verschrikkelijke tijd,

maar eenmaal binnen kunnen we de moed vinden voor een nieuw hoofdstuk, om onszelf hoop en geluk te gunnen.

Dus waar we ooit vroegen, ‘Hoe overwinnen we deze catastrofe’, vragen we nu: ‘hoe kon de catastrofe van ons winnen?’

We marcheren niet terug naar wat er was, we lopen richting wat zal zijn:

een aangeslagen maar heel gebleven land, vriendelijk en beslist, vurig en vrij.

Wij laten ons niet stoppen of onderbreken door intimidatie, omdat wij weten

dat onze angst en traagheid de erfenis zijn voor de volgende generatie.

Onze blunders worden hun problemen.

Maar één ding is zeker:

als we genade mengen met macht, en de macht met het recht, dan is de liefde onze nalatenschap en elke verandering komt bij onze kinderen terecht.

Dus laten we een land achterlaten beter dan het land dat we kregen.

En met elke ademtocht uit mijn bronzen borst, zeg ik, maak de gewonde wereld

tot een wonderwereld.

We komen van de gouden heuvels van het westen.

We komen uit het noordoosten, van waar de wind waait, van waar onze voorouders de revolutie begonnen.

We komen uit de steden rond de meren in het middenwesten.

We komen uit het zongestoofde zuiden.

Wij zullen herbouwen, verzoenen en vernieuwen.

In elke hoek van ons land, op elke plek in onze natie,

zullen onze mensen opstaan, verschillend en prachtig, aangeslagen en prachtig.

Nu het dag wordt, stappen we uit het donker, vurig en vol goede moed.

De nieuwe dag bloeit omdat wij haar de vrijheid geven.

Want er is altijd licht,

zolang we dapper genoeg zijn om het te zien,

zolang we dapper genoeg zijn om het te zijn.

 

Amanda Gorman

vertaling Menno van der Beek

 

De voordracht van Amanda Gorman vind je onder andere hier:

https://www.youtube.com/watch?v=Jp9pyMqnBzk&t=40s

Voor de tekst van haar gedicht kun je hier terecht: https://www.cnbc.com/2021/01/20/amanda-gormans-inaugural-poem-the-hill-we-climb-full-text.html

De vertaling van Menno van der Beek stond in het Nederlands Dagblad van 22 januari 2021.

Submit to FacebookSubmit to Twitter