door Els Meeuse, 9 februari 2021

(Oorspronkelijk gepubliceerd in 2015, bewerkt voor herpublicatie.)


In mijn kindertijd was ik gewend om ’s morgens als ik uit bed kwam direct naar het raam te lopen en de gordijnen weg te schuiven. Nieuwsgierig, hoopvol, vooral in de winter. En dan de teleurstelling van een grauwe, onveranderde wereld. Maar soms ineens was het anders: de wereld was wit! Ik had geslapen toen dit wonder zich om mij heen voltrok.  

Soms keek ik voor het slapengaan nog even door het raam en zag plotseling sneeuwvlokjes als zachte watjes neerdwarrelen. Dan bleef ik voor het raam zitten. Eindeloos volgde ik met mijn ogen de vlokjes op hun weg naar de wereld beneden. Ik zag de wereld verstillen.

 

Rotterdam, 1991

 

Als kind kon ik onbezorgd uren naar buiten staren. De stilte van een witte wereld vervulde mijn leven. Die stilte, vind ik die nu nog ergens?                                                                                                                                        

 

Pas veel later ontdekte ik dat sneeuw een belangrijk motief is in de literatuur, in het bijzonder in de (meta)poëzie. Juist daar, in poëzie, kan het ook gebeuren: verstilling. Ik moet denken aan Een sneeuw (1983) van Willem Jan Otten. Halverwege het stuk gaat het sneeuwen, en dat sneeuwen is niet zonder betekenis. De titel van het stuk heeft Otten ontleend aan een gedicht van J.H. Leopold.

 

Lees gedicht

 

Een sneeuw ligt in den morgen vroeg

onder de muur aan, moe en goed

beschut en een arm kind komt toe

en staat en ziet en met zijn voet

 

gaat het dan schrijven over dit

prachtige vlak en schuifelt licht

bezonnen en loopt door, zijn mond

trilt in het donker klein gezicht.

 

J.H. Leopold

Ook Ida Gerhardt liet zich, met haar oud-leraar Leopold als grote voorbeeld, inspireren door sneeuw.


Lees gedicht 

 

Sneeuw

 

Wij hebben niets meer dan het witte blad van noode,

waar - zooals zuiver sneeuwen op de aarde dwaalt

de overluchtsche vlucht van de gedachte daalt,

door ééne wenk der wimpers tot dit uur ontboden.

 

Wij waagden éénmaal ons, het overvele ontvloden,

in 't hart der stilte, wit van een volstrekt gemis.

Waar aanvang nam wat thans dit levend sneeuwen is,

hebben wij niets meer dan het witte blad van noode.

 

Ida Gerhardt

[‘Sneeuw’, een ongepubliceerd gedicht van Ida Gerhardt, is op 31 januari 2002 verschenen in het eerste nummer van het poëzietijdschrift Awater.]

Sneeuw kan vervullen met een volstrekt gemis. Een gemis dat een verlangen naar papier oproept. Dit sneeuwen ja, dit witte blad, dat heb ik nodig. Laat het sneeuwen. Levend sneeuwen.

 

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter