door Michiel van Diggelen, 17 december 2020

 

Nationaalsocialistische denkbeelden hebben in familiekring bakken ellende en onmenselijk leed veroorzaakt. In zijn nieuwste roman De opgang toont Stefan Hertmans (Gent, 1951) zulk leed door de geschiedenis van een huis en zijn bewoners te vertellen, het huis aan de Drongenhof in Gent dat hij in 1979 kocht. In dit huis woonde vanaf 1942 het gezin van de SS-er en V-man Willem Verhulst. De roman is volgens Hertmans gebaseerd op ‘historische feiten en uitgebreide documentatie, aangevuld met de verbeelding van de auteur.’ In de roman maakt de auteur een wandeling door het huis, van kelder tot zolder en weer terug; de tocht fungeert als een soort raamvertelling. Hertmans liep ook college bij de zoon van Willem Verhulst die hoogleraar werd in Gent. Voor hem voldoende persoonlijke redenen dus om een roman over deze familie te schrijven.


Hertmans is intensief op zoek geweest naar sporen van de familie Verhulst. Hij sprokkelde bronnen bij elkaar om de bewoners te leren kennen, in het bijzonder vader Willem Verhulst. Hertmans schept een beeld van een stumper met een grote mond – een zwart lapje voor zijn blinde oog – die als kind gepest werd. Willem stelde zich te weer tegen de Franse dominantie in het onderwijs, hij bezocht Vlaamse verenigingen en liet zich in met enkele door het fascisme beïnvloede clubjes en partijtjes in Vlaanderen. Hij radicaliseerde in de loop van de jaren dertig en werd lid van de SS, waarin hij als V-man belast werd met de opsporing van iedereen die ‘uit de pas liep’: onder wie joden, socialisten en Fransgezinden. Toen de bevrijding naderde vluchtte hij met zijn vriendin Griet naar Duitsland. Na de oorlog werd hij in Duitsland opgepakt en gevangen gezet. Na zijn vrijlating mocht hij nooit meer in Gent zijn gezicht laten zien. Zijn vrouw bleef nog lange tijd in het huis wonen en financierde dat door kamers te verhuren.



De roman brengt ook de mensen in beeld die Willem door zijn duistere en verzwegen levensgang in zijn val heeft meegesleept: zijn protestantse vrouw Mientje, zijn kinderen Adri, Letta en Suzy en Griet, de felle, rebelse minnares van Willem. Hertmans had toegang tot hun persoonlijke dagboeken, brieven en boeken.


Hertmans schildert Willems vrouw Mientje als een soort heilige af. Nergens zet hij vraagtekens bij haar gedrag, hij noemt haar ‘een stuk intelligenter’ dan haar man Willem; hij laat wel zijn verontwaardiging blijken over Willem en over zoon Adri en Willems minnares Griet, die Mientjes positie in het echtelijk bed overneemt. Maar Mientjes rol wordt door hem nooit bekritiseerd. Hij toont Mientje als een zachtmoedige vrouw die van muziek en zingen houdt en Thomas a Kempis’ De navolging van Christus leest. Haar dochter Letta noemt haar ‘een idealist, die zichzelf altijd wegcijfert’.


Wie zou ook een vrouw willen veroordelen die zachtmoedig is en zich voor haar man en kinderen opoffert. Die een schild vormt tussen haar man en haar kinderen. Wiens enige uitlaatklep haar geloof is en het wekelijkse bezoek aan de protestantse kerk in Gent. Die haar man niet verwijt dat hij een nachtje doorhaalt. Als Willem bijvoorbeeld na een nachtelijke vrijpartij met zijn minnares Griet de volgende dag pas thuiskomt, en zijn afwezigheid verklaart met: ‘Ik moest nog iemand thuisbrengen, mammie. Daarna was er een zware actie vannacht, ik kon niet weg. Ik heb ergens moeten overnachten,’ is het enige dat Mientje zegt: ‘Zet u Willem. Het eten is bijna klaar.’ Uit deze passage blijkt dat Mientje haar vermoedens over zijn kwalijke bezigheden en over zijn overspel niet uitspreekt, laat staan de consequenties eruit trekt. Mientje vraagt niet door, ook uit angst dat haar vermoedens bewaarheid worden en haar bestaan echt op zijn kop komt te staan. Uit angst voor Willem en om de lieve vrede te bewaren, houdt zij alles binnenskamers en durft ze hem niet ter verantwoording te roepen. Zo biedt zij hem de gelegenheid om zijn duistere activiteiten – hij organiseert onder meer ploerterige razzia’s in de stad – voort te zetten. Wat was er gebeurd als zij zich vanaf het begin fermer had opgesteld? We zien te veel radicalisme ontstaan, omdat de omgeving het min of meer afdekt en doet of de neus bloedt.


We ontmoeten in het boek ook de kinderen van Willem en Mientje, die volgens Hertmans een te rooskleurige kijk op hun vader hebben. Zoon Adri wordt hoogleraar geschiedenis in Gent, maar hij is een zoon ‘met het dode gewicht van zijn vader op de schouders’, die in zijn eigen memoires niet alles grondig heeft willen of kunnen inzien en die de neiging heeft de kwalijke rol van zijn vader te bagatelliseren. Voor zijn memoires nam zoon Adri nooit de moeite de gerechtelijke dossiers van zijn vader te raadplegen. Ook dochter Letta weigert te erkennen wat haar vader allemaal op zijn kerfstok had.

 

Het is jammer, dat ik, ondanks de vele invalshoeken op Willems leven, geen vat krijg op diens zielenroerselen en geen goed beeld van diens oorlogsactiviteiten. Dat komt mede doordat Willem alle papieren voor zijn vertrek naar Duitsland heeft verbrand, maar het ligt voornamelijk aan de aanpak van Hertmans. Hertmans schrijft geen fictie, waarin hij een duidelijk beeld schept, maar maakt voortdurend omcirkelende bewegingen rondom de hoofdpersoon. Het boek is een mengsel van documentaire, dagboekverslag, reisverslag en autobiografie en dan gebruikt hij ook nog zijn verbeelding, maar waar is onduidelijk, en noemt het boek een roman. Hertmans verzucht ergens aan het einde van de roman, zich maar al te goed realiserend dat hij het beeld niet scherp genoeg heeft kunnen stellen, dat hij Willem graag persoonlijk had willen kennen. Dan had hij Willem wél leren begrijpen en een compleet beeld van zijn verraderswerk kunnen tonen. Met deze verzuchting geeft hij aan dat hij in feite gefaald heeft. 

De roman is prachtig geschreven, een genot om te lezen. De tekst is doorspekt met fraaie Vlaamse uitdrukkingen als ‘op de dool gaan’ en ‘de daver op het lijf krijgen’. Afgezien van dit literaire genot, vind ik het geen meesterwerk. De mens Willem Verhulst heeft zich niet alleen onttrokken aan de gehavende mensen die hij achterliet: zijn vrouw en kinderen, maar ook aan de lezer. Hertmans heeft geen duidelijke keuze gemaakt tussen fictie en werkelijkheid en maakte van zijn roman een hybride geval: geen vlees en geen vis. In deze roman heeft Hertmans zich te veel historicus getoond en te weinig romancier.

 

Stefan Hertmans, De opgang. Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2020,  412 blz., € 22,90 .

Submit to FacebookSubmit to Twitter