door Len Borgdorff, 17 november 2020


Belangrijke gebeurtenissen volg ik op de voet. Het nieuws van acht uur sla ik desnoods over, maar met tegenzin; voor het Sinterklaasjournaal moet alles wijken. Vandaar dat ik er getuige van mocht zijn hoe er in het Limburgse Kruisigem een praalwagen met een stoomboot werd gemaakt om de sint bij zijn aankomst in Nederland mee te verrassen.

Speciale verslaggever Jeroen opende het Limburgse item telkens bij het bordje met de plaatsnaam en dat stond naast een gekruisigde Jezus zoals je die in Limburg op allerlei plekken ziet hangen.

 

 

Ik vroeg me af wat de makers van het journaal ertoe gebracht heeft om naast plaatsen als Zwalk en Schroothoop ook het dorpje Kruisigem te bedenken en dat in Limburg te situeren. Ook de plek waar het naambordje stond, is heel bewust gekozen: naast het kruisbeeld. Dat had anders gekund. Het ligt ook niet helemaal voor de hand om de bebouwde kom van een dorpje bij zo’n hangende Jezus te laten beginnen. Jezus hing in werkelijkheid buiten de stad Jeruzalem en in Limburg hangt zijn afbeelding doorgaans of in een dorp of juist bij het dorp en juist niet op de plek waar nu het bord werd geplaatst, midden in een bos nota bene. Met andere woorden: men heeft de waarheid geweld aangedaan door een dorp te verzinnen en het deze naam te geven en dan ook nog de bebouwde kom van dat dorp op een niet voor de hand liggende plaats te laten beginnen.

 

Daarom kan het niet anders of dit alles heeft een diepere betekenis.

 

Het kan betekenen dat de redactie vindt dat na Zwarte Piet ook de tijd voor Sinterklaas nadert, waarop hij niet langer welkom is in Nederland. Sint is uiteindelijk een Turk die postuum eerst de Italiaanse en later de Spaanse nationaliteit aannam, een opportunist, zou je daarom kunnen zeggen, die er alles aan heeft gedaan om in de EU te blijven. Zo kan hij in Nederland de grote held spelen en in Spanje lekker goedkoop en misschien wel belasting ontduikend door het leven gaan. En dat moet nu maar eens afgelopen zijn.

 

Ook kan het zijn dat het een afrekening is van Randstedelingen met het in hun ogen achterlijke Limburg waar men nog zulke onappetijtelijke Jezusbeelden langs de weg zet. Het is tijd dat Limburg een stap durft te zetten en haar beschavingspeil enigszins aanpast aan de rest van Nederland door zich van de onsmakelijke, paapse beelden te ontdoen. Of het moet zich afscheiden van de andere, meer fatsoenlijke provincies.

 

Derde mogelijkheid. Bij de redactie van het Sinterklaasjournaal leeft het besef dat wij ten diepste alles verbeurd hebbende zondaars zijn. Mijn vader gebruikte die woorden regelmatig en je moest je bij hem altijd afvragen of hij ze nou meende of niet. Dat kan namelijk alletwee, soms zelfs tegelijkertijd. Maar ernst of ironie, op een bepaald niveau was het altijd gemeend. Er sprak zelfkennis uit die samen ging met geloofsvertrouwen en er sprak vertrouwdheid uit met God. Die kon wel tegen een stootje, vooral na die kruisiging. De ondertoon was dus een serieuze.

Dat past uiteraard bij Sinterklaas, de man die in de premortale fase van zijn leven veel goeds deed in dienst van de God die hij vereerde en op wie hij vertrouwde. Telkens weer werd de sint geconfronteerd met mensen die door hun daden Christus opnieuw kruisigden. Van zijn kant reageerde de heilige Nicolaas door zijn staf als een dodelijk, laserstralen spuwend wapen op deze zondaars te richten. Hij loste de problemen op, dat wil zeggen: hij hielp de slachtoffers én hij maakte daarmee de wandaden van de overtreders ongedaan.

Ik denk dat deze derde uitleg de juiste is. In de redactie van het Sinterklaasjournaal vind je vrome mensen, maar met humor, die op cabaretteske wijze willen herinneren aan onze zwakke menselijke staat, waarin wij heden Hosanna zeggen en morgen Kruisig hem.

Persoonlijk vind ik die boodschap wat belegen en ook niet helemaal geschikt voor een kinderprogramma maar het getuigt van een vroom gemoed en dat doet me deugd.

 

Ik moet denken aan het Derde Sprookje van Multatuli.  

 

Derde Sprookje

 

Komt mee, komt mee, daar wordt 'n man gekruist,

Daar is wat schoons te zien op Golgotha!

Werpt beitel neer en spade, o burgerlui,

En roept uw dochters en uw knapen van hun spel,

En laat uw werk, uw werk maar, voor van-daag!

Werpt hamer, troffel, schaaf en weefspoel neer

Komt allen mee ... daar is wat fraais te zien!

Komt allen mee ... hoerah voor Golgotha!

Hoerah, hoerah voor Golgotha!

 

Ooit hoorde ik een predikant vanaf de kansel dit gedicht met afgrijzen citeren. Nu mocht ik de predikant graag en daarom vond ik het extra jammer dat hij zich zo vergiste in de strekking van deze woorden. Multatuli was een atheïst, en dat geschreven in grote chocoladeletters, maar zijn identificatie met Christus was even evident en ook diens lijden nam hij serieus. Dat had de dominee niet begrepen. Gevalletje jammer dus.

 

Zo is het ook met Kruisigem. Dat zou spottend bedoeld zijn.

 

Maar dat kan helemaal niet! Het is de rechtzinnige, diep gelovige inborst van de makers van het Sinterklaasjournaal die we hier mogen herkennen. Geen spot maar zelfspot. Is ook niet Zwalk een heerlijk plaatsje? Ook al is het verzonnen. Of Schroothoop?

Het is vooral de Dieuwertje Blokkade die duidelijk maakt hoe wij de namen uit het Sinterklaasjournaal moeten duiden. De pieten maakten dat duidelijk door te veronderstellen, dom als pieten en andere zondaars zijn, dat een ernstige blokkade hun bij de aankomst parten zou spelen. Maar het was geen blokkade, in tegendeel, het was de Dieuwertje Blok- kade, vernoemd naar de Onze Lieve Vrouwe van onze dagen.

 

Heerlijk om in deze dagen ook in het Sinterklaasjournaal het besef te herkennen dat wij mogen leven in een staat van onverdiende genade.

Stel je voor dat het anders bedoeld was. Dan zou het niet meer geweest zijn dan een beetje flauwe, niet erg kindgerichte grap. Toch?

 

Multatuli, Verzamelde Werken, deel II. Minnebrieven. Garmond-editie. Elsevier, Amsterdam 1906

Submit to FacebookSubmit to Twitter