door Anke Brons, 10 november 2020

Soms zijn er van die boeken, die je zo langzaam mogelijk leest om zo lang mogelijk met de auteur in gesprek te kunnen blijven. Ik heb het de tuin nog niet verteld is zo’n boek voor mij. Dit is Pia Pera’s laatste boek, voordat ze in 2016 op 60-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van de spierziekte ALS. Het is een persoonlijk dagboek waarin ze haar laatste levensjaren in haar huis met tuin in Toscane optekent, terwijl de ziekte steeds verder woekert in haar lichaam. Het boek is een blijvend getuigenis van het leven – en sterven – van een fijngevoelig, blijmoedig en erudiet mens, een begaafd schrijfster en een vakkundig tuinvrouw.



De titel van het boek slaat op een gedicht van Emily Dickinson, I haven’t told my garden yet, dat handelt over een tuinman die gaat sterven: ‘Ik heb het de tuin nog niet verteld // dat zou ik niet kunnen. // Ik heb de kracht niet eens op dit moment // om het de bij te bekennen’. Pera’s beschrijvingen van haar geliefde tuin zijn zo levendig dat je als lezer bijna met haar mee kan lopen. Deze tuin is Pera’s lust en leven en is een constante in het boek, al verandert haar rol wel. We volgen de seizoenen in de tuin als getuigen van het verloop van Pia’s ziekte: 'De bomen die langzaam leven en sterven, met de waardigheid van iemand die geen krimp geeft om ter wereld te komen of die te verlaten.' Terwijl de tuin sterft in de winter en weer tot leven komt in het nieuwe voorjaar, nemen Pera’s krachten enkel af. Waar ze aan het begin van het boek nog zelf de tuin bijhoudt, wordt dat steeds minder naarmate het boek vordert. Toch ziet ze de tuin als ‘kameraad met wie je je sterfelijkheid kunt delen’.

De schoonheid van de natuur zoals die in de tuin op bijna elke bladzij prachtig weerspiegeld wordt is een voortdurende bron van vreugde en troost voor Pera. Je kan rondwaren in de tuin, ‘in de magie van een ononderbroken verbazing, [e]n misschien, nu en dan, gegrepen worden door de gewaarwording iets niet zichtbaars tegen te komen. Een golf van vreugde’. Pera is een spirituele vrouw, met een hang naar esoterie evenals naar Spinoza’s Deus sive Natura als de Buddha. Niets is voor Pera belangrijker dan verbondenheid met God, in de brede zin van het woord. God is voor haar geen kwestie van weten maar van liefhebben, en bidden en mediteren helpen haar door haar soms slapelozen nachten heen.

Hoewel je je als lezer al vanaf de eerste pagina van de naderende dood bewust bent, doet het toch pijn wanneer het einde dan toch echt komt. Het is opvallend dat Pera voor het overgrote deel van het boek hoopvol blijkt in het aanzien van de dood. Pas tegen het einde komt de paniek voor de dood bij haar op, in de vorm van een allesoverheersende angst dat haar leven verkeerd is geweest, haar ideeën enkel een houvast en verweer. Toch eindigt ze weer in vrede, in navolging van de Buddha, in aanvaarding van het hier en nu in haar tuin, waar enkel nog rest ‘deze trillende ziel, die vreest dat ze alles verkeerd heeft gedaan, zo veel mogelijk [te] omarmen’. De laatste pagina’s voeren opnieuw terug naar de tuin, waar Pera nu enkel nog vanuit haar rolstoel naar kan kijken en van kan genieten.

Het boek laat zich het beste langzaam lezen, gezien de stijl met steeds korte overpeinzingen of aforismen waar je vaak gerust een poosje bij stil kunt staan. Voor mij gold dat ik me bij het dichtslaan van het boek echt moest losrukken van de wereld dia Pera schiep, zowel letterlijk als figuurlijk. Het maakt nieuwsgierig naar haar eerdere werk, dat naast een uitstapje naar een enkele roman en kort verhaal ook voornamelijk over tuinieren gaat. Ik bleef over met zowel verdriet om het prachtige mens dat er niet meer is als met hernieuwde verwondering over en vreugde voor de natuur. Met dit boek neemt Pera in elk geval waardig afscheid van deze aarde.

Pia Pera, Ik heb het de tuin nog niet verteld. Cossee, Amsterdam 2019, 249 blz., €21,99.

Submit to FacebookSubmit to Twitter