door Len Borgdorff, 15 september 2020

Tegen mijn gewoonte in ben ik vanmorgen eerst een stuk gaan fietsen. Daarna pas zou ik achter de computer kruipen en schrijven wat ik niet geschreven had als ik me aan de gewone volgorde had gehouden: eerst een In Poësis, dan pas fietsen.

 

 

Ik rijd regelmatig Oud-Zuilen door om meteen boven het dorp rechts af te slaan, langs het kerkhof waar de familie van Belle van Zuylen ligt opgetast. Nee, niet opgetast, juist niet. Vanwege het hoge waterpeil is het niet de bedoeling dat mensen daar in een graf boven elkaar komen te liggen. Geen stapelgraven maar tombes jumeaux dus. Of is het dan jumauses? Een éénpersoonsgraf kan natuurlijk ook en dat stel ik me voor bij het gedicht van vorige week:

 

‘If I shouldn't be alive
When the Robins come
Give the one in Red Cravat
A Memorial crumb

If I couldn't thank you
Being fast asleep
You will know I'm trying
With my Granite lip!’

 

In de omgeving van Slot Zuylen heeft Belle ongetwijfeld regelmatig gewandeld, een veronderstelling die wordt gevoed door het feit dat er een informatieve wandelroute rond het kasteel te vinden is die haar naam draagt. Als zij uiteindelijk geen Isabelle de Charrière was geworden, wie weet dat ook zij dan op het ‘waterbed’ van Oud-Zuilen terecht gekomen was. Misschien ook dat er dan op haar graf een buste van haar terug te vinden zou zijn geweest. Een borstbeeld in graniet.

 

Emily Dickinson en Belle van Zuylen hebben veel niet gemeenschappelijk, maar toch juist ook genoeg voor een fietser om ter hoogte van Oud-Zuylen de één straffeloos voor de ander in te wisselen. Literair begaafde vrouwen die ongeacht hun leeftijd, vooral ook door hun werk vooral modern gebleven zijn. Aantrekkelijk, bemiddeld, maar ook eenzaam. En beiden blijven leven, al zijn ze dood voor de burgerlijke stand.

Als er op dat kerkhofje van Oud-Zuilen een granieten kop van Belle van Zuylen had gestaan, maar het had dus net zo goed Emily Dickinson geweest kunnen zijn, dan hadden de lippen niet bewogen, maar dankzij het gedicht hadden we wel geweten dat zij het wel probeerde, Belle of Emily. Misschien is dat een reden om voortaan wat nadrukkelijker aandacht te besteden aan de lippen van een beeld. Niet de vaak dode ogen, maar de lippen.

Van beide dames zijn trouwens diverse beelden bewaard gebleven, niet graniet weliswaar, maar dan nog. Waarom heeft Dickinson het over graniet? Had marmer niet meer voor de hand gelegen?

 

Op die fietstocht van zo-even gebeurde nog iets. Het was maar een flard met de duur van een seconde, maar op papier kost me die flard een hele alinea.

Ik kreeg als kind nieuw behang op mijn kamertje. Crèmekleurig was het met daarop naar het leek lukraak geplaatste pastelkleurige vlekjes, alsof een bijna tamelijk droge kwast, heel licht en nonchalant, links-rechts in een diagonale beweging, hier wat roze, daar wat blauw en dan weer wat geel had neergezet. Ik vond dat toen heel modern, nieuw, ik genoot sowieso van de luchtigheid die aan het eind van de jaren zestig dik in de was gezette eikenhouten meubelen en zware vloerkleden verjoeg. Het leken boden van een toekomst vol licht, lucht en onbegrensde mogelijkheden.

Ik kon met veel plezier in bed liggen en naar de vlekjes op het behang kijken. Ze leken te leven, ook al omdat het licht van de vuurtoren van Hoek van Holland door mijn kamer draaide. Je begrijpt dat ik de gordijnen per se open wilde hebben.

 

Die gedichten van Dickinson doen me aan de vlekjes op dat behang denken, aan ooit, dat tegelijk fris en nieuw is, dat wil zweven. Lippen van graniet zouden van zoveel levensvatbare licht- en luchtigheid tot spreken kunnen komen.

 

Het spijt me, ik kom deze week niet verder dan hetzelfde gedicht van vorige week. Toen vergat ik de vertaling van Peter Verstegen op te nemen. Dat kan ik nu alsnog doen, gelukkig.

 

Als ik niet meer leven mocht

 

Als ik niet meer leven mocht

En de Roodborst kwam,

Geef die met de Rode Sjaal,

Een gedachteniskruim –

 

Kan ik u niet danken,

Is mijn slaap te diep,

Weet dat ik mijn best doe

Met Granieten lip!

 

Emily Dickinson

Vertaling Peter Verstegen

 

 

Emily Dickinson, Verzamelde gedichten. Vertaald en van commentaar voorzien door Peter Verstegen. Van Oorschot, Amsterdam 2011.

Submit to FacebookSubmit to Twitter