door Len Borgdorff, 11 augustus 2020


Bij Cheops stormen woorden, beelden, variërende herhalingen, verbijzonderingen, op je af in zinnen die een ondoorgrondelijk web van al dan niet beknopte bijzinnen zijn en als ik het gedicht na jaren weer herlees, gaat mijn stem vanzelf omhoog en zoek ik af en toe vergeefs naar de punten waarop ik die kan laten dalen en zelf even rustig adem kan halen. Dat doe ik namelijk: ik lees het gedicht hardop.

 

 

Het wordt hoog ingezet. Leopold gooit ons vrij snel in een kosmische wereld waarin de gestorven farao terechtkomt. Hij voegt zich naar de massa van de verheven zielen en gaat als een, zij het wat trage, komeet door de verschillende sferen, een eindeloze wereld die nog verder weg lijkt als je bij Albert Heijn de bonusaanbiedingen volgt.

 

‘Na zijn ontvangst, na te zijn opgenomen

in de doorluchte drommen en den stoet

der smetteloos verrezenen, die dreven

door alle hemelen […]’

 

Dat is de opening en de eerste zin eindigt na twintig regels:

 

‘[…] in deze weidsche vlucht

de koning Cheops.’

 

Daar mag de stem dalen. Ik zou je willen aanmoedigen om ondanks alle versprekingen het gedicht ook hardop te lezen. Het is muziek. Muziek die een ander misschien uitzet, maar die je als lezer wilt blijven zingen. Dus doe de deur desnoods maar dicht.

 

Cheops, de naam lijkt wel een anagram van Chaos en dat geeft wel een beetje aan waar het in dit gedicht om gaat. De gestorven farao legt als een komeet een reis af door sferen en wordt opgenomen in een kosmisch verband, een zuiver verband, een kosmos die in harmonie is met zichzelf. En dat lange strofen lang.

 

‘En andere en andere verblijven

en werelden naar and’ren zin gezet

en allen het gedrag der onderdeelen,

de wenteling, de vlechting van hun loop

en zwenken, kruisen en verward krioelen

gemakkelijk en met gelaten hand

besturend naar een smarteloos geboren,

uit eigen wezen voortgekomen wet.

 

En dan na al de pracht der myriaden

de gouden bollen rollend door den laan

der somber aether, al de oppertrots

van dit onvergelijkelijke, na bevamen

van ’s hemels gansche diepte […]’

 

Wat het gedicht misschien moeilijk maakt, is de poging om niet alleen een wereld ver van de bonusaanbiedingen neer te zetten, maar ook om ons die te laten gewaarworden; dus ons iets te laten gewaarworden van wat onvergelijkelijk is. Dat maakt het gedicht, deze grootse poging, ook fascinerend. En het lijkt wel alsof het nodig is om bij een paar van de allermooiste regels uit de poëzie te komen. Alleen zijn dat regels die niet goed kunnen zonder de 200 regels die Leopold eraan vooraf laat gaan. Maar dan gebeurt er iets dat misschien wel hemels is. Zoals je voor de simpele ontroering ván of de vrede van de dood ten minste een heel leven nodig hebt.

 

Eerst wordt de blik gericht op de piramide waarin de mummie van Cheops is geborgen, één van de zeven wereldwonderen uit de Klassieke Oudheid die we nog kennen. De fonkelende vorm van deze piramide is als een kristal afgezet vanuit de kosmos. In deze aardse analogie van de hemelse kosmos keert Cheops terug. Hij ziet zijn eigen gaaf gebleven mummie. Hij ziet ook de schilderingen op de wand. Tekens waarin hij zijn onderdanen herkent, zijn belangrijke raadgevers, kortom zijn aardse leven waarin hij mens en god was. Dat leest hij in de letters op diezelfde wand:

 

‘het heilig letterschrift, de oud gevormde

begroetingen, het statig woordental

der machtsverkondigingen, opgesomd

in vroom zichzelf herhalen, het uitvoerig

lofspreken en de stamelende reeks

van rijke namen en verheven roem

des godenzoons.’

 

Lees dit nog even hardop. Ik wacht wel even.

 

En dan die grote, stille samenval van hemel en aarde in de twee slotregels, het sublieme incident waarin, klik, ineens alles betekenis krijgt, zin wordt in zichzelf. Leopold begint er spontaan van te rijmen.

 

‘Ook deze schildering

volgt nu de oude, vestigt zijnen zin

op haar bestand en laat zijn aandacht dolen

allengs; hij is geboeid door de symbolen

van het voormalige en hij hangt er in.’

 

J.H. Leopold, Verzen. Brusse / Van Oorschot 1967.

 

Voor de tekst van het gedicht kun je onder andere hier terecht (maar een papieren versie is veel aangenamer): https://www.dbnl.org/tekst/leop004verz04_01/leop004verz04_01_0015.php.

Submit to FacebookSubmit to Twitter