door Len Borgdorff, 7 juli 2020

 

Oom Jan.

Iedereen die maar enigszins nader was dan de rok ─ en daarvoor hoefde je niet eens een hemd te zijn ─ werd oom of tante genoemd. Zo ook oom Jan.

‘Ik ga naar Henk,’ zei hij ten slotte. Toen was hij oud. Het waren zijn laatste woorden.

Henk was de jongen die niet uitkeek toen hij op zijn brommer een voorrangskruising overstak. Hij werd geschept en was op slag dood. Dat was op 15 juli 1961. Ik herinner het me nog maar al te goed.

 

Niet alleen Oom Jan, ook tante Nel is intussen al jaren dood. Beiden liggen in het graf van hun Henk.

 

 

Oom Jan had kunstboeken en daarom kwam ik er graag en hij liet ze me graag zien, al vond hij het jammer dat ik minder belangstelling had voor zijn verzameling bijzondere stenen. We hadden het nooit over Henk, ook later niet, toen ik al lang doorhad dat er over de kwaliteit van de kunstboeken wel wat te zeggen viel, maar ik op verjaardagen bijna altijd als vanzelf naast hem kwam te zitten en hij graag vertelde wat hij nu weer had bedacht. Zo was hij ervan overtuigd dat ergens het leven van Jezus, tweeduizend jaar eerder, nog volledig intact was. Zoals het lichaam van een mammoet onaangetast in ijslagen gevonden kon worden, zo zouden we ooit ook het leven van Christus terugvinden. Niet zijn lichaam, nee, hoe hij had bewogen en wat hij had gezegd. Het was ergens. Want, aldus Oom Jan, beweging en woorden brengen luchtgolven voort en die zijn uniek. Ze verplaatsen zich, die golven, maar ze blijven ergens.

Ik sprak Oom Jan niet tegen, ook al snapte ik als puber al dat er ook op de kwaliteit van zijn ideeën wel wat viel af te dingen.

 

Nogmaals, over Henk hadden we het nooit. Maar dat hij vaak over de jongen nadacht, wist iedereen. Henk was er een van zes. Hij haalde de twintig niet, maar nam veertig, vijftig jaar later zijn ouders mee in het graf.

 

Oom Jan was al jaren dood toen zijn bizarre verhaal over de conserverende luchtgolven me bij Henk bracht.

Na diens overlijden bleef ik bij zijn familie komen. Vanwege de boeken, vanwege de koek, omdat het nu eenmaal de gewoonte was, maar ook omdat schoonzoon Sep een blok hout had gepakt, dat in de schuur in een bankschroef had gezet en vervolgens met gutsen aan de slag was gegaan. Daar stond ik graag bij te kijken. Langzaam maar zeker veranderde het hout in een schip, een vliegdekschip om precies te zijn. Later werd er geschuurd en gevijld, geverfd. Er kwam een opbouw. Zelfs een minuscule helikopter. Het werd de Karel Doorman, het schip waarop Henk als marinier had gevaren.

Uiteindelijk kwamen er zelfs twee van die schepen. In verhalen en in doen en laten, in vernoemingen ook, was Henk het ijkpunt.

 

Anna Enquist heeft haar Henk. In dit geval is het dochter Margit die in 2001 op 27-jarige leeftijd omkwam. Anna Enquist is geen houtbewerkster en geen alchemistische dromer, al roept ook zij mythische personen op om de leegte van wie ontbreekt inhoud te geven.

 

Haar bundel Berichten van het front begint met een statement:

 

[…] ik spreek

tot u namens de werkgroep gedupeerde dichters,

de vereniging rouwende schrijvers en wens u

kinderen toe die niet de eindstreep halen

voor u zelf de drempel over bent, dit jaar.

 

Lees gedicht

Oudjaarstoespraak

 

Goedenavond deze laatste avond, ik spreek

tot u namens de werkgroep gedupeerde dichters,

de vereniging rouwende schrijvers en wens u

kinderen toe die niet de eindstreep halen

voor u zelf de drempel over bent, dit jaar.

 

Borelingen, kleuters, bijna groot, in volle bloei

─ het verlies is leesbaar of verborgen, Kohlmeier,

Grossman, Riley en Thomése, de ledenlijst is langer

dan u misschien dacht. Zelfs Gardam! Drabble! Wij

schrijven door, u hoeft het niet te lezen,

 

die sombere kost uit onze keukens, met woede

bereid, te heet, te koud. U mag uw bitter bordje

laten staan, het is niet erg. Maar deze laatste avond

van het jaar wil ik u groeten en vertellen dat wij nog

bestaan, onmachtig weliswaar om zo’n heel jaar

 

te overzien, krom onder onze last, maar vlijtig

schrijvend aan de zinnen die wij schrijven moeten.

Wij kneden het gemis totdat het op de bladzij past.

 

Anna Enquist

 

Zonder die vierde regel is de derde schokkend genoeg om wakker te worden. En dat moet ook.

De regels vormen het begin van het openingsgedicht Oudjaarstoespraak.

31 december, dat was de geboortedatum van Henk.

 

Anna Enquist, Berichten van het front. De Arbeiderspers, Amsterdam / Antwerpen 2020.

Submit to FacebookSubmit to Twitter