door Len Borgdorff, 26 mei 2020

Ik droom er wel eens van dat ik door een depot van een museum dwaal. Dat ik daar een prachtig mij volstrekt onbekend werk tevoorschijn trek en dan te horen krijg dat ik dat wel mee naar huis mag nemen, mag bevrijden uit de willekeur van een blind depot en mag voeren naar het land van de zingeving, in dit geval naar de muur naast de boekenkast, waar het wordt opgenomen in het ‘bezield verband’ van andere schilderijtjes . Dat ‘bezield verband’ danken we aan de dichter J.H. Leopold.

 

 

Bij Maarten van der Graaff moet ik ook aan een depot denken. Daar dwaal ik doorheen. Als het een gedroomde dwaaltocht is, dan wel eentje in een akelige droom. Dat komt natuurlijk door dat dwalen door gangen met stellages vol brokstukken van de Deltametropool die Nederland is of wordt. Dat is een wereld zonder samenhang, maar vol ongerijmdheid waarin dwalen uitdraait op verdwalen en daarbij ook jezelf kwijtraken. Het idee dat sommige stukken een zinvol verband zouden kunnen aangaan, kun je wel vergeten.

Het is maandagochtend, de zon schijnt, een mooie voorjaarsdag. Naast me staat een glas verse koffie. Zoals ik het graag heb.

Maar de bundel van Maarten van der Graaff werkt niet mee.

 

Dat is merkwaardig. De opdracht die ik mezelf geef in mijn wekelijkse stukjes is: pak een regel en ga er mee aan de haal. Dat is het. Ik wil geen gedicht analyseren, geen bundel bespreken. Ik wil een regel, daar een vliegtuigje van vouwen en daarop (in de taal kan dat) even meezweven. Een korte vlucht is al genoeg.

Dat lukt me dus niet. Ik lees als slot van het Negende document:


Lees meer

 

Rekeningh van oncosten gemaect bij Henrick van Hoolwerff.

Wegens de loterije aangeleght. Tijd. Tot het lossen van. Olphert Claessoon.

Die de klok het bloed aftapt. Maar de echt handige feature voor op de werkvloer

vind je door twee keer te tikken. Op de oorschelp. Geen representatie.

Van een plek. Geen boek. Over de natiestaat. Met analyses. Maar echo’s.

Dromen. Heidenen. Updat sij in onsen kerkspel niet comen. In de Deltametropool.

Een vraag naar 7100 hectare. Bedrijventerreinen. Tik je echter twee keer

op de oorschelp omdat een collega tegen je begint te praten.

Dan vervalt de functie. Hoor je de stem. Kraakhelder.

Regels die ik uit het depot van dit gedicht zou kunnen slepen, zijn er genoeg.

 

‘Die de klok het bloed aftapt.’

of

‘vind je door twee keer te tikken.’

‘Updat sij in onsen kerkspel niet comen.’

 

Dat zouden zomaar drie stukje In Poësis kunnen worden. En dan laat ik een paar van de mooiste uit de bundel nog liggen, met het oog op de toekomst. Een mogelijke toekomst, want doe ik een flard uit deze bundel geen geweld aan? Ze vormen met elkaar het échec van de droom, de teloorgang van de harmonie en ‘bezield verband.’ Waar haal ik het lef vandaan om daar dan iets uit te halen om er een vliegtuigje van te vouwen?

 

Het is een beklemmende bundel en ik durf niet aan een regel. Maar het moet!

Dan maar de Slauerhoffiaanse slotregel van dit Slauerhoffiaanse gedicht. Die vandaag zowel slaat op de maker als de lezer van het gedicht.


Lees meer

 

Toen ik het denderen, spugen, de dopplerkrijs van de metro begreep,

begreep ik gedichten. Handel en scheepvaart.

Omineuze schepen in stasis. De extase van vriendschap. Gangbare frasen

betalen zich uit. Angel investors,

help mij de boel te disrupten. Dolor.

Ontologische souplesse in Sillicon Valley. Dolor.

Ik mis de snelheid en flexibiliteit van de start-up. Ik ga naar bed’

Met stress, sta op zonder energy.

Ik werk bij mijn droombedrijf en ben ongelukkig.

 

Maarten van der Graaff, Nederland in stukken. Uitgeverij Pluim, Amsterdam / Antwerpen 2020

Submit to FacebookSubmit to Twitter