door Menno van der Beek, 4 mei 2020

 

Deze dag is bedoeld om de vlag halverwege te hangen en dan te bedenken, hoe het alle onderworpenen en gevallenen van de tweede wereldoorlog vergaan is. Probleem van dat herdenken voor mij, die de oorlog op afstand uit de verhalen van de familie kent, is soms, dat het allemaal te groot wordt, eindeloze rijen marcheren in de somberste gedachten richting de crematoria, hoopvolle jongens liggen dood op de stranden gestapeld. Een kleine ingang in alle ellende kan soms helpen, het geheel weer te overzien.

 

Dit kleine boekje van een Amerikaanse schrijfster verscheen in 1938 in een Amerikaans tijdschrift, en was ogenblikkelijk een groot succes. Het vertelt van de eerste indrukken die een naar Duitsland verhuisde Amerikaan aan zijn Joodse zakenpartner schrijft, en over hoe daar het gif in sluipt. En over hoe de poëtische gerechtigheid soms genadeloos hard terug kan slaan.

Het is in een mooi half uur uit te lezen. Vreemd eigenlijk, dat dit nog niet gratis wordt uitgedeeld op scholen en in bibliotheken. De kans, dat wie deze opmerkingen leest en het boekje nog niet kent vandaag nog een exemplaar te pakken krijgt is niet groot, en tegelijk is het handig voor volgend jaar één klaar te leggen. Nooit vergeten hoe achteloos het allemaal begon en hoe een goed idee het sommigen toen nog leek.

Submit to FacebookSubmit to Twitter