door Len Borgdorff, 28 april 2020

‘De kalender vermel  – e 23 mei, toen de i n t e l l i g e n t e conciërge van een flat aan de Boulevard Buitoni een grote zwarte auto ontwaar – e.’

 

Dit is de eerste zin van serie A uit het boekje Spel 1. Aan de serie gaan enkele instructies vooraf die erop neer komen dat je
onvo - edige woorden moest overnemen en aanvullen;
g e s p a t i e e r d e moest je overnemen en de onderstreepte moest je niet alleen onverbogen overnemen, je had er ook maar de betekenis van op te zoeken.


 

Het boekje was gemaakt door collega Jan de Bruin en twee van de drie of drie van de vier wekelijkse lessen begonnen we met vijf zinnen uit het boekje Spel. Er waren drie delen, voor klas 1, 2 en 3.

Ik genoot van de idiote verhalen uit Spel en leerde op die manier al snel hoe ik gekke dictees moest maken.

Dat was in de jaren zeventig en tachtig. Ik moet eraan denken als ik de eerste strofe lees van De stille fanfare:

 

Vanavond speelt de stille fanfare

onder de ritselende platanen

op het gepavoiseerde plein

 

In plaats van gepavoiseerd had er ook feeëriek verlich – e kunnen staan. Hoe dan ook, het gedicht stuurt me naar Jan de Bruin en naar zijn boekjes, waarvan ik er meteen eentje kan vinden, zoals hierboven is te zien.

Er is nog een reden waarom ik bij dit gedicht onmiddellijk (o n m i d d e l l i j k) aan Jan de Bruin denk. Hij vertelde me heel veel later hoe er vanwege zijn verjaardag eens twee mensen in fanfare-uniform over de dijk gelopen kwamen. Hij woonde toen in een boerderij langs de Waal. De een had een fluit, de ander een stok, een m a c e. Er liepen ganzen tussen hen in. Vanuit de boerderij kon hij fluit en ganzen niet horen maar hij zag ze van verre aankomen. Ze kwamen voor hem, vanwege zijn verjaardag. Het was de ganzenfanfare van twee oud-leerlingen die er weet van hadden gekregen dat hun vroegere leraar daar woonde, dat hij jarig was en dat hij kanker had.

Ik was er niet bij. Jan vertelde het me naderhand.

Het kost me geen enkele moeite om het voor me te zien, die ganzen op de dijk en de twee musici van wie ik heel duidelijk niet hoor wat ze wel spelen. Of niet.

 

De stille fanfare

 

Vanavond speelt de stille fanfare

onder de ritselende platanen

op het gepavoiseerde plein

 

ze spelen liederen

over de voorbije jaren

tussen jou en mij

 

er is geen lied

van liefde, van weemoed

en verdriet

 

of het raakt aan iets

van alle mensen.

Er is nog een verhaal. In 2011 begroeven wij Roos, bijna een leven lang kind aan huis bij mijn ouders en later bij mijn moeder. Ze overleed daags na haar 62ste verjaardag. We brachten haar naar het kerkhof op de zaterdag van carnaval.

Het nieuwe gedeelte van de begraafplaats lag dichtbij een kruispunt en dat kon je van daar ook heel goed zien.

We hoorden het geluid van een naderende fanfare en even later zagen we de stoet, tussen de molen en de huizen aan de overkant tevoorschijn komen.

Het fanfarekorps en het meedansende publiek zag ons ook. De tambour-maître gaf met zijn stok aan dat de muziek moest stoppen. Alsof ze op kousen liepen, staken ze het kruispunt over, de mensen van de fanfare en het publiek, ze passeerden het kerkhof en pas vijf minuten later hoorden we weer de muziek van de tot dan toe stille fanfare.

 

er is geen lied

van liefde, van weemoed

en verdriet

 

of het raakt aan iets

van alle mensen.

 

Kees van Domselaar, De stille fanfare. De Arbeiderspers, Amsterdam / Antwerpen 2019.

Submit to FacebookSubmit to Twitter