door Els Meeuse, 17 april 2020

Deze recensie is een voorpublicatie uit
Liter 98

Reizen is in Europa sinds kort geen vanzelfsprekendheid meer. Eindeloos is de rij geannuleerde vakanties. Noodgedwongen verblijven we op zonnige dagen in onze achtertuin, op ons balkon of in het park op anderhalve meter afstand van onze gesprekspartner. Misschien blijkt de wereld in onze directe omgeving mooier dan we ons eerder realiseerden en vinden we de isolatie zo erg nog niet. Maar na een paar weken begint het toch te kriebelen. In de zomervakantie kunnen we er toch hopelijk wel weer op uit? Of we in de zomermaanden nu wel of niet op pad kunnen – Jan Brokken biedt ons in Stedevaart een uitstekende mogelijkheid om op reis te gaan. Waar we ons ook bevinden. Op een zonnige dag in een ligstoel langs de Middellandse Zee of achter het beslagen vensterglas van onze jarendertigwoning, terwijl de regen gestaag naar beneden komt.



Brokken is een meesterverteller. In zijn nieuwe werk neemt hij de lezer niet alleen letterlijk mee op een stedentrip de wereld door. Stedevaart is ook een reis door de tijd en een kennismaking met het leven van diverse musici, schrijvers en schilders. In 22 steden leer je beroemde kunstenaars kennen die ooit in deze fijnzinnig beschreven omgeving verbleven. Je wandelt door bekende steden zoals Amsterdam, Parijs, Venetië, Berlijn en Sint-Petersburg, maar ook kleinere plaatsen passeren de revue. Verrassend persoonlijk is het stuk dat Brokken schrijft over Middelharnis, een onbeduidend dorp op de landkaart. Maar met een schilderij van wereldformaat.

Stedevaart is geen boek dat je op een achternamiddag even uitleest. Je moet het af en toe openslaan en een essay tot je nemen. Omdat je over een week in Riga moet zijn. Of omdat je niet op reis kunt en Bordeaux toch blijft trekken. Of omdat je Mahler luistert en je graag ondertussen een goed en boeiend verhaal over de man wil lezen. Heb je het boek toch op je nachtkastje liggen, dan lees je vanzelf door. Iedere dag een paar essays. Dan kom je vanzelf ook in het Bergamo van Donizetti. Elk essay zet je aan om het werk van de kunstenaar op te zoeken, te lezen of te beluisteren. En dat is alleen maar te danken aan de meeslependheid van de vertelkunst van Brokken.

De titel is treffend. Stedevaart heeft veel weg van een bedevaart, maar dan wel een tocht gericht op kunstenaars en niet op heiligen. Het oog in oog staan met de wereld van de kunstenaar doet Brokken de kunst beleven zoals hij dat niet eerder gedaan heeft. Een ervaring die soms zuiverend is en zelfinzichten oplevert. Het meest is dat het geval bij Het laantje van Middelharnis (1689) van Meindert Hobbema. Een schilderij dat lang niet iedereen kent, maar toch tamelijk beroemd is. Het hangt in de National Gallery in Londen. ‘Een zandpad omzoomd door dunne elzenbomen. Links op de achtergrond een kerktoren, rode pannendaken en een paar masten die boven de dijk uitsteken. Rechts op de achtergrond – maar wel iets meer naar voren – een kapitale boerderij. Grijswitte stapelwolken. Onderaan boompartijen, bovenaan lichte blauwe lucht. Vanaf het donker hef je als kijker het hoofd op naar het licht.’ Hobbema gebruikt de kracht van de leegte in het schilderij. Een rij elzen langs een zandpad, in de verte rode pannendaken. ‘Van Middelharnis maakte Hobbema de Stad Gods, het Nieuwe Jeruzalem uit Openbaring 21-22 dat aan de einder gloort en dat glinstert als glas.’|

 

Brokken keert vanuit dit schilderij terug naar zijn eigen verleden, naar een tocht die hij met de verloofde van zijn jaren oudere broer maakte. Hij was jong, een jaar of tien nog maar, toen hij met haar naar Ouddorp reisde en onderweg een middag in Middelharnis verbleef. Deze middag leidde, na een adembenemende boottocht, tot een overrompelde kus in een steegje bij de Grote Kerk. Een kus die voor grote verwarring zorgde bij de jonge Jan. Wat overkwam hem? En: was het zonde wat er tussen hen gebeurd was? ‘Hoorde ik mijn broer mij als Kaïn vragen mee het veld in te gaan waar hij zijn hand tegen mij zou opheffen? Want als ik van een verhaal uit de Bijbel wakker lag dan was het juist dat over Kaïn en Abel, met de zonde als belager aan de deur.’ Tegelijkertijd is hij boos op zichzelf. Zijn kans is verkeken. Hij heeft haar ruw weggeduwd. ‘Je liet het voorbijgaan als een zonnestraal en zocht naar wolken.’ Decennia later keert Brokken, nadat hij het schilderij van Hobbema een keer of zeven bezocht heeft in het museum, terug naar Middelharnis. Waarom blijft het schilderij zo trekken? Wat heeft het hem te zeggen? Nog weer jaren later, als Brokken voor zijn werk in Londen is en het schilderij nogmaals bezoekt, spreekt een vrouw hem aan, omdat hij zo zichtbaar geobsedeerd is door het schilderij. ‘In de freudiaanse droomleer is het beeld van een verdwijnend pad er een van verleiding.’ Brokken is het niet zomaar met haar eens. ‘Laten we het erop houden dat Hobbema een aandoenlijk mooi landschap heeft vereeuwigd.’ De bezoeker kan dat niet ontkennen. ‘Maar dat is niet voldoende.’

De observaties en analyses van Brokken zetten aan het denken. We kunnen geobsedeerd zijn door kunst, omdat we op deze manier inzicht willen krijgen in onze eigen verlangens. En ja, misschien is het soms ook een vorm van boete doen voor verleidingen waar we niet los van kunnen komen. Op de voorgrond het eindeloos lijkende zandpad, omgeven door elzen. Maar op de achtergrond schemert het Nieuwe Jeruzalem.

Jan Brokken, Stedevaart. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2020, 416 blz., € 29,99.

Submit to FacebookSubmit to Twitter