door Suzanne van Putten, 6 maart 2020

 

Hoe landt een man weer in de wereld, nadat hij een tijd tussen hemel en aarde heeft geleefd? Simon Leyland heeft eerst te horen gekregen  dat zijn dood nadert en vervolgens dat de gediagnosticeerde hersentumor er niet blijkt te zijn: de foto’s zijn verwisseld. Na deze ingrijpende mededeling vindt hij zijn weg niet zomaar terug. Tussen de herziene diagnose en de laatste woorden van de roman ‘Welcome home, Sir’ ligt een lang verhaal.


 

 

Vertaler en uitgever Simon Leyland heeft weer toekomst. Een toekomst die er totaal anders uit zal zien. De uitgeverij  die hij van zijn vrouw Livia erfde, heeft hij in de elf weken tussen diagnose en herroepen verkocht. In de ruim 400 pagina’s dikke roman ontmoet Leyland oude vrienden en nieuwe metgezellen. De roman vangt aan bij Leylands komst in Londen, waar hij het huis van zijn overleden oom Warren Shawn betrekt. Zijn volwassen kinderen laat hij achter in Triëst. Hij krijgt de sleutel van buurman Kenneth Burke. Leylands gedachten over zijn buurman houden een belofte in: ‘Zijn houding was niet afwijzend, gewoon afstandelijk. Iemand die deze afstand zou willen overwinnen, zou daar heel wat tijd voor nodig hebben.’ Tijd is geen vijand meer maar een openliggende toekomst.

Het gewicht van de woorden is het thuis van veel opmerkelijke mensen. Een rechter die in een vroege euthanasiezaak oordeelt, een man die een boek van duizend pagina’s op de typmachine schrijft zonder voor de veiligheid een kopie te maken, een apotheker die zijn vergunning verliest omdat hij zonder recept medicijnen verstrekt, een vertaler die de minnaar van zijn vrouw doodt en dit in de gevangenis keer op keer thematiseert door een verhaal te vertalen en te herschrijven omdat hij wil weten of het ook anders had kunnen gaan. Mensen met raadselen. Leyland schrijft in een brief aan zijn overleden vrouw: ‘Wij mensen zijn dus absoluut niet uit één stuk gegoten, we zitten vol gaten en spleten en leven mentaal vaak op verschillende niveaus, klimmen omhoog en vallen weer naar beneden.’

Dit boek gaat veel over taal. Hoe nuttig en verantwoord is het om je daarmee bezig te houden als er grote problemen in de wereld zijn? Of, in de woorden van Merciers personage: ‘Kun je er in alle ernst over nadenken of je een komma of een puntkomma moet zetten als er mensen zijn die niet weten waar ze de nacht kunnen doorbrengen zonder te sterven van de kou?’ Even later: ‘Er bestaat, zo denk ik nu, geen ranglijst voor de belangrijkheid van de dingen waarop je leed en komma’s kunt vergelijken’.

Elders hebben de karakters wel sterk de behoefte om een rangorde te creëren, als het gaat om euthanasie. Want: de ene dood is de andere niet. Personages voeren vurige pleidooien om mensen die geliefden helpen euthanasie te plegen, vrij te pleiten. Het is duidelijk dat de categorie ‘moord’ voor hen niet voldoet, omdat het de intenties van de doder negeert. Opvallend is hierbij dat de personages enkel ingaan op het verhaal van de persoon die ondraaglijk lijdt – er worden ook vragen niet gesteld. Want zijn er geen ongewenste gevolgen van een versoepelde euthanasiewet denkbaar, zoals schuldgevoelens bij zieken mét levenswens? Ook Simon Leyland bepaalde tijdens de weken dat hij met een diagnose rondliep dat hij niet natuurlijk aan zijn einde wilde komen. De mogelijkheid dat Leyland te snel tot handelen was overgegaan, nog voordat de diagnose werd herroepen, wordt ook niet expliciet gethematiseerd.

Door zijn aankomend overlijden heeft hij stappen gezet die hem doen teruggaan naar zijn verleden. Naar het bureau op de uitgeverij, dat niet zomaar een bureau is: als hij er de eerste keer gaat zitten is het de plek van zijn overleden vrouw, en als hij er later binnenloopt is het niet meer zijn leven maar dat van de vrouw aan wie hij de uitgeverij heeft verkocht.

Het gewicht van de woorden is een traag boek. Er is volop ruimte voor gesprekken, soms voor het eerst – Leylands contact met zijn kinderen heeft zich verdiept. De afhandeling van de verkeerde diagnose helpt zijn dochter te begrijpen dat ze niet verder wil in de medische wereld en geeft zijn zoon ook de moed om een vertaalopdracht aan te nemen, want het juridische uniform kan niet zijn enige maatpak zijn. Er is ruimte voor zelfreflectie, door brieven die Leyland aan zijn vrouw schrijft en herleest. Het leidt hem een nieuw pad op, dat van een proza-schrijver. Voor het eerst sinds zijn leven voelt hij de behoefte zelf te creëren.

Dat taal de weg wijst bij zijn nieuwe levenspad is onvermijdelijk, blijkt al eerder. Vriend Paolo vraagt hem elders in de roman hoe het na de herroepen diagnose voelt om te leven. Leyland: ‘Ik sta sindsdien anders in de wereld. En anders in de tijd. Ook anders in de woorden. Ik heb na de ontdekking van de vergissing hier in Milaan de dom bezocht. Daar kon ik dat allemaal heel zuiver voelen. Ook dat er uiteindelijk maar één iets is wat telt: poëzie.’ Het bevreemdt me overigens dat in deze zingevingsvraag de ontmoetingen en vriendschappen die Leyland helpen landen in zijn wereld ontbreken. Dat neemt niet weg dat het genieten is in de wereld van de woorden die Mercier heeft gebouwd.

Pascal Mercier, Het gewicht van de woorden. Amsterdam 2019 Wereldbibliotheek; 446 blz. € 24,99.

Submit to FacebookSubmit to Twitter