door Len Borgdorff, 11 februari 2020

 

Je bent te laat. De tentoonstelling The Passport van Thana Faroq in de Pulchri Studio in Den Haag is afgelopen. Al zie ik nu dat je ook via internet veel te zien krijgt van wat ik daar zag. Ga maar eens naar http://thepassport.nl/.

 

Nu is een computer of mobieltje, net als televisie, radio of cd een verraderlijk medium. Je zou nog bijna denken dat je ergens geweest bent, dat je getuige was, maar dat is niet zo. Een computer is geen zaal om in te dwalen en hoewel ik deze ochtend regelmatig met plezier wordt afgeleid door muziek van Yo-Yo Ma, mijn auto en mijn werkkamer zijn geen concertzaal en ook geen kerk, waar je soms de zachte, zware tonen van een cello door je middenreef voelt gaan.

 

 

Bij Faroq gaat het onder andere om foto’s, uitvergrote pasfoto’s lijken het van mensen die heel erg niet blond zijn, maar wel achter een ruit staan met druppels en nevel. Ze worden verdwijnende beelden of ze doemen op. Ze zijn er en ze zijn er niet.


Er is ook een film van een vluchtenlingenkamp. Daar gebeurt bijna niets. Er loopt een meisje dat een jongere, enigszins haveloze versie is van Anne Frank. Ze loopt door de modder. Ze ziet er wel levenslustig uit, tamelijk vrolijk ook. Ze denkt vooral niet wat ik denk terwijl ik naar de film kijkt. Ze draait zich om. Er komt een jongetje aan op een driewieler waarvoor hij een beetje te groot is. Hij heeft iets in zijn hand. Het zijn kinderen in hun spel, aan de binnenkant van hun eigen leven. Ze kijken er niet naar, zoals ik, van over de rand, als aanwezige afwezige, want dat blijf ik, ook in deze zaal van Pulchri. Ik zou het ook zijn als ik rondliep in een vluchtelingenkamp in Yemen, een vreemdeling in een vreemdelingenkamp, een vreemde voor vreemdelingen, geen andere vluchteling.

 

Er hangen brieven aan de wand, afkomstig uit een kamp als op de film, of uit een asielzoekerscentrum. Ze zijn geschreven in houterig Nederlands, in het Engels, Arabisch en in een taal die ik niet ken. Turks? Het briefje spreekt me aan. Het jaloersmakend regelmatig handschrift, ondanks een incidentele verbetering. Iemand schreef dit. Dit betekent iets anders dan het betekent voor iemand de code van de gebruikte taal niet kent. Wel herken ik de beheersing van het handschrift, de regelmaat. Ik herken dat hier een verhaal staat dat zich laat raden.

 

Geen metafoor

 

komt hier aan te pas.

De lucifer,

 

konform zijn opdracht,

communiceerde verbrandend.

 

Schreef Hans Faverey in 1968. Ik las het twee jaar later, ik moest er aan denken tijdens de tentoonstelling. Toen ik de brief las die ik niet kon lezen. Alsof daar dat oude gedicht van Faverey was neergepend. Dat daar was neergepend. Ik las: dat er geen metafoor nodig was om dit te begrijpen en dat de brief, de begrijpelijkheid van de brief, verdween toen ik hem even begreep. Zoals ik dat meisje op de film begreep. Dat mij misschien wel nastaarde toen ik de zaal uit liep.

Daarna keek ze naar haar broertje, hij naar haar. Ze haalden met een glimlach hun schouders op. Wat kwam die man nou doen? Ze keken nog even en speelden toen weer verder.

 

Hans Faverey, Gedichten. De Bezige Bij, Amsterdam 1968

Submit to FacebookSubmit to Twitter