door Pauliene Kruithof, 17 januari 2020

In zijn nieuwe roman De nachtstemmer neemt Maarten 't Hart de lezer mee naar Maassluis, eind jaren tachtig. Die plaatsnaam wordt niet genoemd, maar de hoofdpersoon Gabe neemt de stoptrein vanaf Rotterdam richting de zee, stapt uit in een kuststadje, kan het volgende eiland zien liggen en heeft een opdracht in de Groote Kerk die op een eilandje is gebouwd. Lezers die bekend zijn in deze regio herkennen alles direct. Gabe heeft als opdracht een Garrels-orgel te stemmen, waarbij hij wordt geholpen door Lanna, een tienermeisje dat in het dorp als verstandelijk beperkt wordt gezien en de toetsen voor hem induwt.




De auteur hanteert zijn gebruikelijke ingrediënten. Echt vernieuwend is hij niet te noemen. Al snel worden er gereformeerde figuren geïntroduceerd die op onnozele en schijnheilige manier stereotype kerkelijke discussies voeren. Uit sommige fragmenten blijkt het verteltalent van ‘t Hart, zoals bij de opening van de roman, over de treinreis en de aankomst in het stadje, en later bij een confrontatie waarin de auteur uitlegt hoe kogels zijn als water uit een tuinslang. Het grootste gedeelte van het boek voelt echter traag, doordat er te veel gedachten worden herhaald, de vertelling te uitleggerig is en veel aspecten beeldvorming missen. Deze toonzetting wordt versterkt doordat de personages niet echt tot leven komen. Gabe is een sociaal onhandige man die graag zijn eigen gang gaat en van klassieke muziek houdt, maar verder kom je weinig specifieks over hem te weten. Hij rouwt om zijn overleden lief, Lore, waarover bijna niets wordt verteld en ook de nieuwe vrouw in zijn bestaan – Gracinha, de betoverende moeder van Lanna – blijft plat. Gabe viel van zijn geloof omdat de Bijbelse verhalen onmogelijk waar kunnen zijn, waardoor het merkwaardig is dat hij de Bijbel graag leest en die gebruikt om vrouwen mee te versieren. Op de laatste bladzij van het verhaal is hij nagenoeg dezelfde als aan het begin.

De schrijver gebruikt veel archaïsch taalgebruik dat in het verhaal zelf uit de toon valt. Ook lijken enkele trendy woorden die opduiken daardoor geforceerd. De verhaallijn kampt eveneens met een gebrek aan geloofwaardigheid. De vertelling speelt zich af in de laatste week van september en de eerste week van oktober, maar het is nog voor het avondeten donker en er worden de ene dag zomerjurken gedragen terwijl het de volgende ochtend vriest. Gabe heeft voor zijn opdracht aanvankelijk vier dagen uitgetrokken, maar hij heeft geen schone kleren bij zich. Ook heeft hij gaten in zijn sokken omdat hij ze niet had gestopt, maar welke man met een internationale carrière deed dat destijds? Vooral de afloop van zijn kennismaking met Gracinha en Lanna, die hij in totaal acht dagen kent, doet fronsen.

Maarten 't Hart laat de lezer kennismaken met het beroep van orgelstemmers. In de loop van het verhaal komen allerlei technische en praktische aspecten hiervan aan bod, van pijpopstellingen tot registers en van bouwers tot gebruikers. Of dit waardevol is omdat het een oud cultureel aspect belicht, of juist een misser omdat nieuwe generaties lezers weinig hebben met kerkorgels, valt te bediscussiëren. De impliciete clou dat timide mensen een prima loopbaan kunnen hebben en in sommige sociale contexten zelfs in het voordeel zijn, is een mooie gedachte. Het is echter de vraag of lezers in deze tijd, waarin succes vooral afhangt van zelfpresentatie en vernieuwing, daar wat mee kunnen.

 

Maarten 't Hart, De nachtstemmer. Uitgeverij de Arbeiderspers, Amsterdam 2019, 320 blz., € 21,99.

 

Pauliene Kruithof

Submit to FacebookSubmit to Twitter