door Len Borgdorff, 18 december 2019

 

Ik denk dat het rond een uur of elf in de ochtend was, de zonsverduistering van 11 augustus 1999. Zover was het nog niet toen ik bij het kerkje van Lutkewierum arriveerde. Een bordje op de deur vermeldde dat de kerk over een uur open zou gaan. Er zat nog koffie in mijn thermosfles. Ik had geen haast. Dit was een mooie plek, ook om iets mee te maken van die zonsverduistering.

 

Bij een rondje om de kerk trof ik een valk aan. Hij lag in een hoekje bij het koor mooi en dood. Ik bewonderde de structuur van de veren, maar daar werd hij niet levend van. Ik heb er foto’s van gemaakt die ik nu niet terug kan vinden.

 

 

Ik vroeg me af of ik kon zeggen dat ik een valk gezien had als het een dode valk was geweest. De valk gaf geen antwoord. Het speet me voor de valk dat hij daar lag. Valken horen ongenaakbaar te zijn.

 

Valk snijdt de lucht, lemmeten links en rechts.

Staat waar hij staat, wijkt niet,

vordert niet, valt niet.

 

Een dode valk is geen valk.

 

Het kerkje van Lutkewierum, de naam van het dorpje verraadt het al, ligt op een kleine terp en die biedt een fraai uitzicht.

 

Horizon haal me leeg

laat me liggen buiten geheugen en tel maar een tel

mond opzij op het zwart

 

Er gebeurde iets vreemds. Aanvankelijk was er allerlei geruis en geluid van vogels, maar de wereld werd grijs. Niet donker; er kwam een grauwsluier over het land en de vogels verdwenen. Je zag ze niet meer en je hoorde niets meer.

Koud werd het ook. Ik ben naar mijn fiets gelopen voor een trui en voor de koffie. Daarna ben ik op een stoepje gaan zitten om de zonsverduistering over me heen te laten gaan.

 

Naderhand ben ik nog wel de kerk in geweest, begrijp ik uit een paar aantekeningen van toen, er is me weinig van bijgebleven. Ik weet alleen nog dat ik even langs geweest ben bij het valkje.

 

Een jaar later was ik er weer, nu met de auto en met een vriend. We waren toch in de buurt en ik wilde hem graag deze plek laten zien. Deze plek van de dood. Zomers en kil, onverbiddelijk en zacht.

 

Een paar dagen terug begroeven we de as van een oud-collega, bij het kerkje van Goënga, niet ver van Lutkewierum. De as van een valkje. Dat zijn dode mensen die ons dierbaar zijn: dode valkjes tegen de muur van een kerk. Valkjes waarbij je je afvraagt of je wel een valk gezien hebt als het een dode valk is.


Lees gedicht

 

Eiland

 

2

 

Valk snijdt de lucht, lemmeten links en rechts.

Staat waar hij staat, wijkt niet,

vordert niet, valt niet.

 

Ademnood, blindslag: daar

achter is het

dat krijs en fluisternis dansen

 

op hoge verende benen,

buigen, fladderen, springen,

uit op elkaar

 

Horizon haal me leeg

laat me liggen buiten geheugen en tel maar een tel

mond opzij op het zwart

 

Eva Gerlach

Eva Gerlach, Oog. Gedichten. De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen 2019

Submit to FacebookSubmit to Twitter