Een oude Europeesche traditie deelt het jaar alternatief in, aan de hand van kerkelijke mijlpalen, met cycli rond Kerst en Pasen en losse hoogtepunten tussendoor. Liter volgt dit schema losjes, met oog voor actualiteit en vrije associatie, in gedichten die u op de passende tijd op LeesLiter.nl terug kunt vinden.
In deze reeks, voor Advent, het aftellen naar Kerst, in vier afleveringen, De Meditatie van Simeon: een vertaling, door Koos Geerds, in flarden, van een deel van wat het Kerstoratorium van de Engelse dichter W.H.Auden wordt genoemd: ‘For the time being’.

In dit deel heeft de oude Simeon zo zijn gedachten, in de tempel in Jeruzalem, als Maria daar aankomt met haar pasgeboren kind. Het hoogtepunt van Audens stuk, de politieke overwegingen van Herodes, staat in het decembernummer van Liter, ook vertaald door Koos Geerds.

 

Het eerste en tweede deel lazen we de afgelopen weken.

 

Lees het derde deel

                     

                  Simeon

 

Voordat het Oneindige zich kon openbaren in het eindige

was het noodzakelijk dat de mens eerst precies dat punt

op zijn weg naar kennis had bereikt, waar zij oprijst

uit de moerassen van de Twijfel naar de zonovergoten

hellingen van de Objectiviteit, zich opsplitst

in tegenstelde richtingen naar het Ene en de Veelheid,

waar de mens, bij gevolg, om hoe dan ook zijn weg te vervolgen,

moet beslissen wat Echt is en wat slechts Verschijning,

en toch, op hetzelfde moment niet kan ontkomen

aan de wetenschap dat zijn keus arbitrair en subjectief is.

 

                   Koor

 

Met de belofte elkaar te ontmoeten, scheidden we voorgoed

 

                   Simeon

 

Voordat het Onvoorwaardelijke zich kon openbaren

onder de voorwaarden van het bestaan, was het noodzakelijk

dat de mens eerst de uiterste grens van het bewustzijn

zou hebben bereikt, de seculiere geheugenlimiet waarbuiten

slechts één ding voor hem te kennen overbleef: zijn oorspronkelijke

zonde; terwijl het hem onmogelijk is zich deze bewust te worden

omdat deze zélf zijn wil tot kennis bepaalt: want zolang hij

in het Paradijs verbleef kon hij niet zondigen met welke bewuste

opzet of daad dan ook; zijn tot dan toe ongevallen wil

kon enkel tegen de waarheid rebelleren door zijn toevlucht

te nemen tot een onbewuste leugen; hij kon slechts eten

van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad door te vergeten

dat het bestaan daarvan een verzinsel van de Boze was,

dat er alleen een Boom des Levens is.

 

                   Koor

 

De dappersten deinsden terug op de rand van de afgrond

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter