door Els Meeuse, 13 december 2019

Deze bespreking is een voorpublicatie uit Liter 96, het nieuwste nummer dat volgende week verschijnt. 

Kunstschilder Maris, de hoofdpersoon in Oek de Jongs nieuwste roman Zwarte schuur, loopt rond met een groot geheim. Als tiener bracht hij een meisje om het leven. Inmiddels is hij op middelbare leeftijd gekomen en bekend en beroemd. Zijn schilderijen hangen in het Stedelijk Museum. Maar dan verschijnt er plotseling een artikel waarin een link wordt gelegd tussen zijn verleden en een van zijn schilderijen waarop een meisje te zien is, verstrikt in touwen. Is er vroeger niet ook een meisje gewikkeld in touwen aangetroffen? Wat heeft er zich er tussen Maris en Matty afgespeeld in die zwarte schuur op het platteland, jaren geleden? Het artikel, dat een mengeling vormt van realiteit en roddel, laat de roem van Maris schudden op zijn grondvesten. Maar het zet de kunstenaar er ook toe aan om eindelijk eens onder ogen te zien wat hij heeft aangericht.


Een van de weinigen voor wie het drama niet nieuw is, is de vrouw met wie hij al jaren samen is: Fran. Het is de vraag of ze het nog lang samen vol gaan houden, maar dat heeft niet zozeer met de publicatie van het artikel te maken. Al vrij snel in de roman blijkt dat er een grote kloof gaapt tussen de twee partners. Vroeger waren ze een eenheid, ook met betrekking tot het kunstenaarschap van Maris. Nu loopt Frans als een buitenstaander rond bij de tentoonstelling in het Stedelijk Museum. In bed mag Maris niet veel meer. Het is niet meer dan logisch dat ze op den duur ook het bed niet meer delen. Maris en Fran zijn volledig uit elkaar gegroeid. Alleen met Frans dochter Stan heeft Maris nog een uitstekende band. Zoon Thijs ziet hem vooral graag als hij er zelf zijn voordeel mee kan doen. De verwijdering tussen de twee geliefden heeft onder andere te maken met het feit dat Maris nog niet in het reine is gekomen met zijn verleden. Fran zelf heeft overigens ook het nodige te verwerken. De dood van haar eerste man, vader van de kinderen, zou best eens haar eigen schuld kunnen zijn. Je wordt als lezer niet alleen voortgestuwd door nieuwsgierigheid naar wat er die bewuste middag tussen Maris en Matty gebeurd is. Je wil ook graag weten of het nog goed gaat komen tussen Maris en Fran.

Boeiend is de kwestie van jaloezie die aan de orde komt. Maris is altijd, of hij het wilde of niet, een vrouwenversierder geweest en nu hij bekend en beroemd is, is dat niet minder geworden. Hij bevindt zich in een relatie die op springen staat. Het is evident dat de aantrekkingskracht van andere vrouwen op hem toeneemt. Fran wordt jaloers. Cruciaal moment in hun relatie vormt de volledige naaktheid van een schitterende vrouw. Deze schijnbaar volmaakte naaktheid opent nieuwe deuren.
Oek de Jong stelt in de roman indirect een indringende vraag. Wat doet het met je als je levenslang hebt, als je gebukt gaat onder een schuld die je eigenlijk niet dragen kunt? Het drijft Maris tot kunst, maar ook daarin vindt hij uiteindelijk geen voldoening. Hij moet terug naar af, terug naar de zwarte schuur om het verleden werkelijk onder ogen te kunnen zien.

De Jong weet je vanaf de eerste bladzijde te boeien. Met details die ertoe doen neemt hij je mee het verhaal in. En soms ontstijg je het verhaal via de personages even op een manier die alleen De Jong je kan bieden. ‘Ze hield haar telefoon weer buitenboord om een van de grienden die roerloos naast het schip dreef – zes meter lang – van bovenaf te fotograferen. Maris boog zich ook overboord. Hij zag zichzelf en Fran met haar witte bloesje weerspiegeld in de gladde en natte huid van de vis in de oceaan. Er was een oneindigheid in de dingen, plotseling.’
Ook in ander werk, in het bijzonder in de vuistdikke roman Pier en oceaan (2012), krijgt hij dat op een meesterlijke manier voor elkaar. Het is een ontstijging die verbonden is aan een religieuze ervaring, maar vooral via de kunst of in de natuur plaatsvindt.
Maris is een door schuld getekende man. Die schuld is een lijden dat hij in zekere zin zichzelf heeft aangedaan. Hij is de fout in gegaan en moet levenslang boeten. Op een zeker moment rijdt hij naar Colmar speciaal met het doel om Grünewalds schilderij van de kruisiging te zien. Een belangrijke plaats voor de schrijver. De Jong schreef zelf al eerder een essay over zijn reiservaring naar dezelfde locatie, in essaybundel De man die in de toekomst springt (1997). In Colmar aangekomen vraagt hij zich af wat hem nou eigenlijk zo in dit schilderij trekt. ‘Het eeuwige raadsel: waarom het beeld van een gekruisigde man het meest bekende, meest vereerde en meest gereproduceerde beeld van een beschaving was geworden. Net zo raadselachtig: waarom hij per se dit schilderij had willen zien en bereid was er duizend kilometer voor te rijden.’
Het heeft te maken met de donkere kracht van vernietiging die hij bij vlagen in zichzelf ontwaart. Maar het is ook het lijden dat hij in zichzelf herkent. Maris moet zich realiseren dat hij slachtoffer en dader is, hij moet door het verleden heen, voordat hij verder kan.
Grünewald biedt Maris een onmisbaar moment van loutering. De zo goed als naakte Jezus staat haaks op, maar is ook een aanvulling op, het vrijwel volmaakte naakt dat eerder in de roman aan de orde komt. Het oog in oog staan met naaktheid zorgt ervoor dat Maris verder kan. Naaktheid speelt ook in ander werk van De Jong een grote rol. Het is een naaktheid die terugbrengt tot de kern. De Jong zelf zegt er in de eerder genoemde essaybundel het volgende over: ‘Ik verlang van een roman dat hij door zijn verhaal en door de kracht van zijn vormgeving, door wat hij is, terugleidt naar iets dat, tja, moeilijk te benoemen is en dat ik maar een naaktheid noem, een echtheid.’

Oek de Jong, Zwarte schuur. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2019, 496 blz. € 24,99.

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter