door Len Borgdorff, 6 november 2019

Het geeft geen pas om wakker te worden in een ansichtkaart. Zulke kaarten, vooral als er bergen, eilanden en zeeën op staan, zijn van een zwembadblauw om droevig van te worden. Maar het overkwam ons wel de afgelopen week, ontwaken in een ansichtkaart. Het is een aangename gewaarwording. Toen we het tegen elkaar zeiden, dat van die ansichtkaart, ging het mis, wat ik wel een beetje sneu vind voor ansichtkaarten, juist in een tijd waarin die meer verstuurd zouden moeten worden, want het gaat niet goed met de prentbriefkaart en iedere boodschap die stoffelijk wordt overgebracht – een brief, een kaart, een bezoekje – verdient onze steun, behalve een kogel.

 

 

De ansichtkaart bracht me bij het gedicht dat Kopland schreef naar aanleiding van het overlijden van zijn vriend en mededichter Herman de Coninck. Je kent het gedicht vast wel, met die sublieme regels in het midden, die intussen al zo vaak gebruikt zijn dat ook de waardering daarvan in haar tegendeel kan omslaan, een beetje zoals fraaie vergezichten op een ansicht het vergezicht zelf in diskrediet brengen. Toen ik ‘Kaart van een Grieks eiland’ herlas, zo heet het bewuste gedicht van Kopland, merkte ik dat het me een beetje tegenviel. Het was me ineens teveel gebabbel, meer gepraat dan poëzie, om er nog maar een cliché tegenaan te gooien. Misschien leunde het teveel tegen de actualiteit van de plotselinge dood van de vriend, misschien omarmde heel poëzieminnend Nederland het gedicht wel omdat de ene lievelingsdichter van ons taalgebied zijn lievelingsevenknie erin memoreerde, liefdevol en terughoudend. Toen ik het gedicht herlas, afgelopen donderdag, in de ansichtkaart die Te Mahia heet, was het me plots te makkelijk, teveel steunend op sentimentaliteit en dat dan afgerond met een relativering die doet denken aan de manier waarop iemand net een tikkeltje te hard zijn lege borrelglaasje op tafel zet.

 

Ik zit nog steeds te lezen in ‘The Friday Poem’, de bloemlezing van zeer recente, vaak spraakmakende gedichten (voor zover Nieuw-Zeelanders in poëzie geïnteresseerd zijn) van even recente, aan de weg timmerende, vaak jonge dichters, die veel vaker vrouw zijn dan man. Kiwipoëzie wordt vooral geschreven door jonge vrouwen; op de tweede plaats komen oude mannen.

Na het bladeren begon het lezen en ik ben nog niet eens halverwege de bundel, dus wie weet neem ik wat ik hier beweer over de kiwipoëzie een volgende keer weer terug. Eerlijk gezegd hoop ik daarop.

De gedichten zijn soms baldadig, die bevallen me nog het meest, maar vaker kom ik aangeklede emoties tegen over de liefde, het gedicht dat de lege plek moet innemen van de verder trekkende minnaar, wat niet lukt. Of bespiegelingen over oneindigheid die geprojecteerd worden op de eindigheid van een relatie. Ach ja.

Vreemd genoeg valt de bundel erg makkelijk open op bladzij 66. Daar vind ik een gedicht van de inmiddels 73-jarige Sam Hunt, de man die al veertig jaar met een bundeltje in mijn boekenkast staat. Vandaag trof ik in Nelson in een boekhandel die niet de meest literaire van de stad is vier exemplaren van een nieuwe gebonden editie van zijn ‘Selected Poems’ aan, voor maar dertig NZ dollar, dat is achttien euro. Ik denk dat ik die maar koop, al hoop ik ook nog een andere dichter mee te nemen.

Voorlopig houd ik het nog bij Hunt. Ook hij neigt ertoe sentiment en gepraat met poëzie te verwarren, maar dit wordt dan gezegd door een arrogante West-Europeaan die meent te weten wat goede poëzie is. Met excuses. Het gedichtje geeft in al zijn bescheidenheid een ‘toereikend’ beeld van de ontoereikendheid van taal.

 

Het gedicht op bladzij 66. Hier is het:

Lees gedicht

 

The man talking 

 

The man talking at me

asked how I was?

I told him, stressed and depressed.

 

He never heard.

I think he thought I’d said

I was doing just fine.

 

Which in some sick way

made me feel a lot better.

I thanked him for not listening.

 

Sam Hunt

 

Sam Hunt, The man talking. In: The Friday Poem, ed & intro Steve Braunias. Luncheon Sausage Books 20196.

Submit to FacebookSubmit to Twitter