door Gerbert van Loenen, 1 november 2019

‘Jammer dat er zo weinig van over is’

 

Je herkent ze meteen: Nederlandse toeristen in Berlijn. Goedlachs, naïef, en met de diepgang van een postzegel. Ik woonde vier jaar in deze voormalige frontstad, jaren waarin het toerisme begon te exploderen. Voor toeristen is wat resteert van de Muur een attractie, die voorafgaat aan de leuke eettentjes waarvoor ze komen. ‘Jammer dat er zo weinig van over is.’

 

De werkelijkheid gaat dieper. De Muur deed pijn. De Muur doet pijn. Als je in Berlijn woont, praat je erover, maar pas nadat je weet met wie. Niet als een Nederlander, plompverloren, maar als een Duitser, aftastend. Toen de Muur Berlijn verdeelde, stond niet iedereen aan dezelfde kant. Daarom ligt de Muur gevoelig. Komt je gesprekspartner uit Baden, Westfalen of een andere verre regio in het westen, dan kun je vrijuit praten. Komt je gesprekspartner uit Berlijn of omgeving, dan ben je iets voorzichtiger. West? Oost? In het laatste geval, ostalgisch? Of juist anticommunistisch? Mijn goede vriend Ulrich, opgegroeid in West-Berlijn, zegt als hij over de Muur spreekt, altijd: ‘Schade, dass es die nicht mehr gibt.’ Jammer dat die er niet meer is. Een grapje, maar niet helemaal. Voor sommigen vormde de Muur een gevangenis. Bijvoorbeeld voor Peter Nussock, die me ooit rondleidde in het Stasi-museum. In de chaos aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was hij, vier jaar oud, in het oosten beland en zijn moeder in het westen. ‘Zij was op reis in Duitsland, en ik ook. Toen zijn we ergens tussen 1945 en 1947 uit elkaar geraakt. Ik had haar natuurlijk eerder kunnen gaan zoeken. En zij mij ook. Maar het was het einde van de oorlog. Mensen waren psychisch beschadigd. Ik ben bij bekenden opgegroeid, heb eigenlijk een heel gelukkige jeugd gehad.’ Maar na een vluchtpoging van een vriend wordt hij vastgezet en mishandeld. Nog jaren daarna volgt de Stasi hem. In zijn relatie wordt gestookt, vrienden blijken niet te vertrouwen. Als hij met hulp van het Rode Kruis in 1981 eindelijk het adres van zijn moeder ontdekt – ze blijkt in het Zwarte Woud te wonen – krijgt hij geen toestemming om haar te bezoeken. Voor de West-Duitse staat was de Muur, de Duitse deling en de hele Koude Oorlog daarentegen een buitenkans. Niemand had na 1945 verwacht dat er snel een Duitse staat zou opstaan die op het respect van zijn buren mocht rekenen. Onder normale omstandigheden was Duitsland na de militaire, politieke en morele ineenstorting van 1945 nog jaren een paria gebleven.

 

Maar de omstandigheden waren niet normaal. Met hun mislukte aanvalsoorlog wierpen de nazi’s half Europa hun aartsvijand, de communisten, in de schoot. Het wordt tot op de dag van vandaag graag vergeten in Nederland: de helft van Europa had niet het geluk door Canadezen, Britten of Amerikanen te worden bevrijd. Bevrijd worden door de Russen was een minder groot genoegen, want op de gruwelijke nazi-bezetting volgde een Sovjet-bezetting die – zeker de eerste jaren – opnieuw wreed was en bovendien meer dan veertig jaar duurde. Zo ontstond het Oostblok. Het was deze dreiging uit het oosten die Duitsland, althans het westelijk deel, een kans op eerherstel bood. De angst voor de Russen deed de angst voor de Duitsers vergeten. Anticommunisme werd de bestaansreden van West-Duitsland. Hier lag de frontlinie tussen het vrije westen, met zijn mensenrechten, vrije verkiezingen en onafhankelijke rechters, en het communistische blok, met zijn partijdictatuur, showprocessen en afluisterapparatuur. In 1952 trad West-Duitsland toe tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, waar later de EU uit voortkwam, en drie jaar later zelfs tot de NAVO. Het anticommunisme voelde voor veel West-Duitsers vertrouwd. Ten tijde van het Derde Rijk was het communisme ook al de grote vijand. Sommige Wehrmachtveteranen zagen in stilte hun gelijk bevestigd: toch niet zo verkeerd dat wij tegen Rusland vochten. Het anticommunisme bood continuïteit in de verwarrende jaren na de oorlog. Iets was toch gebleven.

 

De Muur stond er trouwens niet meteen. Eerst was er nog jarenlang een half open grens tussen Oost- en West-Berlijn. ‘Keiner hat die Absicht eine Mauer zu errichten’, zei de communistische partijleider Walter Ulbricht, twee maanden voor hij op 13 augustus 1961 een Muur liet bouwen. Toen pas veranderde West-Berlijn definitief in een enclave van het westen, omringd door Oost-Duitsland. West-Berlijners mochten nog wel de grens over; echt opgesloten zaten de Oost-Duitsers, voor wie er bijna geen ontsnapping meer mogelijk was. Er brak een tijd aan die tot de verbeelding spreekt. De tijd waarin mensen tunnels groeven van oost naar west, later dankbaar verfilmd. Of waarin aan de westkant van de Muur trappen werden geplaatst om naar geliefden in het oosten te kunnen zwaaien, talloze malen gefotografeerd. Of de tijd waarin mensen toch nog onder de slagbomen door wisten te vluchten met een speciaal geprepareerde platte auto (te zien in Museum Haus am Checkpoint Charlie). Het zijn beelden die je kippenvel bezorgen en die tot de beeldtaal van de Koude Oorlog zijn gaan horen. In werkelijkheid speelde de Muur in de wereldpolitiek niet zo’n rol. President Kennedy kwam niet meteen naar Berlijn en zelfs bondskanselier Adenauer spoedde zich niet naar de door hem gehate voormalige hoofdstad toen daar een Muur verrees. Escalatie voorkomen vormde voor politiek leiders het opperste gebod. Op de top van Jalta in 1945 hadden de geallieerden Europa verdeeld, en het accepteren van die verdeling was de basis van de gewapende vrede. Pech voor wie in het Oostblok leefde, pech voor wie zijn lief achter de Muur zag verdwijnen, maar niemand riskeerde een Derde Wereldoorlog voor Berlijn.

 

De sympathie voor de frontstad West-Berlijn hield bovendien niet lang stand. Toen in 1968 de ‘achtenzestigers’, de babyboomers, in opstand kwamen tegen de generatie die de Bondsrepubliek had opgebouwd, wisten ze feilloos de gevoeligste plek van West-Duitsland te vinden: het anticommunisme. Dit raakte verdacht als voortzetting van het Derde Rijk, en wat was daarop een spannender antwoord dan jezelf een communist te noemen? Zo doken portretten van Marx op aan de vrije kant van de Muur, en boden studenten tegen elkaar op met marxisme, leninisme en maoïsme.

Ze bouwden hun eigen utopia, de linkse West-Berlijners. Jongeren kraakten de leegstaande panden van Kreuzberg, in de schaduw van de Muur. Een deel van hen snakte naar communisme. Niet naar het communisme zoals dat een paar honderd meter verderop met de knoet werd gepraktiseerd, maar naar het communisme zoals ze meenden dat het bedoeld was.

 

Zulke dromers had je overal. Utrecht, misschien wel de liefste stad in een toch al naïef land, vernoemde in diezelfde tijd een dreef naar Karl Marx. Ook in Utrecht waren mensen die de boeken van Friedrich Hayek, George Orwell en Karl Popper hadden gemist en meenden dat marxisme in de kern heus heel mooi was. Heel wat minder naïef waren Nederlanders in de kerkelijke vredesbeweging. Circa driehonderd Nederlandse kerkgemeenten onderhielden in de jaren tachtig banden met Oost-Duitse kerken, terwijl het Interkerkelijk Vredesberaad (ikv) stelselmatig Oost-Europese dissidenten ondersteunde. De historica Beatrice de Graaf beschrijft in haar proefschrift Over de Muur uit 2004 de meters archief over deze kerkelijke vredesbeweging die ze aantrof in het voormalig hoofdkwartier van de geheime dienst. De Stasi bleek zich grote zorgen te hebben gemaakt over de invloed van de Nederlandse christelijke vredesbeweging op Oost-Duitse christenen. Ook met christenen in Leipzig onderhielden Nederlandse christenen contact, en het was in die stad dat in de herfst van 1989 kerkelijke vredesgebeden uitliepen op de massademonstraties die de Muur uiteindelijk op 9 november van dat jaar hielp vallen. Sindsdien is de Muur geschiedenis. In de manier waarop we nu terugblikken zit een effectbejag dat doet terugdenken aan de jaren net na de bouw van de Muur.

 

Wanneer er over de Muur gesproken wordt, zijn de verhalen zwart-wit en speelt men in op makkelijke emoties. Laten we het muurporno noemen: je weet wat je krijgt en de uitkomst staat vast. Neem Weissensee, een serie die je op Netflix kunt zien. Deze speelt in Oost-Berlijn en vertelt het verhaal van twee families: de ene is voor het ddr-regime, met een vader die Stasi-officier is. Van beide zoons is de een ook Stasi-officier, terwijl de andere, zachtaardiger, slechts politieagent is. De tweede familie bestaat uit een dissidente zangeres en haar dochter. Het is nauwelijks een spoiler te noemen als ik hier verklap dat die dochter van de dissidente verliefd wordt op die zachtaardige zoon van de Stasi-familie. Gelukkig zijn er ook moeilijker verhalen over de Muur. Zo verscheen in 2016 Frohburg, van Guntram Vesper. Dit onleesbare boek werd terecht een bestseller. Onleesbaar, want de schrijver op leeftijd heeft zijn belevenissen in het Duitsland van de twintigste eeuw zo hartstochtelijk op papier geslingerd dat hij aan alinea’s, hoofdstukken en zelfs punten soms niet toekwam. Bovendien vormt de eindeloze woordenbrij geen afgerond verhaal, met hoofdpersonen en verhaal lijnen. Pas als je door je oogharen heen gaat lezen, begin je te begrijpen waar dit boek over gaat: over de willekeurige wederwaardigheden van inwoners van een Saksisch stadje die de waanzin van de twintigste eeuw over zich heen moeten laten komen. De Duitse aanvalsoorlog, de Russische bezetting, de deling van Europa in oost en west: het is de context van dit boek. In plaats van verhalen, krijg je chaos te lezen, met in de bijzinnen soms een hoogtepunt. Ongeveer zoals het leven daar moet zijn geweest. Over de Muur gaat het nauwelijks en als lezer krijg je geen kippenvel. Eerder buikpijn. Het is geen toeval dat de botsing tussen nazisme en communisme in Duitsland zichtbaar is geworden. Het waren Duitsers, met hun voorliefde voor filosoferen op het randje, die beide genocidale ideologieën hebben bedacht. Eerst poneerde Karl Marx het communisme, een volgens hem onontkoombare weg die de mensheid moest gaan en waarin niet voor elke groep mensen plaats zou zijn. Daarna ontstond hier het minder rationele, maar minstens even gruwelijke nazisme, waarin opnieuw niet voor iedereen plaats zou zijn. Toen deze van oorsprong Duitse ideologieën in de Tweede Wereldoorlog op elkaar botsten, won het communisme in de oostelijke helft van het continent en ontstond de scheuring van Berlijn, van Duitsland, van Europa. De Muur is ontstaan uit een botsing van Duitse ideologieën.

 

Maar laten we ons niet beperken tot de Muur. Laten we ons niet beperken tot de Duitse slachtoffers van de Muur, de honderden die zijn doodgebloed, doodgeschoten of verdronken tijdens hun poging naar het westen te vluchten. Laten we denken aan het grotere verhaal van het communisme. Laten we denken aan de 94 miljoen mensen die hun leven hebben verloren door deze heilsleer. De berekening komt uit Le Livre noir du communisme onder redactie van Stéphane Courtois uit 1997. Deze berekening is ongemakkelijk, vanwege de omvang van het leed, vanwege de optelling van ongelijksoortige gebeurtenissen en bovenal omdat deze berekening van de slachtoffers van het communisme kan afleiden van de massamoorden van de nazi’s. Toch biedt het inzicht als je de cijfers paraat hebt.

Slechts een procent van de doden viel in landen als Oost-Duitsland, Polen, Tsjechoslowakije. Veruit de meeste slachtoffers van het communisme vielen verder naar het oosten, Chinezen die Mao’s Grote Sprong Voorwaarts en Culturele Revolutie niet overleefden, Oekraïeners die aan de geplande hongersnoden van Stalin ten prooi vielen en andere Sovjet-burgers die in de kampen of voor de executiepelotons van Stalin hun leven lieten. De Muur staat symbool voor een ideologie die vooral buiten Duitsland gevolgen heeft gehad.

 

‘Jammer dat er zo weinig van over is’, zeggen de toeristen.

 

Begin jaren negentig liep ik op het grasveld waar tot de oorlog het oude hart van Berlijn had gelegen. ‘Marx-Engels-Platz’ was het grasveld gedoopt, met middenop twee standbeelden van de heren. Nu was de Muur gevallen, Marx’ leer had afgedaan. Iemand had met stift op het standbeeld gekrabbeld: ‘Es war ja nur so eine Idee’.

 

En dan zeggen ze dat Duitsers geen humor hebben.

Submit to FacebookSubmit to Twitter