door Len Borgdorff, 22 oktober 2019

 

De plaatselijke boekhandel heeft een klein rijtje poëzie staan, vrijwel uitsluitend Engelse klassiekers uit lang voorbije eeuwen. Je moet er nog voor op de knieën ook, want je vindt het op een onderste plank. Twee dunnere bundeltjes zijn van Australische dichters.

Ik bezoek de winkel een tweede keer als ik ontdek dat de vrouw die tot twee maanden geleden New Zealand Poet Laureate was hier op Waiheke woont. En deze dame, zou je denken, moet toch wel haar eigen poëzie tegen kunnen komen in de enige boekhandel die dit eiland kent? Maar dat is dus niet zo. Voor poëzie, had Peter Bossley gezegd, moest ik echt naar Auckland; hij had een rijtje namen in mijn notitieblokje genoteerd van hedendaagse kiwidichters. Daar stond Selina Tusitala Marsh niet tussen. Dat was weer een tip van Jenny. Er wordt met me meegedacht in Nieuw-Zeeland, maar een ordentelijk bundeltje met gedichten heb ik al met al nog niet te pakken.

Via internet kom ik verder. Ik schreef al eens over de podiumdichter Sam Hunt die vanaf de jaren zeventig op tournee was (en misschien nog is) om vooral op scholen van het Noordereiland zijn poëzie voor te dragen. Hij schrijft echte podiumpoëzie. Ik zou hem wel eens willen meemaken. In ieder geval krijg ik de indruk dat hij met zijn optredens het grote voorbeeld is geworden van veel hedendaagse kiwi’s die in poësis zijn. Dat geldt in ieder geval voor Marsh. Zij schrijft lange gedichten en op Youtube kun je meemaken hoe ze je meeneemt in haar wisselingen van tempo, hard en zacht, haar directe beelden en ook haar engagement. Het is een dame om u tegen te zeggen. De vrouw en misschien ook de dichteres. Dat laatste weet ik nog niet helemaal zeker. Ik wil toch echt een bundel om door te bladeren.

 

 

Op internet haak ik aan ‘How To Woo Your Husband’. Een amusant hartstochtelijk gedicht waarin ze de liefde voor haar man beschrijft, in dit geval de wederzijdse vleselijke pendant daarvan. De titel is duidelijk, de opening van het gedicht ook:

‘I will sing a Song of Solomon upon you‘

 

en ik citeer maar even door:

 

‘whose very teeth I thought I knew

whose rate of calcification was by my very calculation

worked out these 21 years of marriage through

from my own jawbone they grew’

 

Die 21 jaar spreken me aan, zoals het me ook aanspreekt dat de twee lijven en de daarin huizende hartstocht intussen in- en uitwisselbaar geworden zijn.

Het Hoogliedachtige begin spijt me een beetje. Te makkelijk, maar vooral: waarom moet een gedicht van een vrouw beginnen met een expliciete verwijzing naar de zo ongeveer oudste liefdesbekentenissen van een vrouw, maar die werden geschreven door een man. Had dan iets gedaan met Sappho.

We lezen vrolijk verder, passeren de varianten van bekende beelden, een intertekstualiteit om de boel wel literair verantwoord te laten blijven, en komen dan terecht in zilte regionen met vissen en oesters en nog veel meer beelden die wel bijzonder passen bij de omgeving waarin ik momenteel verkeer. Hier is overal zee. Baaien stromen vol en leeg. Het eiland vormt een context voor erotiek. Landschappelijke seks. Ik hou ervan. En ik wandel al veel meer dan 21 jaar door het leven met een geliefde die zowel de ander is als het landschap waarmee en waarin ik graag verkeer.

 

We worden ouder, zij en ik. Dat neemt niet weg dat ik nog graag de zee inloop om te zwemmen of om me mee te laten voeren met de stroom. Gevaarlijk? Ben je gek. Heerlijk.

 

‘[…] we were foraging

on a barren shore

picking morsels off the dry

seabed floor

scraping rock for muscle, oyster

prying crevice for sweet

seaweed for the poor

clutching a stranded fish or two

left in a forgotten rock pool

as if the ocean had forgotten

her name

as if this alien land

was the same

as where we lived before

always having enough

yet

always wanting more’

 

Het hele gedicht is online gepubliceerd, en hier te lezen.

Submit to FacebookSubmit to Twitter