door Len Borgdorff, 24 september 2019

 

De weg naar school gaat te snel: wind in de rug. Van de weg terug blijft alleen maar de tegenwind over. De duinen zijn hier smal, zeggen ze, je kunt er amper verdwalen, maar voor de wind is het nog makkelijker om ongehinderd naar het fietspad te denderen en op te springen als ik nader. Wat in de zee met rollende golven van water leuk is, is hier met voortdurend aanrollende lucht een beproeving. Altijd. Met daarachter weer de tegenwind van huiswerk. Ook altijd.

 

 

Altijd wind, behalve als het niet waait, maar voor de herinnering telt dat niet. Als het niet waait, hoor ik wel de zee, ook als ik de hond uitlaat. Ik heb lang moeten wennen aan de stilte van een omgeving zonder zee, in een straat achter straten, achter wijken.

 

Het is maar stil waar het niet waait.

 

Alles went en alles wordt dierbaar als het er niet meer is. Het is een kwestie van perspectief, zoals de man steeds zei met wie ik dagelijks een aanvaring had omdat hij telkens weer volhardde in zijn verkeerde beleid. Het waren er twee eigenlijk, twee mannen, maar ze zeiden hetzelfde en ze maakten fouten.

Een kwestie van perspectief.

Op Ameland en later aan de zuidkust van Engeland heb ik gerild van stacaravans, bij tientallen gerijd en allemaal even afzichtelijk, die een fraai zeeschap naar de bliksem hielpen. Stacaravans zijn de Neudeflats van de kust. Stacaravans zijn veel erger.

 

Maar juist weer helemaal niet als je ín een stacaravan zit. Er is geen beter leven dan een stacaravanleven aan zee. Als het waait doe je de deur open voor frisse lucht of dicht voor de luwte. De golven rollen en doen, de wind rolt aan en jij drinkt koffie, leest een boek, kijkt naar een hond op het strand, het schuim, de lucht. En nergens een stacaravan.

Er gaat niets boven een stacaravan aan zee, omdat die niet bestaat als je aan zee zit, in een stacaravan. Ik denk dat ik mijn punt wel heb gemaakt. Soms is iets zo volmaakt aanwezig dat het er niet is. Het zalige niets.

 

Totdat ze dat niets afbreken. De deuren eruit. De panelen van kunststof. De kunstbloemen, De muziekinstallatie, net als bij de buren. En dan ook nog de patatkot weg. Heerlijk, zee met mosselen, patat en mayonaise, als het een beetje guur is buiten. Maar binnen niet. Daar is het goed.

 

Tot binnen buiten wordt, ‘Kalfhoek’ van Rijneveld.

 

Lees gedicht

 

Kalfhoek

 

De stacaravan moet plat. Boutje voor boutje wordt hij uit elkaar geschroefd,

dan de buik opengezaagd, gemis is een volle gereedschapskist. Herinnerde

me ineens de woorden van oma, die afgelopen augustus zei: ik ga even plat,

en nooit meer overeind kwam. Schilderij van meeuw met reigerkop ligt in

 

het gras klaar om weg te vliegen, wat eerder uit verhouding getekend was

begint nu recht te trekken. De nieuwe eigenaar heeft bulldozers in zijn stem,

hij kraakt en schreeuwt en gooit met modder, en iemand beweert dat hij een

wolkbreuk in zijn hart heeft, zodra hij de camping verlaat, verwacht hij een

 

plensbui. Er is geen plek waar het opgroeien zo gelijkmatig opgaat met het

plaatsen van nieuwbouwhuizen, waar het leven uitgelegd werd aan de hand

van eb en vloed, waar sandwichspread en Duo Penotti werden gekocht en

niemand de kleuren vermengde, waar de putjes in de schuurdeur van

 

dartpijlen voor mooie zomers, en de rekstok waar men zich aan optrok of

koprollen maakte wordt nu ruw uit de grond getrokken als een uitgebloeide

plant. Zeeuwse bolussen worden uitgedeeld want afscheid, een zoon begraaft

hem in de grond en zet er een stokje bij: hier ligt onze jeugd. Als ieder jaar

 

wanneer iets ten einde kwam maar nu voorgoed, leg ik mijn armen in de

vorm van een donderwolk om de hals van paard Henkie zoals in de fabel van

Nietzsche die graag een tragische held wilde worden. Tragische helden zijn

net als patatten van strandtent ‘Een echte genieter eet friet bij Pieter’,

 

waar onder de mayonaise pas zichtbaar werd wat je had gekocht. Zowel

Henkie als de tafeltennistafel op Marktplaats, cd’s van Boudewijn de Groot

en met de rook om onze hoofden zien we hoe de stacaravan zijn laatste

adem uitblaast, strandingen van walvissen zijn nooit een goed teken, de

 

geur van coniferen nooit vergeten, van zee en oesters.

Ze zeggen hier: het is maar stil waar het niet waait.

 

Marieke Lucas Rijneveld, Fantoommerrie. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam / Antwerpen 2019.

Submit to FacebookSubmit to Twitter