door Len Borgdorff, 9 september 2019

Veel gedichten van Van Deel zien eruit alsof ze zijn geschreven op een vierkant memoblaadje. Zes, zeven regels. Of schreef hij ze in een notitieboekje? Dat zou ook kunnen. Tijd of ruimte voor uitweidingen in zijn poëzie gunde hij zich doorgaans niet.

 

 

 


Tulpen [1]

Lees gedicht

Tulpen [1]

 

Van tulpen is de sterflust onbedaarlijk.
Ze zijn een opera van agonie, hun stelen
verlengen zich, hun kelen breken open,
verwelkend de bloem van hun jeugd –
in stijl vergooien zij hun pracht
alsof een bruidsstoet langs komt gaan.

Tom van Deel

 

Als je jezelf niet meer dan zes regels op een blaadje gunt van nog geen tien bij tien, houd je eventuele emoties binnen de perken. De geringe ruimte maakt zelfs grote woorden klein: onbedaarlijk, agonie, kelen breken open, vergooien…

En dan is er de ironie. Het is doorgaans niet handig om in de eerste regel van een gedicht een woord als ‘sterflust’ te gebruiken. Daar moet je wel even naartoe werken. Als je dat wel doet en je maakt er ook nog eens een sterflust van die onbedaarlijk is en die je in de tweede, ook al zo korte regel een opera van agonie noemt, dan zit je als dichter de boel zelf moedwillig te versjteren.

Of, dat kan ook, die ironie corrigeert de bombast. In het geval van de tulpen komt me dat goed uit. Die plantaardige stervende zwanen op laag water zijn even larmoyant als ontroerend (ik ben hier wel een beetje verrast door mijn eigen woordkeus).

In regel drie, voltrekt zich een wonder: het blijft overdreven, maar mooi is het intussen wel: hun kelen breken open.

Daarna draaft het gedicht door, lijkt het, maar de woorden ‘in stijl’ geven te denken. Het is allemaal theater, het is spel, en eigenlijk is dat het hele korte gedicht lang al zo. Kijk maar: sterflúst, opera, kelen breken open. Allemaal theater, ja, maar dan wel de manier waarop het tulpen in hun tulpenbestaan vergaat.

Aan de vergelijking in de slotregel moet ik even wennen. Ik zag de bloemen prachtig in een vaas hun dood tegemoet gaan, en nu op eens lijken ze hun eigen blaadjes af te werpen voor een bruidsstoet.

Blijkbaar was het blaadje vol. Misschien koos Van Deel er daarom voor een tweede gedichtje over de tulpen te schrijven: hij was nog niet helemaal klaar.

Tulpen [II]

Lees gedicht

Tulpen [II]

 

Je kunt de sterflust rekken
hun schoonheid nog verhogen
door weinig water toe te staan.

Zo gaan ze langer drogend
en in verkleurend buigen
hun onvermijdbaar einde aan.

Tom van Deel

 

In de eerste regel van [II] komen we weer die sterflust tegen, maar daar raken we na [I] niet meer zo door van de kaart, mag ik aannemen. Ondanks alle zware woorden, is het gedicht niet meer dan een tip van de bloemist. Maar die zal die woorden niet gebruiken. Dat verkoopt slecht.

Hier gaat het alleen over tulpen.

Ik zie intussen die tulpen in gedachten voor me, beneden in een glazen vaas, maar ik denk ook aan een aquarel waarop de verwelkte bloemen aan ver over de rand van de vaas gebogen stelen met hun open kelen onhoorbaar en licht, maar zwaar van zichzelf op het tafelblad liggen.

Ik mag graag bladeren in de bundeltjes van Van Deel. Er hadden er nog wel een paar bij gemogen.

Tom van Deel, Herfsttijloos. Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam / Antwerpen 2016.

Annette Fienieg, Tulpen, sjabloondruk 2006

* Tom van Deel overleed op 12 augustus. In juli 2017 schreef ik een In Poesis met een gedicht van hem.

Submit to FacebookSubmit to Twitter