door Len Borgdorff, 3 september 2019

Er komen geen nieuwe gedichten meer van T. van Deel. Ik blader door zijn kleine oeuvre, op zoek naar een konijntje aan de rand van een bos, blijf hangen bij de dood van Chrisjes vader en dan hoor ik De Zelfmoordenaar van Piet Paaltjens.

 



Ik was vijftien toen Arie het spontaan en vol verve begon te zeggen. Arie was de neef van mijn vriend Aart en hij zou het onderwijs in gaan, al deed hij allemaal dingen die wel indruk op me maakten, maar waarmee ik ook moeite had. Toen wij een keer bij hem op bezoek waren in Maassluis, had hij ruzie met zijn brommer. ‘Daar heb ik wel een oplossing voor,’ zei hij en wij moesten maar mee. We liepen met hem naar De Kade, bij de helling rende hij even en toen gaf hij de brommer een zwieperd. Die freewheelde zonder bestuurder verder omlaag en reed zo de plomp in. Dat was de plek die later zou worden bijgeschreven in de canon van de literaire topografie omdat Maarten ’t Hart er zijn boek De aansprekers mee laat beginnen.

Nogmaals, ik zag het aan met een mengeling van gemengde gevoelens. Ik bewonderde Arie, maar ik dacht ook aan de brommers die elders in een Westlandse sloot terecht waren gekomen. De daders belden de volgende dag aan bij mijn vader – ‘Voor al uw verzekeringen – om te zeggen dat hun brommer gestolen was. Er werd een schadeformulier ingevuld en een paar weken later werd de geleden schade uitgekeerd. Je kan een brommer maar het beste laten verdwijnen als hij nog net geen jaar oud was. Dan kreeg je de nieuwwaarde terug. Maar Arie zou voor zijn brommer weinig of niets terugkrijgen. Hem ging het om het effect.

Toen we een keer in de Haagse Passage een boekhandel uitgelopen waren, stopte hij ineens een boek in mijn handen, een pocket over Bob Dylan, van Daniel Kramer. Ik heb het nog steeds. Een flinke vent zou natuurlijk gezegd hebben dat hij dat gestolen spul niet hoefde. Ik stak het verbouwereerd bij me.

Daar stond tegenover dat ik naar hartenlust elpees van hem kon lenen én dat hij dus als een dwaas opsprong en hartstochtelijk De Zelfmoordenaar liet horen. Een week later had ik zelf ook het gedicht onder de knie. Ik heb er heel wat klassen mee lastig gevallen. Aanvankelijk deed ik dat onbekommerd, maar later werd ik voorzichtiger. Er zijn jaren geweest dat ik het gedicht helemaal niet ten gehore bracht.

 

Literatuurles

 

Lees gedicht

Literatuurles

 

Nu Chrisjes vader overleden is
schrikt heel de klas bij doodgaan op.
Men houdt zijn adem in en loert
te onopvallend of hij soms ook
door de grond gaat. Heleen wordt rood.
Wie ligt bij haar op sterven?
Heeft iemand nog een verre neef
die van ons scheiden moet, een tante
die geen tante is maar wel erg lief
en ook haar dagen telt? Niets
leent zich voor bespreking meer,
de dood schuilt overal. Ik laat
de letterkunde rusten. Voor vandaag
genoeg verdriet, straks weer een uur. 


 

Het verhaal van De Zelfmoordenaar kwam met de jaren steeds vaker langs, in de wereld van leerlingen, in mijn eigen wereld.

Toch kon ik het af en toe niet laten.

Vandaag blijf ik haken bij het slot van het gedicht.
‘[…] Ik laat / de letterkunde rusten.’ Na rusten volgt een punt. Klaar. Over.
En dan: ‘Voor vandaag […]’.
Het is een even beproefd als simpel middel, maar ik heb er zoveel plezier in.

Ik blader verder door Van Deel.

Ton van Deel, Strafwerk. Gedichten. Querido, Amsterdam 1969.

* Tom van Deel overleed op 12 augustus. In juli 2017 schreef ik een In Poesis met een gedicht van hem.

Submit to FacebookSubmit to Twitter