door Len Borgdorff, 26 augustus 2019

- Zo, waar kom jij vandaan?

- Wezen sjouwen.

- Wat heb je gedaan?

- Ik heb een steen verlegd.

- Was je daarover gestruikeld dan? Lag ie in de weg?

- Nee, helemaal niet, hij lag in een rivier, die steen.

- Waar?

- Nou gewoon, op aarde.

- Een rivier op aarde, zeg je, wat interessant.

- Ja, en daarin heb ik dus een steen verlegd.

- Komen daar geen ongelukken van?

- Hoezo ongelukken? Het water stroomt gewoon door, hoor, de stroom van een rivier hou je niet tegen.

 


- Dat is waar: het water vindt er altijd een weg omheen. Dus veel kwaad kan het niet.

- Hoe wist je trouwens dat het een rivier op aarde was en niet op Mars of op de maan?

- Nou, het was hier niet zo ver vandaan. Vijfhonderd meter bij de tent vandaan, ik weet niet precies hoe het daar heet. Het is  in ieder geval op aarde, anders was ik nog niet terug geweest, hè.

- Daar zeg je wat. Je weet niet hoe die heet, die rivier.

- Nou nee, maar ik neem wel aan dat ie ooit ergens begonnen is.

- Dat schijnt vaker het geval te zijn. De Rijn is ook ergens begonnen.

- Ja, dat kwam door de sneeuw, die begon hoog in de bergen.

- Nou, jij hebt er verstand van, hoor ik.

- Ja, maar het had ook door regen kunnen zijn. Zoals de Maas.

- Dat jij dat allemaal weet, zeg!

- Gewoon op school geleerd, bij meester Van Beek.

- Jij bent zo’n flinke vent, het zal wel een flinke steen geweest zijn.

- Valt mee, het was een kiezel.

- En bleef ie drijven die steen?

- Drijven doen stenen niet, dombo, al denk ik wel dat ie straks meegenomen wordt door de zee. Als de rivier weer gaat zwellen door die sneeuw en die regen. Nu nog niet hoor, het is nu mooi weer. Bij slecht weer was ik ook niet gaan wandelen natuurlijk.

- Wordt die steen meegenomen? Maar je zei toch dat het water er altijd zijn weg omheen vindt?

- Ja, ga nou niet moeilijk doen, zeg. De rivier neemt die steen mee, helemaal naar zee. En dan is hij heerlijk glad en rond en dan kan hij rusten, die steen, in de luwte van de zee.

- Rusten? Die steen heeft toch helemaal niks gedaan. Je zegt nota bene dat die rivier hem meeneemt. En als je wist dat die steen er zo moe van zou worden en er heel anders uit zou zien, waarom heb je die steen dan niet gewoon laten liggen? Waar ben jij toch mee bezig geweest, mannetje?

- Hou nou toch op! Ik heb gewoon een steen verlegd. Ja? In een rivier. Ja? Op aarde! Ik was daar zeer van onder de indruk, dat mag toch. Ik zal het nooit vergeten, vooral niet na dit vervelende gesprek met jou. Ik heb een steen verlegd, mag ik?

- Ik wist niet dat het je zo hoog zat. Volgens mij kun je je tijd ook aan iets anders besteden, maar goed, als jij ongevraagd een steen wilt verleggen om daar dan zoveel stennis over te gaan maken terwijl je te lui bent geweest om na te gaan of die steen inderdaad door het water werd mee genomen…

- Ik zal het nooit vergeten, hoor je wat ik zeg! Nooit en nooit! Ik leverde bewijs van mijn bestaan.

- Wat zullen we nou krijgen. Door die onnozele steen, die kiezel waar het water zich niks van aantrekt? Man, kom nou toch met een consistent verhaal. Hier, doe wat nuttigs en vul een kruiswoordpuzzel in. Leverde bewijs van mijn bestaan, zegt die gek. Leverde bewijs van mijn bestaan, ga toch heen.

- … En toch is het zo. En weet je waarom, omdat, omdat, omdat…

- Je weet het niet, hè, je hebt er geen idee van waarom je die steen verlegde, je zat gewoon een beetje te dromen bij een beekje en toen deed je dat, en dat kan ook met die sandalen van je, die kunnen nat worden. Dat is allemaal best, maar je hoeft er niet zo hysterisch…

- Nee, je begrijpt het niet. Het is omdat, omdat door het verleggen van die ene steen de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan. Nou is het eruit. Nou weet je het.

- … Weet je wat, we gaan er naar toe, naar die rivier op aarde en dan ga jij me eens laten zien wat er gebeurd is, lijkt je dat niet een goed plan? Ik giet wat koffie in een thermoskan. Hebben we er ook iets bij te drinken daar.

 

Lees gedicht

 

De steen

 

Ik heb een steen verlegd,
in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.
De stroom van een rivier, hou je niet tegen
het water vindt er altijd een weg omheen.
Misschien eens gevuld, door sneeuw en regen,
neemt de rivier m'n kiezel met zich mee.
Om hem, dan glad, en rond gesleten,
te laten rusten in de luwte van de zee.

Ik heb een steen verlegd,
in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.
Ik leverde bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.

 

Bram Vermeulen

 

Bram Vermeulen, De steen. Onder andere te vinden op Rode Wijn (1988)

Submit to FacebookSubmit to Twitter